Hoge dosis insuline mogelijk risicovol voor hart diabetespatiënt

insuline injectieHoge doses insuline, waarmee sommige patiënten met diabetes type 2 worden behandeld, verhoogt mogelijk het risico op hart- en vaatziekten.

Het lijkt erop dat insuline betrokken is bij het instabieler worden van plaques (opbouw van vetachtige stoffen aan de binnenkant van de bloedvaten). Insuline lijkt onder andere vaatnieuwvorming in plaques te stimuleren en zo de kans op een infarct te vergroten. Dat blijkt uit onderzoek van Katrijn Rensing.

Ongeveer de helft van de patiënten met diabetes type 2 overlijdt ten gevolge van hart- en vaatziekten.

Promotie Mw. K.L. Rensing
Insulin & Insulin-like growth factor-I. Two of a kind in the development of cardiovascular disease?
Promotor: dhr. prof. dr. E.S.G. Stroes
[Universiteit van Amsterdam]

Prestigieuze prijs voor diabetesonderzoek

hersenenEnkele weken geleden ontving onderzoeker Eelco van Duinkerken de dr F. Gerritzenprijs 2012 voor zijn proefschrift over hersenveranderingen als gevolg van diabetes type 1. De prijs bestaat uit 5.000 euro en een bronzen penning.

Met gebruikmaking van moderne technieken als MRI, MEG en fMRI geeft het onderzoek van Van Duinkerken een goed beeld van de schade aan de hersenen van diabetes type 1 patiënten als gevolg van de ziekte en de langdurige aanwezigheid van hoge bloedsuikers. Het gaat daarbij met name om veranderingen in cognitieve functies als de snelheid waarmee informatie wordt verwerkt, het tegelijkertijd uitvoeren van verschillende handelingen en soms ook het geheugen. Daarnaast blijkt dat er ook veranderingen zijn in de structuur en functie van de hersenen.

De resultaten uit Van Duinkerkens proefschrift bieden een goede basis voor verder onderzoek naar de wijze waarop de hersenveranderingen zich in de tijd ontwikkelen, en daarmee naar mogelijke behandelingen van hersencomplicaties bij diabetes type 1.

De dr. F. Gerritzen-prijs wordt jaarlijks uitgereikt voor het beste proefschrift op het gebied van diabetes mellitus. De ceremonie vindt plaats tijdens de jaarlijkse wetenschappelijke vergadering van de Dutch Diabetes Researchers Meeting. Het is in Nederland de meest prestigieuze prijs specifiek voor diabetesonderzoek. Tevens genomineerd voor de prijs was Daniel van Raalte, ook van het VUmc Diabetescentrum. Hij promoveerde afgelopen maand cum laude op onderzoek naar gevolgen van prednisongebruik voor de suikerstofwisseling.
[VUmc]

Onderzoek naar effect van hypo op brein

hersenenDe hersenen van mensen met diabetes lijken zich in te stellen op het optreden van hypo’s. Dit is de verrassende uitkomst van het proefschrift van biomedisch ingenieur Kim van de Ven. Bij het UMC St Radboud deed zij het eerste onderzoek wereldwijd naar de effecten van een hypo op het glucosegebruik van de hersenen. Het onderzoek is financieel mogelijk gemaakt door onder andere het Diabetesfonds.

Eén van de problemen waarmee mensen met diabetes te maken krijgen is de hypo, een te laag bloedsuikergehalte. Mensen met diabetes voelen een hypo meestal aankomen en kunnen dan het lage bloedsuiker omhoog krijgen door snel wat te eten. Sommige mensen raken er echter aan gewend en merken een hypo niet meer op. Dat zou vooral schadelijk kunnen zijn voor de hersenen, want die zijn voor hun brandstof bijna helemaal afhankelijk van de aanvoer van suiker (glucose) vanuit het bloed.

Wat er tijdens een hypo in de hersenen gebeurt, was tot nu toe een groot vraagteken. Het proefschrift van biomedisch ingenieur Kim van de Ven brengt daar verandering in. Zij promoveert op 5 december aanstaande.

Lees verder op de website van UMC St Radboud

Technologische innovatie zal de ervaring van de patiënt met injecties verbeteren: Kortere en dunnere naalden

BD Micro-Fine 4mm pennaaldTegenwoordig is de doelstelling van insulinetherapie het bereiken van een goede glycemiecontrole en het minimaliseren van alle bijwerkingen of risico’s die verband houden met insuline-injecties. Onbedoelde injectie van insuline in een spier zal waarschijnlijk aanleiding geven tot schommelingen van de bloedglucosewaarden.

Deze schommelingen worden versterkt wanneer de insuline van het NPH- of langwerkende analoge type is. Schommelingen van de bloedglucosewaarden worden nog meer versterkt wanneer de spier in werking is. Ze verhogen het risico op en de frequentie van hypoglycemie. De vrees voor hypoglycemie voedt reeds bestaande ongerustheid over insulinetherapie. Deze ongerustheidsymptomen worden meestal in verband gebracht met minder zelfcontrole, een geringer aantal dagelijkse insuline-injecties , minder goede glycemiecontrole, en een aanzienlijk groter risico op cardiovasculaire en perifere vasculaire aandoeningen. Een onbedoelde IM-injectie moet dus worden vermeden.

Het gebruik van korte naalden of verbeterde technieken, zoals het gebruik van een huidplooi, wordt aanbevolen in meerdere studies.  4 mm pennaalden gaan door de huid van de patiënt bij het injecteren op de gebruikelijke injectieplaatsen, onder een hoek van 90° ten opzichte van de huid. De insuline wordt daarbij SC toegediend met een zeer laag risico op onbedoelde IM-injecties. Naalden met een lengte van meer dan 4 mm leveren per bijkomende mm een steeds groter risico op een IM-injectie op. Hoe langer dus de naald, des te groter het risico op een IM-toediening van insuline. Deze uiterst belangrijke technologische doorbraak heeft een aanzienlijke bijdrage geleverd aan de levenskwaliteit van de patiënt. Injecties kunnen nu worden gegeven met minder pijn en minder risico op een IM-injectie. Dit kan helpen om het risico op hypoglycemische reacties te verminderen.
[Dr. Kenneth Strauss, Endocrinologist and Director of Safety in Medicine, European Medical Association, and European Medical Director, BD]

Doe mee aan het Diabeteszorgonderzoek

diabeteszorgWilt u de beste diabeteszorg ontvangen en controleren of de behandeling die u krijgt goed is? Doe dan mee aan het Diabeteszorgonderzoek. Met deze vragenlijst wil Diabetesvereniging Nederland (DVN) en het Nationaal Actieprogramma Diabetes (NAD) inzicht krijgen of u behandeld wordt volgens de Diabetes Zorgwijzer, de checklist voor goede zorg aan mensen met diabetes. Meedoen aan het onderzoek is mogelijk voor mensen met diabetes type 1 en 2.

Uw ervaring telt
Met uw ervaringen gaan wij aan de slag om de kwaliteit van de geleverde zorg voor diabetes type 1 en 2 te verbeteren. Het invullen van de vragenlijst kan op www.diabeteszorgonderzoek.nl en duurt ongeveer 25 minuten. De resultaten worden begin 2013 gepubliceerd op de website van DVN.

Doe mee en win!
De deelnemers die de vragenlijst volledig invullen maken kans op een weekendje weg t.w.v. € 250, een iPod Touch of 1 van de 10 cadeaubonnen van € 25. Om hier kans op te maken, kunt u aan het einde van de vragenlijst uw emailadres invullen. Deelnemen aan het onderzoek kan tot 30 november 2012 via www.diabeteszorgonderzoek.nl.
[Diabetesvereniging Nederland]

GAPP2™-onderzoek: vier van de vijf mensen met diabetes type 2 hebben last van hypoglykemie

diabetes vrouwHypo’s grote impact op bloedglucosecontrole en therapietrouw bij diabetes type 2
Vier van de vijf mensen met diabetes type 2 (80%) hebben wel eens een milde hypoglykemie (hypo) gehad. 36% heeft hier de afgelopen maand mee te maken gehad. Dit blijkt uit het GAPP2™ (Global Attitudes of Patients and Physicians)-onderzoek, dat mogelijk gemaakt is door Novo Nordisk. Uit het onderzoek blijkt bovendien dat hypo’s invloed hebben op de manier waarop mensen met diabetes type 2 omgaan met hun ziekte.

Bijna de helft (46%) van de GAPP2™ deelnemers, geeft aan dat zij na hun laatste hypo hun bloedglucose vaker zijn gaan controleren. Daarnaast geeft meer dan één op de 10 van de ondervraagden aan, de dosis van hun langwerkende-insuline te hebben aangepast. 16% van de mensen met diabetes type 2 zegt bewust hun insuline niet te nemen zoals voorgeschreven en 14% houdt bewust hun bloedsuiker op een hoger niveau dan aanbevolen, om een nachtelijke hypo te voorkomen.

Deelnemende medische professionals geven aan dat het risico op milde hypo’s, hun beslissingen bij het voorschrijven van insuline beïnvloedt. Bij de keuze van het soort insuline neemt 82% het risico op een hypoglykemie in overweging en meer dan de helft (57%) schrijft patiënten in eerste instantie een lagere dosis langwerkende insuline voor dan aanbevolen.

“Hypoglykemieën vormen een klinische uitdaging bij diabetes type 2 en beïnvloeden het gedrag van zowel de patiënt als de voorschrijver ten aanzien van insulinebehandeling,” aldus Afke de Jong, Medisch Directeur van Novo Nordisk B.V. “Om de glykemische regulatie en het welzijn van patiënten te verbeteren, moet er meer aandacht komen voor de manier waarop patiënten reageren op hypo’s en voor het belang van therapietrouw.”

Therapie-ontrouw bij insulinebehandeling kan een negatieve invloed hebben op de bloedglucoseregulatie en is een onafhankelijke voorspeller van mortaliteit.

Nieuwe data uit het GAPP2™-onderzoek tonen aan dat patiënten opzettelijk hun langwerkende insuline dosering verlagen, om hypoglykemieën te voorkomen.

  • 77% geeft aan dat ze de laatste keer bewust hun basale insulinedosis hebben verlaagd.
  • 63% denkt dat het niet toedienen van de basale insuline hun gezondheid op de lange termijn negatief beinvloedt.
  • 37% geeft aan dat ze zich schuldig zouden voelen als ze een dosis langwerkende insuline niet zouden toedienen.
  • 48% heeft de basale insuline wel eens helemaal weg gelaten.
  • 51% heeft een basale dosis wel eens meer dan twee uur voor of na het juiste tijdstip genomen.
  • 38% heeft wel eens een dosis basale insuline verlaagd.

Hoewel patiënten de gevolgen van dit gedrag inzien, doseert een aanzienlijk deel hun insuline bewust anders dan voorgeschreven. Het streven naar een optimale bloedglucoseregulatie is belangrijk voor mensen met diabetes, omdat het helpt de kans op complicaties op de lange termijn te reduceren.

Over GAPP2™
De resultaten van het GAPP2™-onderzoek werden gepresenteerd tijdens de Annual Meeting van de European Association for the Study of Diabetes (EASD). De eerste data uit GAPP2™ zijn eerder dit jaar gepresenteerd, tijdens de Scientific Sessions van de American Diabetes Association (ADA). De volledige dataset zal eind 2012 worden gepubliceerd.

Over Changing Diabetes
Novo Nordisk beschouwt het als haar missie om de toekomst van diabetes te veranderen. Deze missie heeft de organisatie vormgegeven in haar ‘Changing Diabetes’-programma, dat diverse nationale en internationale initiatieven omvat die erop zijn gericht om het leven van mensen met diabetes te verbeteren en de toekomst van diabetes te veranderen. Onderzoek is een van de vijf pijlers van Novo Nordisk’s Changing Diabetes-programma. De onderneming investeert op grote schaal in nationaal en internationaal diabetesonderzoek zoals GAPP2™ ter verbetering van de diabeteszorg en -behandeling. Op deze manier draagt Novo Nordisk bij aan het verbeteren van het leven van mensen met diabetes. Meer informatie op www.changingdiabetes.nl.
[Novo Nordisk]

Tieners met diabetes hebben veel baat bij psycho-sociale ondersteuning

diabetesEr is nog veel winst te halen in de begeleiding van tieners met diabetes. Dat blijkt uit het promotie-onderzoek van medisch psycholoog Nienke Maas van het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven. Artsen en verpleegkundigen onderschatten het psycho-sociale aspect en de winst die daar mee gehaald kan worden in het diabetesmanagement van de jongeren. Om de jongeren betere diabeteszorg te bieden moet de psycho-sociale diabeteszorg 180 graden om. Zo stelt Nienke Maas.

Uit haar promotieonderzoek blijkt dat het eenvoudig stellen van de juiste vraag veel meer informatie oplevert over de gezondheidstoestand van de patiënt. “Uit het antwoord op de vraag ‘Geef je leven een cijfer?’ krijg je meer informatie dan met de vraag ‘Hoe gaat het met je?’” aldus Nienke Maas. “Het lijken simpele vragen, maar uit mijn proefschrift blijkt de winst enorm.”

Term ‘psycholoog’ besmet
Bovendien is de term ‘psycholoog’ besmet onder jongeren. Zij gaan niet uit zichzelf naar een psycholoog om hun verhaal te vertellen. “Daar schamen ze zich vaak voor,” aldus Nienke Maas. Zij ziet een grote rol weggelegd bij de artsen en diabetesverpleegkundigen om de drempel te verlagen. “Door meer aandacht te besteden aan de psycho-sociale aspecten van de jongeren kan er een enorme winst behaald worden in het diabetesmanagement. Het gaat namelijk over het veranderen van je gedrag.” De psycho-sociale zorg zou dan ook vaker aangeboden moeten worden. “Het moet ingepast worden in het zorgsysteem,” aldus Nienke Maas.

Als de jongere uiteindelijk bij de medisch psycholoog terecht komt, wordt in kleine stapjes gewerkt aan beter diabetesmanagement. “Specialisten kijken vaak medisch naar de patiënt. Maar een grote winst zit nou juist in de goede psycho-sociale benadering. Zoals de juiste vragen stellen om onderliggende problemen sneller boven tafel te krijgen.” Als een jongere met diabetes bij de medisch psycholoog, arts of diabetesverpleegkundige terecht komt, moet die geen torenhoge doelen stellen. “Het moet stapje voor stapje aangepakt worden. Altijd kijkend vanuit de succeservaring. Dan bereik je de grootste winst bij tieners met diabetes.”
[Catharina Ziekenhuis]

Virus gelinkt aan diabetes

diabetesHet veelvoorkomende cytomegalovirus (CMV) is een risicofactor voor het ontwikkelen van type 2 diabetes, ontdekten onderzoekers van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). Bij ouderen die ooit besmet zijn met het cytomegalovirus, blijkt diabetes 2,4 keer zo vaak voor te komen als bij leeftijdgenoten die het virus misliepen.

Dr. Andrea Maier (Ouderengeneeskunde) en haar collega’s keken naar 549 ouderen die deelnamen aan de Leiden 85-plus Studie. Ouderen die positief scoorden op het cytomegalovirus, kampten met een slechtere bloedsuikerhuishouding en leden significant vaker aan type 2 diabetes. Hoe CMV tot diabetes kan leiden, is nog niet bekend. “Het virus kan zich delen in de bètacellen in de alvleesklier, die insuline produceren”, vertelt Maier. “Mogelijk heeft het virus op die manier rechtstreeks invloed op de suikerhuishouding. Een andere optie is dat het effect indirect is. Een chronische virusinfectie bezorgt het afweersysteem stress, waardoor het mogelijk de eigen bètacellen gaat aanvallen.”

Jongere mensen
De onderzoekers benadrukken dat deze studie is uitgevoerd bij een selecte groep oudste ouderen. “Zij hebben andere, veel belangrijkere risicofactoren – zoals overgewicht en tekort aan beweging – al overleefd, waardoor subtielere factoren als CMV mogelijk duidelijker naar voren komen”, zegt Maier. “Bovendien zijn ouderen gemiddeld langer met CMV besmet geweest, waardoor het virus meer tijd heeft gehad om kwaad aan te richten.” Onderzoek onder jongere mensen moet uitwijzen of ook bij hen een verband bestaat tussen CMV en diabetes.

Sociaal-economische status
CMV wordt overgebracht via lichaamsvocht als urine en speeksel. Van de vijftigjarige Nederlanders is ongeveer 50 procent besmet, en voor elke tien jaar leeftijdsverhoging stijgt dat percentage met 10. Het virus komt vaker voor bij mensen met een lagere sociaal-economische status. “Zij hebben ook om andere redenen meer kans op diabetes”, aldus Maier. “Deze mensen zijn vaker te zwaar en bewegen minder.” De onderzoekers corrigeerden voor deze risicofactoren om uit te sluiten dat ze eigenlijk naar deze achterliggende factoren keken in plaats van naar het virus. “Die correctie bleek nauwelijks effect te hebben op onze bevindingen. Het gaat dus wel degelijk om het cytomegalovirus zelf.”

Vaccinatie
Besmetting met het cytomegalovirus verloopt meestal onopgemerkt; iemand voelt zich hooguit een paar dagen moe en slap. Na besmetting blijft het virus levenslang latent aanwezig. Voor mensen met een verzwakte afweer, bijvoorbeeld na een stamceltransplantatie, en voor ongeboren kinderen kan het virus wél gevaarlijk zijn. Om die reden wordt op dit moment gewerkt aan een CMV-vaccin. “Het zou mooi zijn als daarmee ook de kans op diabetes op oudere leeftijd verkleind wordt”, merkt Maier op.
[LUMC]