Zwangerschapsdiabetes wijst op rol van magnesium

zwangere vrouwEen tekort aan magnesium beïnvloedt de insulineresistentie en vormt een risicofactor voor zwangerschapsdiabetes en diabetes type 2. Dat melden onderzoekers van het UMC St Radboud in het wetenschapsblad PNAS op basis van een onderzoek bij zwangere vrouwen.

Een tekort aan magnesium wordt steeds vaker in verband gebracht met diabetes, maar het is onduidelijk waaruit dat verband precies bestaat. In een artikel in het wetenschapsblad PNAS leggen onderzoekers van het UMC St Radboud voor het eerst een concreet verband. Ze onderzochten waarom sommige vrouwen tijdens de zwangerschap (en daarna) een grotere kans maken op (zwangerschaps)diabetes en ontdekten een verband met een afwijkend magnesiumkanaal in de nieren.

Lees verder op de website van het UMC St Radboud.

Vernieuwde behandelmethode mijlpaal voor mensen met diabetes

insuline injectieDe behandeling van mensen met diabetes krijgt in het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven een enorme boost. Jonge kinderen met diabetes, vrouwen met diabetes die zwanger zijn of een zwangerschapswens hebben en volwassenen die grote problemen hebben met hun insuline-instelling komen in aanmerking voor dit spectaculaire systeem. De continue glucose sensor meet 24 uur per dag automatisch de bloedsuikers, waardoor de mensen met diabetes in staat zijn om direct te reageren op de insulinebehoefte van hun lichaam. Het Diabetescentrum in het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven heeft zich gespecialiseerd in het begeleiden van mensen met een dergelijk systeem.

Op dinsdag 13 september is er een thema-avond over dit onderwerp in het Catharina Ziekenhuis. Sprekers zijn kinderarts Roel Odink en internist Bert Bravenboer. Ook komen er vooral ervaringsdeskundigen aan het woord. De thema-avond wordt georganiseerd in samenwerking met de Diabetes Vereniging Nederland. De avond begint om 19.30 uur in de Wintertuin van het Catharina Ziekenhuis. Vooraf aanmelden is noodzakelijk en kan via e-mail: infocongresbureau@cze.nl of telefonisch tijdens kantooruren via: 040-239 6520.

Vergoeding mijlpaal voor diabetespatiënten
De mensen met diabetes die met de nieuwe sensor gaan werken, dragen naast een insulinepomp een zender op het lichaam, die verbonden is met een naaldje dat eenvoudig onderhuids wordt ingebracht. Uit de stroom van metingen die deze sensor doet, wordt iedere 5 minuten een gemiddelde glucosewaarde berekend. De zender geeft de waarden door aan de insulinepomp, waardoor de hoeveelheid insuline meteen en beter afgestemd kan worden op de behoefte.

Het Catharina Ziekenhuis is 1 van de 20 ziekenhuizen in Nederland, die voldoet aan alle criteria die de verzekeraars hebben gesteld aan deze behandelmethode. Roel Odink en Bert Bravenboer vinden de continue glucose sensor een noodzakelijk en zinvol apparaat. Zij hebben zich dan ook gespecialiseerd om mensen met diabetes te adviseren en te helpen de sensor op de juiste wijze te gebruiken.

Zelfmotivatie en intensieve begeleiding
Het gebruik van het systeem vraagt om een intensieve begeleiding van een ervaren kinderdiabetesteam (www.kidzenko.nl) voor kinderen en hun ouders, en voor de volwassenen een goede afstemming met de internist en gynaecoloog in een gekwalificeerd diabetescentrum. De gebruiker van het nieuwe meetsysteem wordt binnen het ziekenhuis stap voor stap intensief begeleid bij het gebruik ervan.

Over Kidzenko.nl
De behandelmogelijkheid met de continue glucose sensor voor kinderen is dit jaar al mogelijk in Midden- en Oost-Brabant. De kinderdiabetesteams in 7 ziekenhuizen werken namelijk samen in de zorg die kinderen met diabetes en hun ouders nodig hebben. De samenwerking is van belang om goede kwaliteit en continuïteit van zorg aan kinderen en tieners met diabetes te garanderen: 24 uur per dag 7 dagen per week, waarbij de zorg dicht bij huis geleverd wordt. Deze samenwerking heet Kidz & Ko (www.kidzenko.nl). Door deze samenwerking is de sensor dit jaar beschikbaar voor kinderen in Midden- en Oost-Brabant.
[Catharina Ziekenhuis]

Afvallen tussen zwangerschappen goed tegen zwangerschapsdiabetes

diabetes vrouwVrouwen die zijn aangekomen na een eerste zwangerschap, hebben meer kans op zwangerschapsdiabetes bij een volgende keer. Die kans is kleiner wanneer ze tussendoor afvallen.

Amerikaanse onderzoekers bekeken tien jaar lang de gezondheid van duizenden vrouwen. Ze wilden meer weten over zwangerschapsdiabetes: een tijdelijke vorm van diabetes. Tijdelijk, maar vaak ongezond voor moeder en kind.

Vrouwen die na hun eerste kind acht kilo of meer zwaarder waren dan ervoor, hadden veel meer kans dan normaal op zwangerschapsdiabetes bij een volgend kind.

Er komt ook goed nieuws uit het onderzoek: vrouwen die in de zwangerschap blijvend waren aangekomen maar die minstens ongeveer drie kilo afvielen, hadden veel minder kans op herhaling. Dat werkte het beste bij vrouwen die al te zwaar waren voordat ze hun eerste kind kregen.

De onderzoekers zeggen ook dat er vrouwen zijn die een gezond gewicht hebben en toch zwangerschapsdiabetes krijgen. Dat ligt dan meer aan erfelijke aanleg dan aan gewicht. Bij hen helpt afvallen dan niet veel.
[Diabetesfonds]

Huidige zorg zwangere type 1-diabeten adequaat

zwangere vrouwKinderen van moeders met diabetes mellitus type 1 (DM1) hebben, wanneer zij 6-8 jaar oud zijn, vergelijkbare cardiovasculaire en metabole uitkomsten als hun leeftijdsgenootjes met niet-diabetische moeders. Dit is waarschijnlijk het gevolg van de huidige zorg voor zwangeren met diabetes mellitus type 1. Dat concludeert Maarten Rijpert (UMC Utrecht) c.s. in Early Human Development.

De onderzoekers bepaalden diverse cardiovasculaire en metabole parameters bij kinderen (6-8 jaar) van vrouwen met diabetes mellitus type 1. Ook bestudeerden zij de effecten van bekende complicaties bij DM1-zwangerschappen zoals suboptimale maternale glykemische controle, vroeggeboorte en macrosomie (een te hoog geboortegewicht).

De onderzoekers vergeleken een groep kinderen van diabetes mellitus type 1-moeders (n = 213) met een controlegroep kinderen van niet-diabetische moeders (n=79). Van de kinderen bepaalden zij BMI, bloeddruk en diverse glucoseregulatie- en vetmetabolismemarkers, zoals glucose, insuline, HbA1c, cholesterol en triglyceriden.

Uit de vergelijking kwamen geen verschillen in glucoseregulatie, vetmetabolisme en het aantal componenten van metabool syndroom (overgewicht, hypertensie, dyslipidemie en een gestoorde suikerspiegel) naar voren tussen de 2 groepen. Kinderen van DM1-moeders hadden een iets hogere systolische bloeddruk en de gevolgen van complicaties bij DM1-zwangerschappen waren beperkt: macrosomie was alleen gerelateerd aan obesitas en een niet-optimale maternale suikercontrole tijdens de vroege zwangerschap was gerelateerd aan een iets hogere HbA1c-spiegel bij de kinderen.

De onderzoekers vermoeden dat de gunstige langetermijnuitkomsten het resultaat zijn van goede zwangerschapszorg en adequate maternale glykemische controle tijdens de zwangerschap. Zij willen het cohort kinderen verder volgen om te zien of de resultaten standhouden en of de iets verhoogde systolische bloeddruk een aanwijzing is voor vroeg verstoorde renale of vasculaire mechanismen.
[Medicalfacts]

Vrouwen met diabetes raken minder snel zwanger

diabetes vrouwVrouwen met diabetes raken minder snel zwanger dan vrouwen zonder diabetes. Tot die conclusie komen onderzoekers uit de Verenigde Staten en Noorwegen.

Wat is het probleem en wat is er tot nu toe over bekend?
Vrouwen met diabetes hebben vaak problemen die invloed hebben op hun vruchtbaarheid. Zo hebben ze vaker een onregelmatige menstruatiecyclus, en eindigt een zwangerschap vaker in een miskraam. De onderzoekers vermoeden daarom dat vrouwen met diabetes minder snel zwanger raken dan vrouwen zonder diabetes. Maar er is nog maar weinig onderzoek gedaan op dat gebied. Daarom hebben ze dit nu uitgebreid onderzocht.

Hoe en waarmee is het onderzoek gedaan?
Aan het onderzoek deden 58.004 zwangere vrouwen mee. Daarvan hadden er 221 diabetes type 1, en 88 diabetes type 2. Alle deelnemers vulden een vragenlijst in, waarin ze informatie gaven over hoe lang het duurde voordat ze zwanger waren geraakt. Met die gegevens rekenden de onderzoekers uit of vrouwen met diabetes minder snel zwanger raken dan vrouwen zonder diabetes.

Lees verder op Leesbaaronderzoek.nl

Screening zwangerschapsdiabetes simpeler

zwangere vrouwScreening op zwangerschapsdiabetes is tijdrovend en duur. Canadese onderzoekers stellen een nieuwe methode voor, waarbij de buikomtrek en de triglycerideconcentratie worden gemeten.

Diane Brisson c.s. ontdekten een significant verband tussen het gelijktijdig voorkomen van abdominale obesitas en hypertriglyceridemie in het eerste trimester van de zwangerschap en de kans op glucose-intolerantie later in de zwangerschap. Hun bevindingen verschenen op 20 september in Canadian Medical Association Journal.

In een prospectief cohortonderzoek werden 144 vrouwen met een eenlingzwangerschap gevolgd. De vrouwen waren jonger dan veertig jaar en hadden geen voorgeschiedenis met DM 1 of 2. Na 11 tot 14 weken zwangerschap werd de buikomtrek gemeten; op dit tijdstip werden ook de glucose- en triglycerideconcentratie in het bloedplasma bepaald. Een orale glucosetolerantietest (OGTT) vond plaats na 24 tot 28 weken zwangerschap.

Lees verder op Medisch Contact

Borstvoeding weert diabetes

Moeders die borstvoeding geven, beschermen zichzelf tegen diabetes in hun latere leven. Britse onderzoekers suggereren dat borstvoeding het risico op pre-diabetes kan halveren.

Pre-diabetes is een aandoening die kan leiden tot volwaardige diabetes en hart- en vaatziekten. Bij een studie onder 704 vrouwen, die allemaal hun eerste kind verwachtten, werd de ontwikkeling van het metabool syndroom bekeken, dat tot pre-diabetes kan leiden. De vrouwen werden gedurende twee decennia na de geboorte, opgevolgd.

Borstvoeding bleek het risico te verlagen met 39 tot 56 procent, afhankelijk van hoe lang de borstvoeding werd gegeven. Vrouwen die zwangerschapsdiabetes ontwikkelden tijdens hun zwangerschap, genoten nadien zelfs nog betere bescherming. Hun risico op pre-diabetes verlaagde met 44 tot 86 procent.

Hoe borstvoeding erin slaagt om diabetes terug te schroeven, is voor de onderzoekers nog onduidelijk.

Diabetes bij jongeren

kinderdiabetesOngeveer 8000 jongeren in de leeftijd tot 20 jaar betrokken in 2008 in Nederland diabetesmedicatie van de openbare apotheken. Dit aantal is de afgelopen vier jaar niet gewijzigd. Toch komen er jaarlijks in de groep tot 15 jaar gemiddeld veertig nieuwe insulinegebruikers per levensjaar bij.

Van diabetes mellitus komen de varianten type 1 en type 2 het meeste voor. Bij diabetes type 1 maakt de alvleesklier geen insuline meer aan en moet insuline worden toegediend. Dit type diabetes heette vroeger ook wel juveniele diabetes, omdat het al op jonge leeftijd kan voorkomen. Dit in tegenstelling tot diabetes type 2, dat voorheen ouderdomsdiabetes werd genoemd.

Bij diabetes type 2 maakt het lichaam zelf nog wel insuline aan, maar te weinig om aan de behoefte te voldoen. Bij dit type kunnen orale bloedglucoseverlagende middelen worden toegepast, die de alvleesklier aanzetten meer insuline te maken ter verlaging van het bloedglucosegehalte. Doordat de alvleesklier in de loop der tijd steeds minder functioneert, komt het voor dat mensen met diabetes type 2 ook insuline moeten gaan gebruiken. Zwaarlijvigheid is een belangrijke oorzaak van dit type diabetes, dat om die reden ook steeds vaker voorkomt bij jongeren.

Zwangerschapsdiabetes is een tijdelijke vorm van diabetes, waarbij in de meeste gevallen dieetadviezen volstaan en geen medicatie nodig is. In 15% van de gevallen is evenwel behandeling met insuline nodig. Na de zwangerschap is het bloedglucosegehalte snel weer normaal. Toch krijgt de helft van de vrouwen met zwangerschapdiabetes binnen vijf jaar na de bevalling diabetes type 2.
De laatste jaren zijn ‘nieuwe’ typen ontdekt en beschreven (www.dvn.nl), zoals MODY, LADA en MIDD. Deze typen komen veel minder vaak voor.

Gebruikers
Nederlandse openbare apothekers verstrekten in 2008 diabetesmedicatie aan 680.000 mensen. Van hen ontvingen 125.000 uitsluitend insuline en 450.000 alleen orale bloedglucoseverlagende geneesmiddelen, terwijl 105.000 mensen beide gebruikten.

Van de mensen die in 2008 diabetesmedicatie gebruikten zijn 8000 jonger dan 20 jaar. Vrijwel al deze gebruikers ontvingen uitsluitend insuline. Het aantal gebruikers van orale glucoseverlagende geneesmiddelen is tot die leeftijd zeer beperkt. In de leeftijdsjaren daarna stijgt het aantal gebruikers in eerste instantie licht en daarna sterker.
Opvallend is dat in de groep tot 15 jaar het aantal gebruikers van insuline jaarlijks per levensjaar met ongeveer 40 toeneemt (1 op 5000 kinderen per leeftijdsjaar), terwijl dat aantal in de volgende tien levensjaren globaal gelijk blijft, om daarna weer in ongeveer dezelfde mate toe te nemen. Hierdoor treedt geen wijziging op in het aantal insulinegebruikers in de leeftijd tot 20 jaar.

Verschillende insulines
In 2008 verstrekten apothekers 60.000 keer insuline aan een jongere beneden 20 jaar. Het merendeel van die verstrekkingen, 62%, betrof een snelwerkende insuline, 29% een langwerkende insuline. Uit de tabel blijkt dat de enkelvoudige variant van middellangwerkende insuline en de vaste combinatie van middellangwerkende en snelwerkende insuline in de afgelopen jaren minder vaak zijn verstrekt, ten gunste van de enkelvoudige snel- en langwerkende insulines. Een gelijk beeld is waarneembaar bij de groep bestaande uit alle leeftijden.
[Stichting Farmaceutische Kengetallen]