Wie heeft zich verdienstelijk gemaakt voor goede diabeteszorg voor kinderen?

kinderdiabetesOproep voor kandidaten Leonard-prijs 2010
Komend najaar wordt voor de achtste maal de Leonard-prijs uitgereikt. Goede diabeteszorg voor kinderen en jongeren krijgt hiermee extra aandacht. Het is tot 1 november a.s. mogelijk kandidaten voor te dragen. De Leonard-prijs – een initiatief van de Stichting Diabetes Education Study Group Nederland (DESG) – is ingesteld als eerbetoon aan een persoon (of groep personen) die zich bijzonder verdienstelijk heeft gemaakt voor het welzijn van het kind met diabetes.

Aan de prijs, die eenmaal in de twee jaar wordt uitgereikt, is een geldbedrag van vijftienhonderd euro verbonden, te besteden naar eigen inzicht. Met name kinderen zelf wordt gevraagd namen te noemen van personen of groepen die volgens hen in aanmerking zouden moeten komen voor deze eervolle prijs. Maar uiteraard kunnen ook ouders en andere belangstellenden kandidaten voordragen. Gezien de grote verscheidenheid van onderscheidingen voor artsen wil de jury de Leonard-prijs graag toekennen – evenals alle vorige keren – aan een niet-medicus.

De Leonard-prijs – genoemd naar Leonard Thompson, een jongen die als eerste mens in 1922 door Banting en Best werd behandeld met insuline – is tot nu toe zeven keer uitgereikt. Vier kinderdiabetesverpleegkundigen kregen de prijs: Janny de Visser (1990), Katja Zuur (1995), Aly Pruijs-Brands (2003) en Marja den Boer-Pompert (2006). Daarnaast ging de Leonard-prijs naar actief DVN-lid Ruud van Dam (1992), de Werkgroep KinderDiabetesVerpleegkundigen (1999) en oud-volleybalspeler en ‘diabetesambassadeur’ Bas van de Goor (2008).

Iedereen wordt uitgenodigd uiterlijk op 1 november 2010 kandidaten voor de Leonard-prijs te e-mailen aan dr. H.M. Reeser, kinderarts-endocrinoloog in Den Haag en voorzitter van de jury Leonard-prijs DESG Nederland, e-mail leonardprijs@reeser.demon.nl. Of per brief aan dr. H.M. Reeser, kinderarts-endocrinoloog, p/a Juliana Kinderziekenhuis, postbus 60604, 2506 LP Den Haag.
[Diabetesfonds]

Verantwoordelijkheid voor de behandeling van diabetes type 2: wat wil de patiënt?

diabeteszorgBijna tweederde van de mensen met diabetes type 2 wil zelf de verantwoordelijkheid nemen voor de behandeling. Toch willen bijna negen van de tien mensen met diabetes type 2 dat de dokter of de verpleegkundige een belangrijke rol speelt in de behandeling. Dat blijkt uit een studie van onderzoekers uit Utrecht.

Wat is het probleem en wat is er tot nu toe over bekend?
Mensen met diabetes voeren voor een belangrijk deel zelf hun behandeling uit. Maar we weten eigenlijk nauwelijks hoe mensen met diabetes type 2 daar tegenover staan. Hoe zien zij hun eigen verantwoordelijkheid voor de behandeling? Door wie laten ze het liefst de streefwaardes voor bijvoorbeeld de bloedsuikerspiegel bepalen? En in hoeverre zijn ze bereid om hun medicijnen in te nemen om die streefwaardes te halen? Dat hebben de onderzoekers nu onderzocht.

Lees verder op Leesbaaronderzoek.nl

NDF Zorgstandaard nu ook voor diabetes type 1

De NDF Zorgstandaard is uitgebreid met twee addenda voor diabetes type 1: volwassenen en kinderen. De NDF Zorgstandaard biedt een raamwerk voor goede diabeteszorg die de mens met diabetes centraal stelt. Daarbij gaat het niet alleen om de kwaliteit van de behandeling maar ook om de organisatie van de totale diabetes zorgketen.

Namens de KNMP heeft mevr. drs. M.J. van den Berg-de Witte, apotheker te Alphen aan den Rijn, meegewerkt aan de ontwikkeling van deze addenda. Wij zijn haar hiervoor zeer erkentelijk. In de zorgstandaard wordt aandacht besteed aan de ondersteuning van medicatiegebruik en therapietrouw en de rol van de apotheker hierbij.

De zorgstandaard omschrijft waar goede zorg aan moet voldoen. De zorgstandaard biedt daarmee een handvat voor zorgverleners om afspraken te maken over de zorg die ieder mens met diabetes type 1 zou moeten krijgen. Bovendien kan de patiënt op basis van de zorgstandaard zien wat onder ‘goede zorg’ wordt verstaan.

Tot nu toe beperkte de standaard zich tot de zorg voor volwassenen met diabetes type 2, verreweg de meest voorkomende variant. Door zowel zorgverleners als zorgvragers werd echter al lang aangedrongen op een uitbreiding van de standaard met type 1.
In de addenda type 1 wordt veel aandacht gegeven aan de behandeling tijdens de transitiefase omdat een optimaal verlopende transitie een goede overgang van kinder- naar volwassenzorg borgt. De addenda bieden duidelijke kwaliteitscriteria en beschrijven de overgang van nieuwe ontwikkelingen naar standaard care.

Nederland telt zo’n 60.0000 mensen met diabetes type 1. Daaronder 6.000 kinderen, waarvan er 400 jonger zijn dan 4 jaar. De meeste van hen worden niet in de eerste lijn begeleid maar klinisch behandeld in de tweede lijn.

De addenda zullen officieel gepresenteerd worden tijdens de NDF conferentie Diabetes en depressie op 24 maart in Nieuwegein. Maar ze zijn nu al te downloaden via www.diabetesfederatie.nl
[KNMP]

Informatieavond over toekomst diabetes

Genezing van type 1 diabetes: de toekomst is begonnen!
Diabeter organiseert informatieavond over toekomst diabetes met toonaangevende gastsprekers, waaronder dr. Bart Roep (LUMC).

Diabeteszorg voor kinderen en jongeren is continu in beweging. Een goede behandeling is voor kinderen en jongeren met diabetes letterlijk van levensbelang. Diabetesbehandelcentrum Diabeter organiseert op donderdagavond 22 januari een informatieavond over de ontwikkelingen op het gebied van het voorkomen en genezen van type 1 diabetes en rond diabetesbehandeling. Het doel van deze informatieavond is om ouders van kinderen met diabetes of tieners met type 1 diabetes (vanaf 15 jaar) te informeren over nieuwe ontwikkelingen en de laatste stand van zaken op diabetesgebied.

Toonaangevende sprekers
Een van de toonaangevende sprekers deze avond is Bart Roep. Roep, associate professor of medicine van de afdeling Immunohematologie en Bloedbank bij het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC), verricht al jaren onderzoek naar het ontstaan en de genezing van type 1 diabetes. Hij is een internationale autoriteit op dit gebied en ontving recent een prestigieuze Vici-subsidie voor zijn vernieuwende diabetesonderzoek gericht op uiteindelijk genezing. Op 22 januari vertelt hij over de ontwikkelingen op dit gebied en de verwachtingen die we wel of niet mogen hebben hierover. Daarnaast spreken dr. Henk Veeze en dr. Henk-Jan Aanstoot, kinderarts-diabetologen van Diabeter. Veeze gaat deze avond in op nieuwe behandelingsmethoden, zoals verbeterde pompen en de toepassing van de glucosesensor. Ook vertelt hij meer over technische ontwikkelingen, vernieuwingen en resultaten waar hij bij Diabeter en in internationaal verband aan werkt. Aanstoot geeft uitleg over researchprojecten die nu lopen en wat ze kunnen opleveren. Ook vertelt hij meer over onderzoeken naar de uitkomsten en verbeteringen van de huidige diabeteszorg op zowel medisch als psychosociaal gebied.

Details informatieavond
De informatieavond vindt plaats op donderdagavond 22 januari in de Grote Zaal in het Isala Theater in Capelle aan den IJssel. Het officiële programma start om 19:30 en duurt tot ca. 22:00 uur. Ouders met kinderen met diabetes of tieners met diabetes (vanaf 15 jaar) kunnen zich aanmelden via http://diabeter.merrick.nl of bellen met 010 – 280 72 77 (kies 9). Aan deelname zijn geen kosten verbonden. Meer informatie over het programma vindt u op www.diabeter.nl. In verband met het beperkte aantal plaatsen zijn er per gezin maximaal drie personen uitgenodigd.

Over Diabeter
Diabeter is het eerste zelfstandige, nationaal opererende diabetescentrum dat volledig is gespecialiseerd in de behandeling van kinderen en jongvolwassenen met diabetes. Het diabetesbehandelcentrum is een stichting zonder winstoogmerk. Op 1 oktober 2006 werd de eerste vestiging in Rotterdam geopend die de mogelijkheid bood om zorg te bieden aan patiënten uit heel Nederland. Met de opening van de tweede vestiging – Diabeter-Oost – in november 2008 in Deventer, worden nog meer kinderen en jongvolwassenen bereikt. Diabeter verricht naast de zorg en behandeling van diabetespatiënten ook wetenschappelijk onderzoek naar de oorzaken van diabetes, het voorkomen van diabetes en het verbeteren van de behandeling van de ziekte. Kijk voor meer informatie over het behandelcentrum op www.diabeter.nl.

CVZ: Verzekerde pakket diabeteszorg grotendeels toereikend

‘Pakketscan diabetes’ vergelijkt gevraagde, aangeboden en verzekerde zorg
In het verzekerde pakket zit het merendeel van de diabeteszorg die volgens richtlijnen nodig is en waar patiënten om vragen. Alle benodigde huisartsenzorg en medisch-specialistische zorg – en bijna alle bloedglucoseverlagende middelen – worden volledig vergoed. Wel lijkt de verzekerde diabeteszorg voor de ene groep patiënten toegankelijker dan voor de andere. Zo krijgen vrouwen minder zorg dan mannen en krijgen patiënten van Surinaamse, Turkse en Marokkaanse afkomst minder vaak de diabeteszorg die ze nodig hebben. Dit blijkt uit de Pakketscan diabetes – gevraagde, aangeboden en verzekerde zorg vergeleken, die het College voor zorgverzekeringen (CVZ) eind augustus aan de minister van VWS heeft aangeboden.

Het CVZ constateert dat het verzekerde pakket voor diabeteszorg grotendeels toereikend is. In het pakket zit namelijk het overgrote deel van de diabeteszorg die volgens richtlijnen nodig is en waar patiënten behoefte aan hebben. Sommige zorg wordt niet vergoed, ook al hebben mensen met diabetes daar wel behoefte aan. Aan het verzekerde pakket ontbreken bijvoorbeeld fysiotherapie en therapeutisch bewegen, bepaalde vormen van educatie of voorlichting, voetzorg en hulpmiddelen voor zelfcontrole.

Het verzekerde pakket aan diabeteszorg lijkt echter nog niet voor iedereen toegankelijk genoeg. In de praktijk krijgen mensen met diabetes niet alle zorg die ze nodig hebben en waarvoor ze ook via het basispakket verzekerd zijn. Zo komt het voor dat behandelaars controles overslaan, niet doorverwijzen of bepaalde medicijnen niet voorschrijven. Bovendien zijn er aanwijzingen dat vrouwen minder diabeteszorg krijgen dan mannen; er is minder aandacht voor hun seksuele problemen en voor de risico’s van hart- en vaatziekten.

Ook mensen van Surinaamse, Turkse en Marokkaanse afkomst lijken niet altijd de diabeteszorg te krijgen die ze gezien hun etnische achtergrond nodig hebben. Ze ontvangen dezelfde zorg als andere patiënten, maar de resultaten daarvan zijn minder goed.

Dit lijkt voor een deel te komen door onvoldoende aandacht voor etnische verschillen en sekse in wetenschappelijk onderzoek, richtlijnen en standaarden. Mensen van Turkse, Marokkaanse en Surinaamse afkomst krijgen twee tot vier keer zo vaak diabetes als autochtone Nederlanders, en Hindoestaanse Surinamers nog vaker.

Diabetes
Diabetes is een van de meest voorkomende chronische ziekten in Nederland: bij 700.000 mensen is diabetes gediagnosticeerd, en elk jaar komen daar 70.000 mensen bij. Bovendien zijn er naar schatting ook nog 250.000 mensen die diabetes hebben zonder het te weten. In 2003 werd in Nederland 735 miljoen euro uitgegeven aan diabeteszorg. Daarvan is 45 procent uitgegeven aan genees- en hulpmiddelen, 27 procent aan ziekenhuiszorg en 13 procent aan verpleging en verzorging.

Pakketscan
De Pakketscan diabetes vergelijkt gevraagde, aangeboden en verzekerde diabeteszorg en is het resultaat van een nieuw type onderzoek naar het pakket van verzekerde zorg: doorlichtingsonderzoek. Met dit type onderzoek beantwoordt het CVZ de vraag hoe toereikend en toegankelijk het verzekerde pakket is voor een bepaald indicatiegebied (in dit geval diabetes). Het CVZ doet dat door het pakket van verzekerde zorg, de zorgvraag en het zorgaanbod met elkaar te vergelijken.
[CVZ]

Diabetespatienten hebben baat bij zelfzorgcursus

Patiënten met diabetes type 2 hebben kort na hun diagnose veel baat bij een proactieve zelfzorgcursus. Dit concludeert Bart Thoolen in zijn promotieonderzoek. Om de ziekte onder controle te krijgen, moet een patiënt bepaalde leefregels volgen, bijvoorbeeld goed op hun voeding letten en regelmatig bewegen. De controle over de ziekte is nodig om mogelijke gevolgen van diabetes op de lange termijn te voorkomen. Voor veel nieuwe patiënten blijkt het moeilijk om deze zelfzorg onder de knie te krijgen, vooral omdat zij meestal weinig merken van hun ziekte. Thoolen promoveert op 24 oktober aan de Universiteit Utrecht.

Bart Thoolen onderzocht of de cursus de zelfzorg van patiënten bevordert en hun gezondheid kan verbeteren, met als uiteindelijk doel het voorkomen van langetermijncomplicaties. Hij richtte zich op 180 patiënten met diabetes type 2 die recentelijk zijn gediagnosticeerd via een grootschalig bevolkingsonderzoek. De cursus blijkt zeer effectief te zijn. In vergelijking met de controlegroep, bleken de cursisten meer te bewegen, een gezonder dieet te volgen en in het algemeen meer vertrouwen in hun zelfzorg te hebben. Bovendien leidde de cursus tot daling in gewicht en bloeddruk. De patiënten wisten deze verbeteringen ook langdurig vol te houden, tot tenminste 9 maanden na de cursus. Het is bijzonder dat zo’n korte cursus zo’n langdurig effect heeft, want meestal weten mensen verbeteringen in hun gezondheid zelden vol te houden als ze niet voortdurend begeleiding krijgen.

Motivatie of onvermogen
Het onderzoek van Bart Thoolen laat zien dat het goed kunnen volhouden van zelfzorg niet alleen een kwestie van motivatie of wilskracht is. Veel mensen willen wel veranderen maar slagen er vaak niet in, ondanks een behoorlijk doorzettingsvermogen. Slimme proactieve strategieën kunnen patiënten met diabetes hierbij helpen. In de cursus leren patiënten op eenvoudige wijze deze strategieën zich eigen te maken en toe te passen. Het onderzoek van Thoolen biedt zowel hulpverleners als patiënten aangrijpingspunten om de diabeteszelfzorg te verbeteren.

Proactief
De zelfzorgcursus is ‘proactief’ omdat patiënten stap voor stap leren vooruit te denken hoe zij hun ziekte het hoofd kunnen bieden met zelfzorg. Speciaal getrainde verpleegkundigen geven de cursus die uit een combinatie van individuele en groepsbijeenkomsten bestaat. Tijdens zes bijeenkomsten, verspreid over drie maanden, worden de hoofdthema’s van een goede zelfzorg behandeld. Deelnemers leren waarom de leefregels zo belangrijk zijn, hoe ze die kunnen inpassen in hun dagelijks leven, en hoe ze die kunnen volhouden. Via een vijfstappenplan leren patiënten hun goede voornemens te vertalen in concrete en haalbare doelen en plannen die rekening houden met hun specifieke mogelijkheden en beperkingen. Moeilijke momenten die de zelfzorg onderuit kunnen halen, worden van tevoren gesignaleerd en de deelnemers bedenken gezamenlijk allerlei praktische manieren om deze situaties het hoofd te kunnen bieden.

Diabetes type 2
Diabetes type 2 is een vorm van diabetes die meestal geleidelijk ontstaat, maar op de lange termijn tot ernstige complicaties kan leiden in onder andere hart en vaten, ogen, voeten en nieren. Medisch gezien hebben patiënten veel baat bij een vroege diagnose en een intensieve behandeling. Er is tot op heden echter weinig bekend over hoe patiënten omgaan met een dergelijke diagnose.
[UMC Utrecht]

Verpleegkundige levert minstens zo goede diabeteszorg als arts

Patiënten met diabetes type 2 (voorheen ’ouderdomsdiabetes’) hebben een grote kans op complicaties en staan daarom onder regelmatige controle. Ongeveer 850.000 mensen hebben diabetes in Nederland. Artsen kunnen de diabeteszorg niet alleen aan. Bas Houweling ontdekte dat verpleegkundigen een groot deel van deze diabeteszorg heel goed kunnen overnemen van artsen. De zorg blijft kwalitatief even goed en de patiënten zijn zelfs meer tevreden. De maatregel zal een kostenbesparing kunnen opleveren en past bovendien in het kabinetsbeleid: Minister Hoogervorst heeft taakverschuiving in de diabeteszorg hoog op de politieke agenda gezet gezien het verwachte artsentekort.

Houweling vergeleek voor zijn onderzoek twee groepen patiënten, de ene helft werd door een arts behandeld, de andere door een verpleegkundige. De verpleegkundigen hadden altijd de mogelijkheid om met een arts te overleggen en konden bij het voorschrijven van geneesmiddelen gebruikmaken van protocollen, gebaseerd op de Nederlandse diabetesrichtlijnen. De promovendus onderzocht vervolgens of de medische behandeling, kwaliteit van leven, diabetesgerelateerde klachten en tevredenheid van patiënten ten minste gelijk is aan die van de door artsen geleverde zorg.
Zowel patiënten die bij de huisarts komen, als degenen die zijn doorverwezen naar een internist blijken minstens evengoed te worden behandeld wanneer de taken zijn overgenomen door respectievelijk een praktijkondersteuner en een diabetesverpleegkundige.

[via diabetes2.nl]