Wandel Type 1 Diabetes de wereld uit op de JDRF Walk!

Een wereld zonder Type 1 Diabetes, wie wil dat nou niet?

JDRF diabetesOp 13 juni 2015 zet Stichting JDRF Nederland stappen om deze droom werkelijkheid te laten worden tijdens de JDRF Walk: een prachtig evenement met als doel om zoveel mogelijk geld op te halen voor Type 1 Diabetes onderzoek.

De JDRF Walk is een symbolische wandeling van Type één naar Type géén. Naast de wandeling is er van alles te beleven op Slot Zeist:

  • Sportclinics van topsporters waaronder hockeyinternational Valerie Magis (zelf T1D)
  • Wetenschappers vertellen over hun onderzoek
  • De nieuwste diabetessnufjes zijn te bewonderen op de infomarkt
  • Heerlijk picknicken onder de zon bij de foodmarket en live band
  • Een wereldrecordpoging ‘De meeste personen die gelijktijdig hun bloedglucose meten’

Mee doen?
Je kan je aanmelden via www.jdrfwalk.nl. Daar start je een actie of team waarmee jij iedereen kan vragen om bij te dragen aan een wereld zonder Type 1 Diabetes. Op 13 juni 2015 kom je naar Slot Zeist voor een geweldige dag vol sport, spel, wetenschap en gezelligheid.

Meer informatie?
Kijk op www.jdrfwalk.nl.

[Stichting JDRF Nederland]

Diabetes type I

Betere kwaliteit van diabeteszorg met scholing voor zorgplan

diabeteszorgEen project om met het individueel zorgplan zelfmanagement onder diabetespatiënten te versterken, verbetert de kwaliteit van zorg. Maar na krap een jaar zijn er nog geen aanwijzingen te vinden voor een verbeterde kwaliteit van leven of meer zelfmanagement.

In de zorg voor chronisch zieken ligt momenteel de nadruk op ‘zelfmanagement’, wat zij zelf kunnen en zelf doen. In de praktijk komt zelfmanagement echter nog maar moeizaam van de grond. Zorgverleners moeten patiënten daarbij ondersteunen en een individueel zorgplan (IZP) kan daarbij helpen.

Lees verder op de website van het NIVEL.

Diabeteszorg

Aantal patiënten met kanker én diabetes neemt sterk toe

insuline injectieHet aantal mensen met kanker én diabetes type 2 is in Nederland sterk toegenomen. Inmiddels heeft bijna één op de vijf kankerpatiënten op het moment van kankerdiagnose ook al diabetes. Dit gegeven was aanleiding voor een proefschrift naar de relatie tussen kanker en diabetes, waarop Marjolein Zanders (IKNL) vrijdag 6 februari 2015 promoveert aan Tilburg University. Diabetespatiënten lijken ook vaker te overlijden na de diagnose kanker dan kankerpatiënten zonder diabetes. Zanders onderzocht de verschillen in behandeling en medicijngebruik om hierin meer inzicht te krijgen.

Het aantal mensen dat kanker overleeft, is de afgelopen jaren aanzienlijk toegenomen. In 2009 waren er in Nederland meer dan 400.000 mensen die ooit de diagnose kanker hebben gehad. In 2020 zal dit aantal zijn opgelopen tot meer dan 700.000. Dit komt vooral doordat het aantal ouderen in de Nederlandse bevolking toeneemt en mensen op hogere leeftijd kanker krijgen.

Naast de toename van het totale aantal neemt ook het aantal patiënten toe met diabetes op het moment van een diagnose kanker. In de afgelopen 15 jaar is het aantal kankerpatiënten met diabetes in Nederland zelfs meer dan verdubbeld. Patiënten met diabetes én kanker lijken daarnaast vaker te overlijden dan kankerpatiënten zonder diabetes.

Daarom is het volgens arts-onderzoeker Marjolein Zanders van groot belang om beter inzicht te krijgen welke factoren bijdragen aan de hogere kans op overlijden van kankerpatiënten mét diabetes ten opzichte van kankerpatiënten zonder diabetes.

Minder chemotherapie en minder therapietrouw
Uit de studies die de promovenda verrichtte, blijkt dat patiënten met de combinatie dikkedarmkanker én diabetes nog steeds minder vaak chemotherapie krijgen in vergelijking met kankerpatiënten zónder diabetes. Dit ondanks de constatering dat de toediening van chemotherapie en radiotherapie tussen 1995 en 2010 onder beide patiëntengroepen sterk is toegenomen. Diabetespatiënten krijgen mogelijk na een kankerbehandeling vaker complicaties hiervan, dus het kan een adequate keuze zijn deze patiënten niet te behandelen.
Opmerkelijk is dat het trouw zijn aan het gebruik van glucoseverlagende middelen onder mensen met diabetes lijkt te verslechteren na het stellen van de kankerdiagnose. De grootste daling in het trouw zijn aan het gebruik van glucoseverlagende middelen werd waargenomen bij patiënten met een diagnose maagdarmkanker, longkanker of uitgezaaide kanker. De oorzaak van deze afnemende therapietrouw is nog niet opgehelderd en moet nog nader onderzocht worden. Marjolein Zanders: “Het kan betekenen dat deze patiënten het gevecht tegen de ziekte ‘kanker’ belangrijker vinden, dan het adequaat slikken van glucoseverlagende middelen.”

Cholesterolverlagers lijken overleving te verbeteren
Meer dan de helft van de patiënten met diabetes én kanker gebruikt cholesterolverlagers. Uit het onderzoek van Marjolein Zanders blijkt dat het gebruik van cholesterolverlagers de kans om dikkedarmkanker te overleven lijkt te verbeteren bij diabetespatiënten. Deze uitkomst ziet er veelbelovend uit en zou volgens haar prioriteit moeten krijgen op de onderzoeksagenda. De promovenda is inmiddels zelf gestart met een vervolgstudie, waarin zij nagaat of cholesterolverlagers ook de kans op terugkeer van kanker bij patiënten met dikkedarmkanker gunstig beïnvloedt.

Kankerregistratie, ziekenhuizen en PHARMO
Voor de studies in het proefschrift is gebruik gemaakt van gegevens van patiënten in Zuidoost-Nederland afkomstig van de Nederlandse Kankerregistratie van Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) in combinatie met gegevens over geneesmiddelengebruik uit de databanken van het PHARMO Instituut. De studie was mogelijk dankzij de medewerking van specialisten in tien ziekenhuizen in Brabant en Noord-Limburg.
[Integraal Kankercentrum Nederland]

Diabetes type II

Gezondheid diabetespatiënten op de tweede plaats

diabetes bloedglucoseGoede diabeteshulpmiddelen zijn voor een groot deel van de bijna 1 miljoen mensen met diabetes in Nederland van levensbelang om de juiste bloedsuikerwaarde te meten. Diabetesvereniging Nederland signaleert dat zorgverzekeraars, apothekers en hulpmiddelenleveranciers in toenemende mate de keuze voor een bloedglucosemeter bepalen, in plaats van de zorgverlener samen met de patiënt. Dat melden niet alleen patiënten en artsen, maar ook klokkenluiders uit de apothekerswereld. Kosten en marges zijn dan leidend, en niet wat het beste bij de patiënt past. Zorgwekkend, vindt de Diabetesvereniging: het zet de gezondheid van patiënten op de tweede plaats.

Maatwerk
Daar komt bij dat de nadruk op kosten en marges de deur wijd openzet voor prijsvechters uit de industrie. Opmerkelijk genoeg is er geen onafhankelijke kwaliteitscontrole voor bloedglucosemeters. Het gevaar bestaat dat er meters op de markt komen die onvoldoende betrouwbaar zijn, met gezondheidsrisico’s voor de patiënt als gevolg. Diabetesvereniging Nederland vindt dit onaanvaardbaar. Directeur Olof King: “Waar het rekenen begint, houdt het denken op. Patiënten moeten die hulpmiddelen kunnen gebruiken die ze nodig hebben. Dat is maatwerk. De keuze voor een bloedglucosemeter hoort daarom in de spreekkamer thuis. En de kwaliteit van glucosemeters en teststrips is van levensbelang, daar moet je vanzelfsprekend op kunnen vertrouwen.”

In actie
Diabetesvereniging Nederland komt in actie, gesteund door diabeteszorgverleners. Met de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) heeft de Diabetesvereniging intensief contact over strengere toelatingseisen voordat een glucosemeter op de markt komt. Ook gaat zij met de Nederlandse Zorgautoriteit (NZA) in gesprek. “Samen met zorgverleners organiseren we op korte termijn een bijeenkomst, waarvoor we zorgverzekeraars, apotheken, hulpmiddelenleveranciers en fabrikanten uitnodigen”, licht directeur King toe. “Met al deze partijen willen we ervoor zorgen dat de patiënt de beschikking heeft over goede hulpmiddelen die passen bij zijn situatie.”

Meer over diabeteshulpmiddelen
In het artikel Ken uw rechten leggen we uit hoe het zit met de vergoeding van bloedglucosemeters en teststrips.
[Diabetesvereniging Nederland]

Diabeteszorg

Onderzoek wijst uit dat een betere insuline-injectietechniek de bloedglucosecontrole bij diabetespatiënten verbetert

BD Micro-Fine 4mm pennaaldUit een recent onderzoek uitgevoerd door Grassi et al. blijkt dat de bloedglucosecontrole bij diabetespatiënten die insuline injecteren verbeterd kan worden door een betere injectietechniek. Dit houdt o.m. in dat patiënten omschakelen naar 4 mm pennaalden.

De resultaten toonden aan dat voorlichting over injectietechnieken niet alleen een betere bloedglucosecontrole oplevert, maar ook tot een grotere tevredenheid over de behandeling leidt. Bovendien wordt al na drie maanden het dagelijkse insulineverbruik verminderd, m.a.w. een relatief korte termijn. Deze positieve bevindingen zijn essentieel omdat ze kunnen bijdragen tot een betere therapietrouw, en in dat geval ook tot betere klinische resultaten op de lange termijn. Zo kunnen de kosten binnen de diabeteszorg worden gedrukt en kan de efficiëntie worden verhoogd.

Volgens de onderzoekers bespreken insuline-injecterende patiënten tijdens hun doktersbezoek hun bloedglucosecontrole en aanpassingen van de insulinedosis, maar is er slechts weinig aandacht voor het verbeteren van de injectietechniek. Het onderzoek spitste zich daarom toe op een multimodale benadering, met inbegrip van training in injectietechnieken en het gebruik van kortere naalden. Het doel was om aan te tonen dat beide een belangrijke rol spelen in de behandeling van diabetes.

Uit de resultaten bleek dat een aanzienlijk aantal patiënten het belang van een goede injectietechniek begon in te zien. Patiënten gingen hun injecties correcter uitvoeren, waarbij de meeste bij gebruik van 4 mm pennaalden geen huidplooien meer maakten. De 4 mm pennaalden zijn geschikt bevonden voor de insulinebehandeling van volwassenen, ongeacht hun BMI, alsook voor die van kinderen en jongeren. De insuline wordt namelijk op een betrouwbare manier in het onderhuidse weefsel geïnjecteerd zonder risico op een intramusculaire injectie. Patiënten meldden dat de injectie met een 4 mm pennaald minder pijnlijk is, wat de therapietrouw, het psychische comfort en de levenskwaliteit ten goede komt.

Enkele andere klinische tests waarbij verschillende naaldlengten en -dikten werden onderzocht, toonden al eerder de voordelen aan van kortere en fijnere naalden in vergelijking met langere naalden. Maar in deze onderzoeken was echter geen verbetering van de glucosecontrole merkbaar. Grassi et al. is dan ook het eerste gepubliceerde onderzoek dat aantoont dat een correcte injectietechniek bijdraagt tot een betere bloedglucosecontrole.

Dr. Ken Strauss, Director of Safety in Medicine, European Medical Association, Global Medical Director van BD en co-auteur van het onderzoek, licht toe: “De bevindingen van het Grassi et al. onderzoek zijn treffend. Patiënten en professionals hoeven geen maanden of jaren te wachten om een verbetering in de belangrijkste klinische parameters (bloedglucosecontrole en minder insuline) te zien wanneer zij adequate training in injectietechnieken en de juiste injectiehulpmiddelen ontvangen. Verbeteringen kunnen al in het begin van de insulinebehandeling worden verwacht. Een continue verbetering zorgt ervoor dat patiënten meer gemotiveerd zijn.”

“De onderzoeksresultaten tonen duidelijk aan dat een multimodale benadering, met inbegrip van voorlichting over injectietechnieken en het gebruik van BD 4 mm pennaalden, een groot verschil kan maken. Niet alleen zorgt het voor een betere bloedglucosecontrole, maar de patiënten konden ook hun insulineverbruik verminderen door de juiste injectietechniek toe te passen. Hierdoor wordt de behandeling van diabetes vereenvoudigd en de levenskwaliteit verbeterd.”

Na een eerste onderzoek startte elke patiënt met het gebruik van een BD 4 mm 32G pennaald en leerde hij de juiste injectietechniek aan. Na een periode van drie maanden werden de patiënten opnieuw onderzocht. Hierbij werden de injectietechniek, de injectieplaatsen en hun psychologische reactie op de klinische impact van de 4 mm pennaald geëvalueerd.

Aan het einde van het onderzoek bleek dat de meeste patiënten een beter inzicht hadden verworven in de beschikbare injectiemiddelen, de zorg voor en het onderhoud van injectieplaatsen, de manieren om complicaties zoals lipohypertrofie te vermijden en de noodzaak om injectieplaatsen te roteren.

Methodologie
Voor het onderzoek hebben 346 diabetespatiënten in 18 ambulante centra door heel Noord-Italië die minimaal vier jaar lang insuline hebben geïnjecteerd een vragenlijst ingevuld over hun injectietechniek (IT). Vervolgens onderzocht de verpleegster de injectieplaatsen van de patiënt op lipohypertrofie (LH), gevolgd door een individuele trainingssessie waarin suboptimale IT-praktijken werden behandeld die in de vragenlijst naar voren kwamen. Alle patiënten leerden om op de juiste manier plaatsen te roteren om LH te voorkomen en gebruikten 4 mm pennaalden (PN) om intramusculaire (IM) injecties te voorkomen. Ze werden geïnstrueerd om de naalden niet te hergebruiken. De patiënten werden na de eerste drie maanden geëvalueerd om hun IT, veranderingen in klinische parameters, de conditie van hun injectieplaatsen en hun psychologische reactie op en klinische impact van de 4 mm PN vast te stellen.
[Nieuwsbericht BD]

Diabetes type II

Inwendig geplaatste insulinepomp blijkt in praktijk goed te werken

Wereldwijd hebben slechts zo’n 300 mensen met diabetes type 1 er een, zo’n 70 van hen worden behandeld in het grootste Nederlandse diabetesbehandelcentrum in Zwolle. Een onderhuids geplaatste insulinepomp. Zo’n pomp is een laatste redmiddel voor deze groep diabetici (zo’n 10% van alle mensen met suikerziekte) bij wie andere behandelingsmethoden, zoals insuline ‘prikken’ of een uitwendig pompje, niet werken. Peter van Dijk voerde zijn promotieonderzoek uit naar de unieke pomp. Hij deed dat in het Isala Diabetescentrum, wereldwijd het grootste centrum op het gebied van behandeling met de inwendige insulinepomp en in het Universitair Medisch Centrum Groningen.

Diabetes type 1 en type 2 worden vaak door elkaar gehaald. Bij de eerste vorm maakt het lichaam door een fout helemaal geen insuline meer aan, de tweede vorm kan veroorzaakt worden door een verkeerd dieet en te weinig beweging. Zonder behandeling is diabetes type 1 dodelijk. Patiënten moeten voortdurend hun bloedsuikerspiegels controleren. Bij een kleine groep lukt het niet om met insulinetoediening van buitenaf een acceptabele glucoseregulatie te bereiken. Dat heeft ernstige gevolgen, waarvan regelmatige ziekenhuisopname er slechts een is. Voor deze groep is een inwendig geplaatste pomp, die insuline in de buikholte afgeeft, een laatste redmiddel.

Lees verder op de website van Isala.

Diabetes type I

Website PratenOverGezondheid uitgebreid met diabetesinformatie

Op de website www.pratenovergezondheid.nl komt nu informatie over de impact van diabetes te staan. Op deze website staat betrouwbare, op wetenschappelijke wijze verkregen informatie over de manier waarop ziekte ingrijpt op je leven en wat het betekent om met een ziekte te moeten leven. Medio september werd de module over diabetes gelanceerd tijdens een symposium in het UMCG.

Betrouwbare informatie over de beleving en ervaring van patiënten, zijn een grote steun voor andere patiënten en hun naasten. In het huidige informatieaanbod over diabetes is weinig tot geen informatie over de vraag wat diabetes daadwerkelijk met de patiënt doet. Door ervaringen van anderen kunnen mensen zich eerder voorbereiden op wat gaat komen en tijdig eventuele maatregelen nemen. Hierdoor kunnen zij langer de regie over de ziekte houden en hun welbevinden en kwaliteit van leven verhogen.

Diabetes komt steeds vaker voor. De oorzaken van deze toename liggen niet alleen in de (dubbele) vergrijzing van de populatie maar ook in leefstijlfactoren als onvoldoende beweging en verkeerde voedingsgewoonten die een sterke toename van obesitas tot gevolg hebben. Op de website komt ervaringsgerichte informatie over verschillende onderwerpen als ‘wat betekent het om diabetes te hebben’ en ‘diabetes en de sociale omgeving’.

De informatie komt voort uit diepte-interviews, waarin patiënten hun persoonlijk verhaal vertellen vanaf het moment dat de eerste verschijnselen zich voordeden. De verhalen worden op de website geïllustreerd aan de hand van video-, audio- of tekstfragmenten van de interviews. De site geeft daarmee antwoord op veelgestelde vragen en biedt mensen inzicht en informatie over diabetes en hoe daarmee om te gaan.

Sinds de introductie van www.pratenovergezondheid.nl, nu ruim een jaar geleden, blijkt deze website duidelijk in een behoefte te voorzien; maandelijks trekt de website meer dan duizend nieuwe bezoekers.

Dit eerste fase onderzoek is mede mogelijk gemaakt door het ZorgInnovatieForum.
[UMCG]

Diabetes Algemeen

Veelbelovend nieuw medicijn tegen diabetes type 2

insuline injectieHet lichaamseigen hormoon FGF1 is veelbelovend als nieuw medicijn tegen diabetes type 2. Het hormoon heeft een vergelijkbare werking als insuline, maar met twee duidelijke voordelen ten opzichte hiervan: het werkt langduriger en geeft geen risico op een te lage bloedsuikerspiegel. Dit blijkt uit onderzoek van moleculair bioloog Hans Jonker van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Hij publiceert hier over in het wetenschappelijk tijdschrift Nature.

Patiënten met diabetes type 2 maken te weinig van het hormoon insuline aan, dat zorgt voor de opname van glucose uit het bloed door de cellen en voor een stabiele bloedsuikerspiegel. Diabetespatiënten spuiten daarom meerdere keren per dag, na elke maaltijd, insuline in. Deze dosis moet nauwkeurig worden bepaald, want een te hoge dosis insuline kan een te lage bloedsuikerspiegel veroorzaken waardoor een patiënt het bewustzijn kan verliezen.

Langer werkzaam dan insuline
Jonker onderzocht het effect van het lichaamseigen hormoon FGF1 op de bloedsuikerspiegel van muizen met diabetes type 2. Dat bleek vergelijkbaar met de werking van insuline, en was bovendien langduriger. Na toedienen van FGF1 bleef de bloedsuikerspiegel drie dagen op een normaal niveau, terwijl het effect van insuline na enkele minuten is verdwenen. Ook bleek dat bij FGF1 de bloedsuikerspiegel nooit lager werd dan de normaalwaarde, ongeacht de hoeveelheid FGF1 die werd toegediend. Hierdoor is er dus geen kans op een te lage bloedsuikerspiegel met alle negatieve gevolgen van dien. Dit maakt FGF1 veelbelovend als nieuw medicijn bij diabetes type 2. Jonker verwacht dat hij over twee jaar met een klinisch onderzoek kan starten.

Samenwerking met Salk Institute
Jonker deed zijn onderzoek in samenwerking met het Salk Institute for Biological Studies in de Verenigde Staten. Hier werkte Jonker tot 2010 op het laboratorium van topbioloog Ronald M. Evans, die onlangs een eredoctoraat kreeg van de faculteit Medische Wetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen. In dit onderzoek ontdekte Jonker de functie van FGF1 en toonde hij verband aan tussen FGF1 en het ontstaan van diabetes. Zijn huidige bevindingen zijn een rechtstreeks gevolg van deze eerdere resultaten.

CV
Prof. Hans Jonker studeerde moleculaire biologie aan de Universiteit Utrecht. In 2003 promoveerde hij cum laude aan het Nederlands Kanker Instituut in Amsterdam. Van 2005 tot 2010 was hij postdoc in het laboratorium van Ronald M. Evans in het Salk Institute for Biological Studies in de Verenigde Staten. Jonker is sinds 2010 in dienst van het UMCG, waar hij zijn eigen onderzoeksgroep leidt.
[UMCG]

Diabetes type II