Ruim 800.000 mensen met diabetes in Nederland

diabetes vrouwRuim 800.000 mensen in Nederland zijn met diabetes bekend bij de huisarts. Dat blijkt uit een peiling van het RIVM op 1 januari 2011. Daarnaast laat het onderzoek zien dat er in het jaar 2011 87.000 nieuwe mensen met diabetes bij komen. Het aantal mensen met diabetes neemt sinds 2000 fors toe. Bij mannen is het aantal verdubbeld, bij vrouwen is er een toename van 65 procent.

De cijfers worden vandaag op de RIVM website Nationaal Kompas Volksgezondheid gepubliceerd. Op 1 januari 2011 waren er 801.000 mensen met diabetes bekend bij de huisarts. Dat was 48 per 1.000 Nederlanders (ongeveer gelijk voor mannen en vrouwen). In de leeftijdsgroep van mensen tussen 40 tot 75 jaar komt diabetes meer bij mannen voor dan bij vrouwen. Bij mensen boven 75 jaar komt diabetes meer bij vrouwen voor. Diabetes komt het meeste voor bij mannen en vrouwen tussen de 70 en 80 jaar. Ongeveer 90% van de diabetespatiënten heeft type 2 diabetes, alle overige diabetespatiënten hebben type 1 diabetes. Deze cijfers zijn gebaseerd op het aantal patiënten dat bekend is bij de huisarts in een landelijk representatieve huisartsenregistratie. Het Landelijk Informatie Netwerk Huisartsenzorg (LINH) is een netwerk van 84 geautomatiseerde huisartspraktijken en wordt uitgevoerd door het NIVEL.

Deel mensen met diabetes niet bij huisarts bekend
Het RIVM-onderzoek geeft verder aan dat het aantal mensen met diabetes in werkelijkheid een kwart hoger ligt dan de gediagnostiseerde 801.000. Dit komt omdat lang niet iedereen met diabetes bekend is bij de huisarts. Daarnaast hebben nog ongeveer 750.000 mensen tussen de 30-70 jaar een verstoorde glucosetolerantie. Een verstoorde glucosetolerantie komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen. Deze zogenoemde prediabeten hebben een verhoogde kans op het ontwikkelen van diabetes. De ervaring leert dat ongeveer een op de drie prediabeten binnen zes jaar diabetes ontwikkelt, hoewel dit cijfer sterk varieert tussen verschillende onderzoeken en landen. Het is mogelijk om die verhoogde kans op diabetes met preventieve maatregelen, zoals leefstijlinterventies, te verlagen en zo het ontstaan op diabetes uit te stellen of te voorkomen.

Het aantal mensen met diabetes blijft toenemen
De laatste publicatie van diabetescijfers in 2007, met een schatting van 668.000 mensen met diabetes op 1 januari 2007, was gebaseerd op deels andere huisartsregistraties. Dit maakt een directe vergelijking met de huidige schatting lastig. Twee longitudinale studies, waarin het aantal diabetespatiënten over een lange periode is geregistreerd, laten echter zien dat het aantal mensen met diabetes sterk is gestegen. De stijging was het grootst vanaf ongeveer 2000. De prevalentie van diabetes is in de periode 2001-2011 voor mannen ruim verdubbeld en voor vrouwen met ruim 60% toegenomen. Een deel van de stijging is te verklaren door demografische ontwikkelingen (groei en vergrijzing van de bevolking). Verder heeft de toename te maken met het stijgend aantal mensen met overgewicht en/of een verminderde lichamelijke activiteit en met de actievere opsporing van diabetespatiënten door de huisartsen.

Vanwege de groei en de vergrijzing van de bevolking, en de verwachte verdere toename van mensen met overgewicht in de toekomst, verwacht het RIVM een verdere toename van het aantal mensen met diabetes. Alleen al op basis van demografische ontwikkelingen zal het aantal diabeten in de komende 20 jaar met ongeveer 30% stijgen.
[RIVM]

Merendeel van diabetespatiënten wordt in huisartsenpraktijk overbehandeld

diabetesDe huidige, intensieve manier van zorg verlenen aan diabetespatiënten in de huisartsenpraktijk heeft uitsluitend effect voor een kleine groep mensen met slechte gecontroleerde suikers. Dit impliceert dat het merendeel van de patiënten op dit moment wordt ‘overbehandeld’ en er ruimte is voor aanzienlijke kostenbesparingen als er meer maatwerk wordt geboden in de diabeteszorg. Dit is een van de conclusies uit het proefschrift Voorbij het ‘grote gemiddelde’: verbetering van de wetenschap en het bewijs omtrent de behandeling van chronisch zieken van Arianne Elissen waarop ze 25 april aanstaande promoveert aan de Universiteit Maastricht.

Haar onderzoek laat zien dat de behandeling van diabetespatiënten in Nederland en veel andere Europese landen tot op heden verre van patiëntgericht is. Richtlijnen en protocollen wegen zwaarder bij het opstellen van behandelplannen, dan de persoonlijke behoeften, wensen en mogelijkheden van patiënten. Bovendien blijkt uit het onderzoek, waarin gegevens werden gebruikt van meer dan 105,000 diabetespatiënten (ruim 10% van alle diabeten in Nederland) uit 18 zorggroepen in Nederland, dat slechts een kleine groep patiënten, namelijk degenen met onvoldoende glycemische controle, profijt heeft van de zorg, zoals die op dit moment in de huisartsenpraktijk wordt aangeboden. Voor patiënten in betere gezondheid is minder regie door de huisarts en meer aandacht voor zelfmanagement een betere en goedkopere manier om hun diabetes onder controle te houden. Om dergelijke ‘geïntegreerde zorg op maat’ in de praktijk te realiseren, beveelt het onderzoek verbeteringen aan in onder meer zelfmanagement ondersteuning en informatietechnologie alsook in de financiering van chronische zorg.

Het onderzoek is grotendeels uitgevoerd binnen het door de Europese Commissie gefinancierde DISMEVAL (‘Developing and Validating Disease Management Evaluation Methods for European Health Care Systems’)-project, waarin onderzoekers uit dertien Europese landen participeerden.
[Maastricht University]

Insulinecellen kunnen hun identiteit compleet veranderen

insuline injectieHormoonproducerende cellen in de alvleesklier blijken een metamorfose te kunnen ondergaan. Cellen die insuline maken veranderen in glucagonfabriekjes. Die ontdekking beschrijven LUMC-onderzoekers in wetenschappelijke tijdschrift Diabetes.

Insulineproducerende bètacellen kunnen in alfacellen veranderen die het hormoon glucagon maken. “Een onverwachte bevinding”, aldus Eelco de Koning, hoogleraar Diabetologie in het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). De onderzoekers zagen dit verschijnsel in het lab tijdens onderzoek aan de eilandjes van Langerhans, celgroepen in de alvleesklier waar de hormonen insuline en glucagon worden geproduceerd.

Blaasjes
“De eilandjes die we bekeken bleken opeens relatief meer alfacellen te bevatten. We konden uitsluiten dat dit komt doordat ze zich delen, of doordat de bètacellen afsterven”, aldus De Koning. “Door bètacellen een fluorescerend label te geven konden we zien hoe ze in plaats van blaasjes met insuline nu blaasjes met glucagon bevatten. Het werden dus alfacellen maar nog wel met enkele kenmerken van bètacellen.”

Verergering diabetes voorkomen
De ontdekking door eerste auteur van het artikel Siebe Spijker is bijzonder omdat volwassen cellen meestal niet meer van functie veranderen. Veel vragen staan nog wel open: hoe en waarom gebeurt deze metamorfose precies? De Koning: “We weten nog veel niet, maar deze vondst is zeer interessant. Als we dit begrijpen kunnen we wellicht ook de andere kant op: van alfacellen insuline-producerende bètacellen maken. Dat is belangrijk voor celtherapie. En patiënten met type 2 diabetes hebben te hoge glucagonspiegels. Er zijn aanwijzingen dat zij veel alfacellen hebben. Dat zou kunnen komen doordat een deel van hun bètacellen zich omvormt tot alfacel. We bekijken nu of daar in de eilandjes van deze patiënten aanwijzingen voor te vinden zijn.”

Insuline en glucagon
In de alvleesklier komen eilandjes van Langerhans voor met daarin onder meer cellen die insuline en glucagon maken. Glucagon zorgt ervoor dat de suikerspiegel in het bloed stijgt. Insuline vermindert juist de hoeveelheid suiker in het bloed. Diabetespatiënten maken te weinig insuline aan en kampen daardoor met te hoge suikerspiegels, wat schadelijk is voor de bloedvaten.

Het onderzoek is gefinancierd door de Bontius Sichting, het Diabetes Fonds en stichting DON.
[LUMC]

Nieuwe techniek voor opsporen vroege nierschade bij diabetes

nierenAnalyse van eiwitten en collageenfragmenten in de urine is een bruikbare methode om al vroeg de diagnose te kunnen stellen van nierschade bij patiënten met diabetes. UMCG-onderzoeker Alaa Alkhalaf denkt dat het daarmee in de toekomst mogelijk wordt om diabetespatiënten met een verhoogd risico op nierschade tijdig te behandelen en regelmatig te controleren.

De analyse van eiwitten en collageenfragmenten in urine die Alkhalaf heeft ontwikkeld maakt gebruik van proteomics-technieken. Meer onderzoek is nodig om te kijken of het routinematige gebruik van deze techniek bij patiënten met diabetes een zinvolle en kosteneffectieve benadering is.

Verder heeft Alkhalaf onderzoek gedaan naar genetische risicofactoren voor nierziekten bij diabetespatiënten. Het volgen van patiënten in de tijd leverde nieuwe inzichten op, waaronder de bevinding dat het carnosinase-1 gen (CNDP1) voorspellend is voor het risico op eindstadium nierfalen bij patiënten met type 1 diabetes. Genetische varianten bleken bij patiënten met type 1 diabetes andere effecten te hebben op achteruitgang van de nierfunctie dan bij patiënten met type 2 diabetes. Alkhalaf hoopt dat andere studies zijn bevindingen kunnen bevestigen en daarmee bijdragen aan het verhelderen van de rol van CNDP1 bij diabetische nierschade.

Tenslotte heeft Alkhalaf geen onderbouwing gevonden voor het gebruik van vitamine B1 bij patiënten met type 2 diabetes, omdat het niet leidt tot vermindering van eiwituitscheiding in de urine of andere markers van nierschade.

Promotie Alaa Alkhalaf
Novel approaches in diabetic nephropathy
10 april 2013
Promotors: prof.dr. G.J. Navis en prof.dr. H.J.G. Bilo
[UMCG]