Onderzoek wijst uit dat een betere insuline-injectietechniek de bloedglucosecontrole bij diabetespatiënten verbetert

BD Micro-Fine 4mm pennaaldUit een recent onderzoek uitgevoerd door Grassi et al. blijkt dat de bloedglucosecontrole bij diabetespatiënten die insuline injecteren verbeterd kan worden door een betere injectietechniek. Dit houdt o.m. in dat patiënten omschakelen naar 4 mm pennaalden.

De resultaten toonden aan dat voorlichting over injectietechnieken niet alleen een betere bloedglucosecontrole oplevert, maar ook tot een grotere tevredenheid over de behandeling leidt. Bovendien wordt al na drie maanden het dagelijkse insulineverbruik verminderd, m.a.w. een relatief korte termijn. Deze positieve bevindingen zijn essentieel omdat ze kunnen bijdragen tot een betere therapietrouw, en in dat geval ook tot betere klinische resultaten op de lange termijn. Zo kunnen de kosten binnen de diabeteszorg worden gedrukt en kan de efficiëntie worden verhoogd.

Volgens de onderzoekers bespreken insuline-injecterende patiënten tijdens hun doktersbezoek hun bloedglucosecontrole en aanpassingen van de insulinedosis, maar is er slechts weinig aandacht voor het verbeteren van de injectietechniek. Het onderzoek spitste zich daarom toe op een multimodale benadering, met inbegrip van training in injectietechnieken en het gebruik van kortere naalden. Het doel was om aan te tonen dat beide een belangrijke rol spelen in de behandeling van diabetes.

Uit de resultaten bleek dat een aanzienlijk aantal patiënten het belang van een goede injectietechniek begon in te zien. Patiënten gingen hun injecties correcter uitvoeren, waarbij de meeste bij gebruik van 4 mm pennaalden geen huidplooien meer maakten. De 4 mm pennaalden zijn geschikt bevonden voor de insulinebehandeling van volwassenen, ongeacht hun BMI, alsook voor die van kinderen en jongeren. De insuline wordt namelijk op een betrouwbare manier in het onderhuidse weefsel geïnjecteerd zonder risico op een intramusculaire injectie. Patiënten meldden dat de injectie met een 4 mm pennaald minder pijnlijk is, wat de therapietrouw, het psychische comfort en de levenskwaliteit ten goede komt.

Enkele andere klinische tests waarbij verschillende naaldlengten en -dikten werden onderzocht, toonden al eerder de voordelen aan van kortere en fijnere naalden in vergelijking met langere naalden. Maar in deze onderzoeken was echter geen verbetering van de glucosecontrole merkbaar. Grassi et al. is dan ook het eerste gepubliceerde onderzoek dat aantoont dat een correcte injectietechniek bijdraagt tot een betere bloedglucosecontrole.

Dr. Ken Strauss, Director of Safety in Medicine, European Medical Association, Global Medical Director van BD en co-auteur van het onderzoek, licht toe: “De bevindingen van het Grassi et al. onderzoek zijn treffend. Patiënten en professionals hoeven geen maanden of jaren te wachten om een verbetering in de belangrijkste klinische parameters (bloedglucosecontrole en minder insuline) te zien wanneer zij adequate training in injectietechnieken en de juiste injectiehulpmiddelen ontvangen. Verbeteringen kunnen al in het begin van de insulinebehandeling worden verwacht. Een continue verbetering zorgt ervoor dat patiënten meer gemotiveerd zijn.”

“De onderzoeksresultaten tonen duidelijk aan dat een multimodale benadering, met inbegrip van voorlichting over injectietechnieken en het gebruik van BD 4 mm pennaalden, een groot verschil kan maken. Niet alleen zorgt het voor een betere bloedglucosecontrole, maar de patiënten konden ook hun insulineverbruik verminderen door de juiste injectietechniek toe te passen. Hierdoor wordt de behandeling van diabetes vereenvoudigd en de levenskwaliteit verbeterd.”

Na een eerste onderzoek startte elke patiënt met het gebruik van een BD 4 mm 32G pennaald en leerde hij de juiste injectietechniek aan. Na een periode van drie maanden werden de patiënten opnieuw onderzocht. Hierbij werden de injectietechniek, de injectieplaatsen en hun psychologische reactie op de klinische impact van de 4 mm pennaald geëvalueerd.

Aan het einde van het onderzoek bleek dat de meeste patiënten een beter inzicht hadden verworven in de beschikbare injectiemiddelen, de zorg voor en het onderhoud van injectieplaatsen, de manieren om complicaties zoals lipohypertrofie te vermijden en de noodzaak om injectieplaatsen te roteren.

Methodologie
Voor het onderzoek hebben 346 diabetespatiënten in 18 ambulante centra door heel Noord-Italië die minimaal vier jaar lang insuline hebben geïnjecteerd een vragenlijst ingevuld over hun injectietechniek (IT). Vervolgens onderzocht de verpleegster de injectieplaatsen van de patiënt op lipohypertrofie (LH), gevolgd door een individuele trainingssessie waarin suboptimale IT-praktijken werden behandeld die in de vragenlijst naar voren kwamen. Alle patiënten leerden om op de juiste manier plaatsen te roteren om LH te voorkomen en gebruikten 4 mm pennaalden (PN) om intramusculaire (IM) injecties te voorkomen. Ze werden geïnstrueerd om de naalden niet te hergebruiken. De patiënten werden na de eerste drie maanden geëvalueerd om hun IT, veranderingen in klinische parameters, de conditie van hun injectieplaatsen en hun psychologische reactie op en klinische impact van de 4 mm PN vast te stellen.
[Nieuwsbericht BD]

Diabetes type II

Inwendig geplaatste insulinepomp blijkt in praktijk goed te werken

Wereldwijd hebben slechts zo’n 300 mensen met diabetes type 1 er een, zo’n 70 van hen worden behandeld in het grootste Nederlandse diabetesbehandelcentrum in Zwolle. Een onderhuids geplaatste insulinepomp. Zo’n pomp is een laatste redmiddel voor deze groep diabetici (zo’n 10% van alle mensen met suikerziekte) bij wie andere behandelingsmethoden, zoals insuline ‘prikken’ of een uitwendig pompje, niet werken. Peter van Dijk voerde zijn promotieonderzoek uit naar de unieke pomp. Hij deed dat in het Isala Diabetescentrum, wereldwijd het grootste centrum op het gebied van behandeling met de inwendige insulinepomp en in het Universitair Medisch Centrum Groningen.

Diabetes type 1 en type 2 worden vaak door elkaar gehaald. Bij de eerste vorm maakt het lichaam door een fout helemaal geen insuline meer aan, de tweede vorm kan veroorzaakt worden door een verkeerd dieet en te weinig beweging. Zonder behandeling is diabetes type 1 dodelijk. Patiënten moeten voortdurend hun bloedsuikerspiegels controleren. Bij een kleine groep lukt het niet om met insulinetoediening van buitenaf een acceptabele glucoseregulatie te bereiken. Dat heeft ernstige gevolgen, waarvan regelmatige ziekenhuisopname er slechts een is. Voor deze groep is een inwendig geplaatste pomp, die insuline in de buikholte afgeeft, een laatste redmiddel.

Lees verder op de website van Isala.

Diabetes type I

Website PratenOverGezondheid uitgebreid met diabetesinformatie

Op de website www.pratenovergezondheid.nl komt nu informatie over de impact van diabetes te staan. Op deze website staat betrouwbare, op wetenschappelijke wijze verkregen informatie over de manier waarop ziekte ingrijpt op je leven en wat het betekent om met een ziekte te moeten leven. Medio september werd de module over diabetes gelanceerd tijdens een symposium in het UMCG.

Betrouwbare informatie over de beleving en ervaring van patiënten, zijn een grote steun voor andere patiënten en hun naasten. In het huidige informatieaanbod over diabetes is weinig tot geen informatie over de vraag wat diabetes daadwerkelijk met de patiënt doet. Door ervaringen van anderen kunnen mensen zich eerder voorbereiden op wat gaat komen en tijdig eventuele maatregelen nemen. Hierdoor kunnen zij langer de regie over de ziekte houden en hun welbevinden en kwaliteit van leven verhogen.

Diabetes komt steeds vaker voor. De oorzaken van deze toename liggen niet alleen in de (dubbele) vergrijzing van de populatie maar ook in leefstijlfactoren als onvoldoende beweging en verkeerde voedingsgewoonten die een sterke toename van obesitas tot gevolg hebben. Op de website komt ervaringsgerichte informatie over verschillende onderwerpen als ‘wat betekent het om diabetes te hebben’ en ‘diabetes en de sociale omgeving’.

De informatie komt voort uit diepte-interviews, waarin patiënten hun persoonlijk verhaal vertellen vanaf het moment dat de eerste verschijnselen zich voordeden. De verhalen worden op de website geïllustreerd aan de hand van video-, audio- of tekstfragmenten van de interviews. De site geeft daarmee antwoord op veelgestelde vragen en biedt mensen inzicht en informatie over diabetes en hoe daarmee om te gaan.

Sinds de introductie van www.pratenovergezondheid.nl, nu ruim een jaar geleden, blijkt deze website duidelijk in een behoefte te voorzien; maandelijks trekt de website meer dan duizend nieuwe bezoekers.

Dit eerste fase onderzoek is mede mogelijk gemaakt door het ZorgInnovatieForum.
[UMCG]

Diabetes Algemeen

Veelbelovend nieuw medicijn tegen diabetes type 2

insuline injectieHet lichaamseigen hormoon FGF1 is veelbelovend als nieuw medicijn tegen diabetes type 2. Het hormoon heeft een vergelijkbare werking als insuline, maar met twee duidelijke voordelen ten opzichte hiervan: het werkt langduriger en geeft geen risico op een te lage bloedsuikerspiegel. Dit blijkt uit onderzoek van moleculair bioloog Hans Jonker van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Hij publiceert hier over in het wetenschappelijk tijdschrift Nature.

Patiënten met diabetes type 2 maken te weinig van het hormoon insuline aan, dat zorgt voor de opname van glucose uit het bloed door de cellen en voor een stabiele bloedsuikerspiegel. Diabetespatiënten spuiten daarom meerdere keren per dag, na elke maaltijd, insuline in. Deze dosis moet nauwkeurig worden bepaald, want een te hoge dosis insuline kan een te lage bloedsuikerspiegel veroorzaken waardoor een patiënt het bewustzijn kan verliezen.

Langer werkzaam dan insuline
Jonker onderzocht het effect van het lichaamseigen hormoon FGF1 op de bloedsuikerspiegel van muizen met diabetes type 2. Dat bleek vergelijkbaar met de werking van insuline, en was bovendien langduriger. Na toedienen van FGF1 bleef de bloedsuikerspiegel drie dagen op een normaal niveau, terwijl het effect van insuline na enkele minuten is verdwenen. Ook bleek dat bij FGF1 de bloedsuikerspiegel nooit lager werd dan de normaalwaarde, ongeacht de hoeveelheid FGF1 die werd toegediend. Hierdoor is er dus geen kans op een te lage bloedsuikerspiegel met alle negatieve gevolgen van dien. Dit maakt FGF1 veelbelovend als nieuw medicijn bij diabetes type 2. Jonker verwacht dat hij over twee jaar met een klinisch onderzoek kan starten.

Samenwerking met Salk Institute
Jonker deed zijn onderzoek in samenwerking met het Salk Institute for Biological Studies in de Verenigde Staten. Hier werkte Jonker tot 2010 op het laboratorium van topbioloog Ronald M. Evans, die onlangs een eredoctoraat kreeg van de faculteit Medische Wetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen. In dit onderzoek ontdekte Jonker de functie van FGF1 en toonde hij verband aan tussen FGF1 en het ontstaan van diabetes. Zijn huidige bevindingen zijn een rechtstreeks gevolg van deze eerdere resultaten.

CV
Prof. Hans Jonker studeerde moleculaire biologie aan de Universiteit Utrecht. In 2003 promoveerde hij cum laude aan het Nederlands Kanker Instituut in Amsterdam. Van 2005 tot 2010 was hij postdoc in het laboratorium van Ronald M. Evans in het Salk Institute for Biological Studies in de Verenigde Staten. Jonker is sinds 2010 in dienst van het UMCG, waar hij zijn eigen onderzoeksgroep leidt.
[UMCG]

Diabetes type II

Nieuwe techniek maakt oogschade bij diabetes zichtbaar

ogenAmerikaanse onderzoekers hebben een nieuwe techniek ontwikkeld waarmee je de eerste tekenen van oogschade bij diabetes kunt ontdekken. Dankzij deze techniek kunnen we mogelijk in de toekomst ernstigere oogschade of slechtziendheid bij diabetes voorkomen.

Sommige mensen met diabetes krijgen op termijn last van oogproblemen (retinopathie). Hierbij raken de allerkleinste bloedvaatjes in het netvlies achter het oog beschadigd. Dit veroorzaakt littekenweefsel op het netvlies, waardoor je wazig gaat zien. Op den duur kan dit leiden tot slechtziendheid of zelfs blindheid.

Na 20 jaar heeft ongeveer 90% van de mensen met diabetes last van slechtziendheid. In deze studie hebben onderzoekers de allerkleinste bloedvaatjes in het netvlies bestudeerd. Als schade aan de bloedvaten in het oog in een vroeg stadium wordt opgespoord, kun je slechtziendheid misschien beperken of zelfs voorkomen.

Lees verder op Leesbaaronderzoek.nl

Diabetes Algemeen

Onderzoekers UMCG krijgen subsidie Diabetesfonds voor ontrafelen mechanismen diabetes

insuline injectieOnderzoekers van het UMCG ontvangen een subsidie van 275.000 euro van het Diabetesfonds. Met dit geld gaat Jana van Vliet-Ostaptchouk van de afdeling Endocrinologie onderzoek doen naar verstoringen van het endocriene systeem in het lichaam, die worden veroorzaakt door blootstelling aan bepaalde milieuverontreinigende stoffen. Haar onderzoek richt zich vooral op het zichtbaar maken van de onderliggende mechanismen van het ontstaan van diabetes.

De huidige epidemie van type2-diabetes (T2D) vormt een belangrijk risico voor de moderne samenleving. Recente gegevens wijzen erop dat blootstelling aan bepaalde milieuverontreinigende stoffen, zogeheten endocriene disruptors (EDC), een belangrijke rol kan spelen in de wereldwijde toename van diabetes. Onderzoek laat zien dat EDC het endocriene systeem in het lichaam op diverse manieren verstoren.

Van Vliet-Ostaptchouk wil in haar onderzoek de relatie tussen EDC, verstoring van de glucosestofwisseling en verhoogd risico op type2-diabetes nagaan. Tevens wil zij nagaan of dit risico verandert door genetische aanleg en leefstijl. Zij vergelijkt de bloostellingen aan EDC’s en de interactie met erfelijke factoren en voedingsgewoonten en hoeveelheid lichaamsbeweging, tussen gezonde mensen, mensen met overgewicht en een groep van 1500 patiënten met type2-diabetes.

Voor haar onderzoek maakt Van Vliet gebruik van de gegevens van de LifeLines-biobank. Het onderzoek wordt uitgevoerd in samenwerking met Dr. A.M. Andersson van het Center of Endocrine Disruptors, Copenhagen University Hospital. Mede-aanvrager voor de subsidie is Prof. B. Wolffenbuttel van het UMCG. De studie gaat in totaal 4 jaar duren.
[UMCG]

Diabetes type II, Diabetesonderzoek

Vluchtige vetzuren uit voedingsvezels gaan overgewicht en diabetes tegen

Vluchtige vetzuren stimuleren de vetverbranding en kunnen obesitas en diabetes behandelen en voorkomen. Dat blijkt uit het proefschrift van moleculair bioloog Gijs den Besten van het UMCG, die op 23 juni promoveert aan de Rijksuniversiteit Groningen. De resultaten van het onderzoek ondersteunen het idee om in de preventie en behandeling van ernstig overgewicht en diabetes, vluchtige vetzuren te gebruiken.

Veranderingen in het eetpatroon en een structureel gebrek aan beweging leiden tot een stijgend aantal mensen met ernstig overgewicht en diabetes. Uit eerder onderzoek bleek dat voedingsvezels een positief effect kunnen hebben op onder meer energie-inname, lichaamsgewicht en insulinegevoeligheid. Onbekend was echter nog wat hieraan ten grondslag ligt. In zijn promotieonderzoek heeft Den Besten zich gebogen over de rol die vluchtige vetzuren hierin hebben.

Meer vetten verbranden
De bacteriën die in de darmen aanwezig zijn, zetten voedingsvezels uit bijvoorbeeld volkorenbrood, groenten en fruit om in vluchtige vetzuren. Den Besten onderzocht de werking van de voedingsvezel guargom en de individuele vluchtige vetzuren in muizen. Uit zijn onderzoek blijkt dat de positieve werking van de voedingsvezels sterk samenhangt met de opname van vluchtige vetzuren. De gunstige effecten vinden voornamelijk plaats in de lever en het vetweefsel. Vluchtige vetzuren zetten deze weefsels aan om meer vetten te verbranden in plaats van aan te maken. Hierdoor slaat het lichaam minder vetten op.

Behandelen en voorkomen
Vluchtige vetzuren helpen dus overgewicht en diabetes te voorkomen. Ook blijkt uit zijn onderzoek dat vluchtige vetzuren niet alleen preventief werken, maar ook een bestaande situatie van overgewicht en diabetes kunnen verminderen. De resultaten van het onderzoek van Den Besten geven aan dat het zeer interessant is om vluchtige vetzuren toe te voegen aan een dieet ter voorkoming of behandeling van obesitas en diabetes. Hij adviseert dan ook een klinische studie hieraan te wijden.

Curriculum Vitae
Gijs den Besten (Zeist, 1986) studeerde moleculaire biologie en biotechnologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij verrichtte zijn promotieonderzoek in het UMCG onder begeleiding van Prof. dr. Dirk Jan Reijngoud, hoogleraar laboratoriumgeneeskunde, en Prof. dr. Barbara Bakker, hoogleraar medische systeembiologie. De titel van zijn proefschrift is: ‘Elucidating the mechanisms of actions of short-chain fatty acids’. Den Besten deed zijn onderzoek bij de afdeling maag-darm-levergeneeskunde van het UMCG. Het Netherlands Consortium for System Biology heeft het onderzoek gefinancierd. Na zijn promotie gaat Den Besten aan het werk als clinical research associate bij GlaxoSmithKline.
[UMCG]

Diabetes Algemeen

JDRF doneert $300.000 aan onderzoek naar Type 1 Diabetes van Radboud UMC

JDRF diabetesJDRF (Juvenile Diabetes Research Foundation) heeft een bedrag van 299.410 dollar toegekend aan een programma geleid door Prof. dr Martin Gotthardt (Radboud Universitair Medisch Centrum – Radboud UMC) in samenwerking met dr. Maarten Brom (Radboud UMC). Deze grant wordt uitgereikt in het kader van het onderzoek naar bètacel imaging: een manier om de insulineproducerende cellen in de alvleesklier weer te geven. Dit onderzoek kan van grote invloed zijn op de behandeling van Type 1 Diabetes (T1D).

Onderzoek vormt basis voor betere behandeling van mensen T1D
Maarten de Groot, voorzitter van JDRF Nederland, is erg blij met de uitreiking van deze beurs. “Het onderzoek van Prof. Dr. Gotthardt en Dr. Brom richt zich op het aantonen van bètacellen in de alvleesklier. Bètacellen zijn de insulineproducerende cellen in het lichaam. Hoewel er vroeger anders over werd gedacht, is nu bekend dat ook mensen met T1D bètacellen hebben. Dit onderzoek kan een groot verschil maken op het gebied van de behandeling van T1D, maar heeft ook implicaties voor preventie en regeneratie.”

Prof. Dr. Gotthardt: “dit onderzoek zou in de toekomst de mogelijkheid kunnen bieden om behandelmethoden beter af te stemmen op de patiënt en het aantal werkende bètacellen in de alvleesklier. Met imaging-technieken kan de aanwezigheid van deze belangrijke cellen steeds beter worden aangetoond. We doen dit door middel van een bepaald eiwit (Exendin-3) dat een signaal afgeeft. Dit signaal kan van buitenaf gemeten worden met behulp van een speciale camera. De sterkte van het signaal geeft aan hoeveel bètacellen er nog aanwezig zijn.”

JDRF heeft een strategisch T1D-onderzoeksplan wat erop gericht is om een continue stroom van nieuwe therapieën te leveren. Het onderzoek van Prof. Dr. Gotthardt en dr. Brom wordt gefinancierd als onderdeel van het regeneratieprogramma van JDRF, wat tot doel heeft om ervoor te zorgen dat de bètacellen van mensen met T1D weer gaan werken, en de auto-immuun aanval wordt tegengegaan: kortweg een biologische genezing voor T1D. “Op dit moment zijn er geen middelen beschikbaar om vast te stellen in hoeverre iemand met T1D nog (werkende) bètacellen heeft. Het onderzoek van professor Gotthardt en dr. Brom kan gebruikt worden in een relatief simpele en non-invasieve procedure, en kan daarmee het onderzoek op het gebied van regeneratie versnellen”, aldus Albert HwA, senior wetenschapper van JDRF International.

T1D
In Nederland hebben circa 150.000 mensen T1D, waaronder 15.000 kinderen en jongvolwassenen. T1D is een auto-immuunziekte met levenslang ingrijpende gevolgen. Bij T1D maakt het lichaam geen insuline aan waardoor de bloedglucosespiegel niet meer wordt geregeld. Hierdoor ontstaat het risico op ernstige complicaties zoals hart-, oog en nieraandoeningen, zenuwbeschadigingen en beroertes. Mensen met T1D moeten constant, nauwlettend hun bloedglucosespiegel in de gaten houden en dagelijks meerdere malen insuline-injecties toedienen, of moeten 24/7 een insulinepomp aan het lichaam dragen.

Over JDRF
JDRF is wereldwijd de leidende organisatie als het gaat om wetenschappelijk onderzoek naar het genezen, voorkomen en behandelen van Type 1 Diabetes (T1D). T1D is een auto-immuunziekte waarbij het lichaam cellen vernielt die insuline aanmaken. Sinds de oprichting in 1970 heeft JDRF ruim 2,0 miljard dollar aan T1D-onderzoek gefinancierd in 27 landen, waarvan meer dan 20 miljoen euro in Nederland. Hiermee heeft JDRF bijgedragen aan nagenoeg alle wetenschappelijke vooruitgang op het gebied van deze ziekte. Vanaf eind 2010 heeft Nederland een eigen JDRF-vestiging. Met de resultaten van vandaag draagt JDRF bij aan de hoop voor morgen. Een wereld zonder T1D. Voor meer informatie: www.jdrf.nl

Diabetes Algemeen