Diabetespatiënten met nierschade: met iets minder zout al veel gezondheidswinst!

nierenOok een kleine beperking van de hoeveelheid zout die diabetespatiënten met nierschade binnenkrijgen, heeft voor hen al duidelijk gunstige gezondheidseffecten. Doordat zij meer dan gemiddeld veel zout gebruiken en omdat er snel gezondheidwinst is te behalen, dient de zoutinname van nierpatiënten met diabetes extra aandacht te krijgen. Dit blijkt uit gezamenlijk onderzoek van nefrologen van UMCG, Ziekenhuisgroep Twente en Medisch Centrum Leeuwarden. Zij publiceren vandaag over hun resultaten in Lancet Diabetes Endocrinology.

Diabetes is en belangrijke oorzaak van nierschade. Zowel dieet als medicijnen zijn nodig voor een goede behandeling. Uit eerder onderzoek bij nierpatiënten met andere oorzaken van de nierschade is al bekend dat nier-beschermende medicijnen niet werkzaam zijn als de patiënt teveel zout gebruikt. Bij diabetespatiënten met nierschade is er weliswaar veel aandacht voor hun dieet, maar over de rol van zoutgebruik was tot dusverre weinig bekend.

In de DINAMO-studie werd in een grote groep diabetespatiënten in de urine gemeten hoeveel zout ze daadwerkelijk binnenkregen: dit bleek gemiddeld ruim 12 gram/dag. Dit is ruim boven de gemiddelde zoutinname in Nederland (7,5-8,5 g/d) en boven de hoeveelheid van 6 gram per dag die wordt aanbevolen door de Gezondheidsraad. Een groep van 45 patiënten volgde aansluitend gedurende 6 weken een zoutbeperkt dieet: hierdoor nam hun zoutinname af tot 8.7 g/d. Het resultaat voor deze groep van 45 was dat hierdoor niet alleen hun bloeddruk daalde, maar ook dat het eiwitverlies in de urine met ruim 40% afnam. Plastabletten, die een zout-afdrijvend effect hebben, hadden een soortgelijk effect; dit effect werd echter nog versterkt door gelijktijdige zoutbeperking.

Volgens onderzoeksleider Gerjan Navis van het UMCG laten deze resultaten zien dat zoutinname juist bij nierpatiënten met diabetes extra aandacht verdient. Ten eerste omdat is gebleken dat deze groep bovengemiddeld veel zout gebruikt. Volgens Navis is dit mogelijk te verklaren doordat alle aandacht bij hen vooral op andere elementen van de voeding is gericht. Verder blijkt zelfs een kleine vermindering van het zoutgebruik bij deze groep al tot duidelijke gezondheidseffecten te leiden.
[UMCG]

Diabetes Algemeen

Wandel Type 1 Diabetes de wereld uit!

JDRF diabetesOp zaterdag 14 juni 2014 organiseert Stichting JDRF Nederland voor het derde jaar op rij de JDRF Walk. Net als vorig jaar vindt het evenement plaats op Stadslandgoed De Kemphaan in Almere. Op de JDRF Walk lopen teams van patiënten, families, vrienden, zorgverleners, sponsors én wetenschappers gezamenlijk een route op het prachtige landgoed. Het doel: Type 1 Diabetes de wereld uit helpen. Daarnaast is er veel info- en entertainment.

Iedereen die wil bijdragen aan een wereld zonder Type 1 Diabetes kan eenvoudig meedoen met de JDRF Walk door een Walkteam te starten en zich te laten sponsoren via www.jdrfwalk.nl. Naast de wandeling is er de mogelijkheid om wetenschappers vragen te stellen over de laatste ontwikkelingen in onderzoek naar Type 1 Diabetes. Ook presenteren fabrikanten de nieuwste Type 1 Diabetes producten en zijn er verschillende Type 1 Diabetes organisaties aanwezig, zoals behandelcentra, patiëntenverenigingen en jongerenorganisaties. Bovenal wordt het een leuke en gezellige middag, met fantastische live muziek, sport- en spelactiviteiten voor jong én oud en lekker eten en drinken.

JDRF
JDRF is ’s werelds grootste fondsenwervende organisatie gericht op Type 1 Diabetes. Sinds de oprichting in 1970 heeft JDRF wereldwijd al 1,9 miljard dollar aan onderzoek gefinancierd en is hiermee betrokken geweest bij alle grote ontwikkelingen op het gebied van Type 1 Diabetes. JDRF zal echter niet stoppen totdat het doel is bereikt: een wereld zonder Type 1 Diabetes. Sinds 2010 heeft Nederland een eigen JDRF-vestiging.

JDRF Walk
JDRF organiseert de Walk wereldwijd: in 2013 liepen er op 4 continenten, in 8 landen zo’n 900.000 mensen mee. Tot op heden is er meer dan een miljard dollar opgehaald. Hiermee is de JDRF Walk een belangrijke drijver van wetenschappelijk onderzoek. In 2013 heeft de JDRF Walk in Nederland bijna honderdduizend euro opgebracht.

Meer informatie of inschrijven? www.jdrf.nlwww.jdrfwalk.nl

Diabetes type I, Diabetesonderzoek

Geen causaal verband tussen leverontsteking en insulineresistentie

insuline injectieLeverontsteking bij overgewicht leidt niet per se tot de ontwikkeling van insulineresistentie. Tot die conclusie komt Anouk Funke in haar promotieonderzoek. Zij ging na wat de rol van leverontsteking is bij het ontstaan van leververvetting en insulineresistentie.

Funke stelt voorop dat er al langer getwijfeld wordt aan de causaliteit tussen leverontsteking en insulineresistentie, vaak een voorbode van type 2 diabetes. De promovenda gebruikte voor haar onderzoek drie verschillende soorten muismodellen.

Een van de muismodellen werd blootgesteld aan een hoog vet, hoog cholesterol dieet voor de ontwikkeling van leverontsteking. In een kortetermijnstudie ontwikkelen deze slanke muizen geen insulineresistentie, ondanks het ontstaan van leverontsteking. In de langetermijnstudie is de leverontsteking niet verergerd, maar de dikke muizen ontwikkelen wel insulineresistentie en dit suggereert dat leverontsteking niet betrokken is bij het ontstaan van insulineresistentie. Omgekeerd bleek dat verminderde leverontsteking bij 2 andere muis modellen geen bescherming biedt tegen door overgewicht veroorzaakte insulineresistentie.

Al deze resultaten onderbouwen de stelling dat de rol van ontsteking in de ontwikkeling van insulineresistentie nog niet goed begrepen is. Funke pleit voor meer, gerichter onderzoek.

Promotie Anouk Funke
The role of hepatic inflammation in the development of hepatic steatosis and insulin resistance
06 november 2013
Promotor: prof.dr. M. Hofker
[UMCG]

Diabetes type II

Diaboss begeleidt nu ook 18- tot 25-jarigen

Diaboss - diabetes de baasSinds dinsdag 1 oktober begeleidt Diaboss, het behandelcentrum voor patiënten met diabetes in Amsterdam, niet alleen kinderen maar ook jongvolwassenen van 18 tot 25 jaar. De huidige adolescentenspreekuren in het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis en het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis (OLVG) vinden vanaf dat moment plaats bij Diaboss, gevestigd op het terrein van het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis.

Intensieve begeleiding
De overstap van kinderarts naar internist blijkt vaak te groot voor deze doelgroep omdat er veel meer verantwoordelijkheid bij de patiënt zelf komt te liggen. Vanuit Diaboss kunnen de internisten de nodige intensieve begeleiding beter bieden. In dit behandelcentrum werken internisten dr. B.J. Potter van Loon, dr. C.B. Brouwer, dr. E.H. van de Poest Clement en dr. P.S. van Dam samen met diabetesverpleegkundigen, diëtisten, psychologen en een maatschappelijk werker. Het team is 24 uur per dag, 7 dagen per week bereikbaar voor spoedvragen of problemen.

Meer weten?
Diaboss is een samenwerkingsverband tussen het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis, het OLVG en het BovenIJ Ziekenhuis. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Diaboss door te bellen naar telefoonnummer (020) 510 80 90 of via de website www.diaboss.nl

Diabeteszorg, Kinderdiabetes

Verstoorde balans tussen cellen in bloed diabetespatiënten

diabetesPatiënten met diabetes type 2 kampen met een tekort aan schadeherstellende cellen in het bloed, en een licht verhoogd aantal schadeveroorzakende cellen. Dat concludeert Joris van Ark in zijn promotieonderzoek. Dat verklaart volgens hem mogelijk waarom hart- en vaatziekten bij deze patiënten meer voorkomen. Therapie zou zich daarom kunnen richten op het herstellen van deze verstoorde balans.

In het ontstaan van hart- en vaatziekten spelen ziekten van de grote bloedvaten (macrovasculaire ziekten, MVD), een belangrijke rol. Van Ark onderzocht de mechanismen achter de ontwikkeling van MVD, een aandoening die bij mensen met type 2 diabetes twee- tot viermaal zo vaak voorkomt als bij mensen zonder diabetes. Hij bestudeerde daarvoor de rol van in het bloed circulerende vasculaire voorlopercellen.

Sommige voorlopercellen (endotheel voorlopercellen en angiogene cellen) remmen de ontwikkeling van MVD af, terwijl andere (gladde spiercel-voorlopercellen) deze juist stimuleren. Van Ark ontdekte dat het eerste soort voorlopercellen bij diabetespatiënten verlaagd bleek en het tweede licht verhoogd. Daardoor is de balans tussen beschermende en beschadigende voorlopercellen verstoord. De voorlopercellen zijn volgens de promovendus daardoor een mogelijk therapeutisch doelwit om de progressie van ziekten van de grote bloedvaten af te remmen.

Promotie Joris van Ark
Role of circulating vascular progenitor cells in the development of macrovascular disease in diabetes
02 oktober 2013
Promotors: prof.dr. J.L. Hillebrands en prof.dr. B.H.R. Wolffenbuttel
[UMCG]

Diabetes type II

Kwaliteitsindicatoren resulteren niet in betere zorg voor alle diabetespatiënten

diabetes bloedglucoseEen rigide gebruik van kwaliteitsindicatoren voor diabeteszorg leidt niet automatisch tot betere zorg voor alle diabetespatiënten. Dat geldt bijvoorbeeld voor indicatoren die de kwaliteit van een bloeddrukverlagende behandeling beogen te meten. Dat is één van de conclusies van het promotieonderzoek van Grigory Sidorenkov naar de relatie tussen kwaliteitsindicatoren en patiëntuitkomsten bij de behandeling van diabetes.

De kwaliteit van gezondheidszorg wordt steeds vaker gemeten met kwaliteitsindicatoren. Het is daarvoor van groot belang dat de kwaliteitsindicatoren overeenkomen met betere uitkomsten onder patiënten. Slecht gedefinieerde kwaliteitsindicatoren of indicatoren met een verkeerde aanname resulteren niet in betere uitkomsten, aldus Sidorenkov.

De promovendus identificeert vervolgens een aantal behandelingsindicatoren die gerelateerd zijn aan betere uitkomsten. Zo blijken onder andere indicatoren die het voorschrijven van een cholesterolverlagende behandeling meten bij patiënten met diabetes, gerelateerd te zijn aan een lager risico op complicaties op lange termijn. Indicatoren die het voorschrijven van een glucoseverlagende behandeling meten, voorspellen maar bij een deel van de patiënten minder complicaties. De relatie tussen de indicatoren voor de behandeling van hoge bloeddruk en patiëntuitkomsten bleek onvoldoende. Sidorenkov pleit er op basis van deze resultaten voor om voorzichtig te zijn bij het gebruik van kwaliteitsindicatoren, omdat ze kunnen leiden tot zorg die niet voor alle patiënten goed is.

Promotie G. Sidorenkov
Predictive value of treatment quality indicators on outcomes in patients with diabetes
18 september 2013
Promotors: prof.dr.F.M. Haaijer-Ruskamp en prof.dr. D. de Zeeuw
[UMCG]

Diabeteszorg

Veel mensen met diabetes type 1 chronisch vermoeid

slapenChronische vermoeidheid komt vaak voor bij mensen met diabetes type 1. Die vermoeidheid wordt niet zozeer veroorzaakt door schommelingen in de bloedsuikerspiegel. Gedragsfactoren spelen een belangrijke rol bij de vermoeidheid, schrijven onderzoekers van het UMC St Radboud in Diabetes Care. Mogelijk is cognitieve gedragstherapie een effectieve behandeling.

Bijna de helft van de mensen met diabetes type 1 is chronisch moe. Niet gewoon moe, maar al langer dan een half jaar zo ernstig moe dat ze hun dagelijkse bezigheden niet goed kunnen doen en minder genieten van hobby’s en sociale contacten. Mensen met diabetes type 1 noemen hun vermoeidheid als de meest hinderlijke klacht van diabetes. Dit blijkt uit onderzoek van klinisch psycholoog dr. Hans Knoop en internist prof. Cees Tack van het UMC St Radboud dat is gepubliceerd in het blad Diabetes Care. Het is voor het eerst dat mogelijke oorzaken van chronische vermoeidheid bij mensen met diabetes type 1 zijn onderzocht.

Gedrag speelt een rol
In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, wijst het onderzoek uit dat de chronische vermoeidheid maar voor een klein deel is te wijten aan een schommelende bloedsuikerspiegel. Wanneer iemand erg lang voortdurend moe blijft, lijkt dit vooral samen te hangen met gedragsfactoren. Een onregelmatig slaap-waak patroon, te weinig bewegen of je machteloos voelen tegenover de vermoeidheid zijn bijvoorbeeld factoren die een rol spelen. De onderzoekers wijzen erop dat dit aspecten zijn die mogelijk aangepakt kunnen worden met ‘cognitieve gedragstherapie’. Deze therapie blijkt bij vermoeide patiënten met andere chronische aandoeningen vaak goed te werken.

Lees verder op de website van het UMC St Radboud.

Diabetes type I

Nieuwe behandeling van pijn bij diabetici

In Nederland zijn er ongeveer één miljoen mensen met diabetes. Zo’n vijftien procent van deze patiënten heeft te maken met pijn. Een brandende en stekende pijn die wordt veroorzaakt door afwijkend functioneren van zenuwuiteinden, waarschijnlijk mede als gevolg van slechte doorbloeding.

Promovenda Cecile de Vos van de Universiteit Twente en als klinisch fysicus werkzaam in ziekenhuis Medisch Spectrum Twente onderzocht het effect van een nieuwe behandelmethode met ‘ruggenmergstimulatie’, nog nooit eerder toegepast bij deze patiënten. De Vos: “De nieuwe methode blijkt veelbelovend voor diabetici. De intensiteit van de pijn is gedaald van gemiddeld 8 naar 2. Door de behandeling is de pijn hanteerbaar geworden. Mensen kunnen weer slapen en hun dagelijkse bezigheden gewoon uitvoeren. De kwaliteit van leven wordt flink verbeterd.”

De Vos voerde de afgelopen jaren een internationaal promotieonderzoek uit bij de afdeling neurochirurgie van Medisch Spectrum Twente. Ze onderzocht een nieuwe behandeling van pijn als gevolg van diabetes mellitus. Diabetische neuropathische pijn (afgekort: DNP) wordt meestal beschreven als een brandende of stekende pijn met name in voeten en onderbenen, soms ook in de handen die de hele dag door aanwezig is, maar vaak ’s avonds of ’s nachts op zijn hevigst is. DNP is bij een grote groep patiënten lastig te behandelen met pijnstillers. Vandaar dat uitgezocht is of ruggenmergstimulatie uitkomst zou kunnen bieden.

Ruggenmergstimulatie is een behandeling waarbij zenuwbanen in het ruggenmerg door middel van elektrische pulsen worden gestimuleerd met als doel pijn te verlichten. Bij ruggenmergstimulatie implanteert de arts een stimulatie-elektrode tegen de achterzijde van het ruggenmerg. Een onderhuids geplaatste pulsgenerator levert de elektrische stimulatiepulsen. Het systeem lijkt wel wat op een pacemaker, alleen nu ontvangen de zenuwbanen in het ruggenmerg de pulsen in plaats van het hart. Het stimuleren van de zenuwen zorgt ervoor dat de pijnsignalen, die bijvoorbeeld vanuit de voeten worden afgegeven, niet of veel minder worden gevoeld. Volgens De Vos wordt ruggenmergstimulatie ook in Nederland al een groot aantal jaar toegepast bij patiënten met bijvoorbeeld moeilijk te behandelen pijn na rugoperaties, maar nog niet bij DNP.

Lees verder op de website van de Universiteit Twente

Diabetes type II, Diabeteszorg