Wereld Diabetes Dag 14 november 2011

Wereld Diabetes DagWereld Diabetes Dag (WDD) is de belangrijkste wereldwijde bewustwording campagne voor diabetes. Wereld Diabetes Dag werd in 1991 door de Internationale Diabetes Federatie (IDF) en de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) geïntroduceerd als reactie op de alarmerende toename van diabetes over de hele wereld.
In 2007 heeft Wereld Diabetes Dag voor het eerst plaatsgevonden onder auspiciën van de Verenigde Naties.

Het doel van Wereld Diabetes Dag is aandacht en begrip te vragen voor diabetes, die wereldwijd epidemische vormen aanneemt, onder volwassenen maar ook onder kinderen.

Wereld Diabetes Dag wordt elk jaar gevierd op 14 november ter gelegenheid van de verjaardag van Frederick Banting die, samen met Charles Best, aan de basis stond van de ontdekking van insuline in 1922.

Elk jaar nemen meer dan 200 lidorganisaties van de Internationale Diabetes Federatie uit meer dan 160 lidstaten van de Verenigde Naties, alsook verenigingen en organisaties, bedrijven, gezondheidswerkers en mensen met diabetes en hun gezinnen deel aan Wereld Diabetes Dag.

Meer informatie over dit wereldwijde initiatief: www.werelddiabetesdag.nl en www.worlddiabetesday.org

Vierde editie iPad magazine DiabetesDigital nu verkrijgbaar

MyDiabetesDigital - editie 4DiabetesDigital, het iPAD magazine voor mensen met diabetes, is vernieuwd. Een nieuw design en een nieuwe – meer persoonlijke – naam: MyDiabetesDigital. In deze vierde editie, maar de eerste met de nieuwe naam en nieuwe vormgeving onder andere:

  • een artikel over Power Yoga,
  • tips over ‘waar laat je je pomp ’s nachts’,
  • vier meiden die openhartig vertellen over hun eerst afspraakje – vertel je nu wel of niet dat je diabetes hebt? -, en
  • over kinderen met diabetes die voor het eerst naar school gaan.

MyDiabetesDitigal verschijnt nu ook in het Duits.

Download gratis de Free trial versie van DiabetesDigital.

Hoe werkt het?
Wanneer u de App hebt gedownload en bekijkt, raakt u het scherm helemaal onderin aan. Dan verschijnt een donkergrijze balk, met aan de linkerkant ‘BUY’. Wanneer u hier op klikt kunt u het volledige magazine kopen.
[Diabetes Fonds]

Allochtone diabetespatiënten ervaren weinig steun uit omgeving

diabetesLeefstijladviezen moeilijk in praktijk te brengen door culturele gewoonten Gezond leven houdt de bloedsuiker gezonder bij mensen met diabetes. Vandaar de vele leefstijladviezen, ook aan patiënten van allochtone afkomst. Die kennen de adviezen dan ook goed, zo blijkt uit nieuw onderzoek in Den Haag. Maar ze boksen op tegen sociale taboes rond diabetes en ‘anders’ zijn. Dat maakt veranderingen in leefstijl erg moeilijk. Educatieprogramma’s moeten daar meer aandacht voor hebben.

Bij allochtone diabetespatiënten is de bloedsuiker slechter onder controle dan bij autochtone mensen met diabetes. Er wordt altijd gedacht dat dat komt doordat ze voorlichting niet goed zouden begrijpen. Maar daar ligt het niet aan, blijkt uit onderzoek door TNO, GGD Den Haag en Medisch Centrum Haaglanden, uitgevoerd met geld van het Diabetes Fonds. Aan de groepsinterviews deden Turkse, Marokkaanse en Surinaams-Hindoestaanse patiënten met diabetes type 2 mee.

Thuis bewegen met de gordijnen dicht
Mensen kennen de leefstijladviezen zeker wel, maar culturele opvattingen maken het moeilijk om hun dagelijks leven aan te passen. Want dat maakt mensen ‘anders’ dan hun sociale omgeving, zo meldden de geïnterviewden. Ziekten worden ook nauwelijks besproken. Mensen proberen een tussenweg te vinden. Dus adviezen volgen zonder daarbij de culturele gebruiken te verlaten. Dat is niet makkelijk: “Als je bij iemand op visite bent en je eet niet, vanwege je diabetes, dan is dat beledigend voor die persoon”. Of zoals een vrouw toelichtte: “Ze willen dat we erg actief zijn en veel sporten, maar dat past niet bij Turkse vrouwen. Wij Turkse vrouwen proberen ons erg te houden aan wat we hebben geleerd van onze ouders. Ik beweeg thuis met de gordijnen dicht”.

Aanpassing nodig van voorlichtingsprogramma’s
De huidige diabetesprogramma’s met leefstijladviezen moeten beter worden afgestemd op andere culturen, aldus de onderzoekers. Zodat bijvoorbeeld familie en vrienden van iemand met diabetes meer begrip krijgen en steun kunnen bieden bij de behandeling – en dus ook bij leefstijlverandering.

Bert Kuipers, directeur van het Diabetes Fonds: “Dit project is gefinancierd door het Diabetes Fonds. We vonden het belangrijk dat de allochtone mensen zelf om hun mening is gevraagd. Dat is bij mijn weten voor het eerst gebeurd in dit onderzoek.” De resultaten van het onderzoek zijn onlangs gepubliceerd in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde.

Diabetes komt vaker voor bij allochtone groepen
Bij sommige allochtone groepen komt diabetes naar verhouding vaker voor dan bij autochtone Nederlanders. Het vaakst komt diabetes voor bij mensen van Hindostaans-Surinaamse afkomst. Van de mensen boven de 60 jaar heeft zelfs 37% diabetes. Bij mensen van Turkse, Marokkaanse en Surinaamse afkomst komt diabetes drie tot zes keer vaker voor dan bij autochtone Nederlanders. De verklaring wordt gezocht in erfelijke aanleg gecombineerd met andere leefgewoonten.

Over het Diabetes Fonds
Het Diabetes Fonds maakt zich sterk om diabetes en complicaties te voorkomen en te genezen. Om dat te bereiken zamelt het Diabetes Fonds geld in voor wetenschappelijk onderzoek en voorlichting. Het is hiermee de grootste financier van wetenschappelijk diabetesonderzoek in Nederland. Dankzij het Diabetes Fonds heeft het diabetesonderzoek in Nederland de afgelopen decennia een sterke impuls gekregen, waardoor nieuwe behandelmethoden snel binnen bereik van patiënten worden gebracht. De inzet van de duizenden vrijwilligers en steun van particulieren en bedrijven is daarvoor onmisbaar.
[Diabetes Fonds]

Meetinstrumenten voor bepaling bloedsuikerstofwisseling (HbA1c) bij patiënten met diabetes nog vaak onder de maat

diabetes bloedglucoseDe meeste zorgverleners in de diabeteszorg gebruiken de HbA1c waarde om te beslissen of zij patiënten moeten aanraden om de behandeling te veranderen of niet. Onderzoekster Erna Lenters-Westra, werkzaam in het Klinisch Chemisch Laboratorium van de Isala Klinieken in Zwolle, heeft aangetoond dat de meeste kleine, handzame instrumenten om de HbA1c waarde in het bloed te meten niet de verwachte nauwkeurigheid bieden. Als deze instrumenten worden gebruikt om de diagnose diabetes te stellen, kan dit leiden tot een over- of onderschatting van het aantal mensen met de ziekte. Ook kan de mate van ontregeling bij mensen met diabetes worden over- of onderschat. Lenters-Westra promoveert op 21 september aan de Rijksuniversiteit Groningen op de resultaten van haar onderzoek.

Het HbA1c is een onafhankelijke parameter voor de mate van controle van de suikerstofwisseling bij patiënten met diabetes (suikerziekte). De HbA1c waarde zegt iets over de gemiddelde bloedsuikerregulatie van de patiënt gedurende de laatste 6 tot 8 weken. Het heeft een voorspellende waarde voor de kans op complicaties van diabetes op langere termijn, bijvoorbeeld aan de ogen, nieren en bloedvaten. HbA1c wordt dan ook gebruikt voor het monitoren van de patiënt en het eventueel aanpassen van de behandeling.

Het meten van het HbA1c moet niet worden verward met het meten van de bloedsuikerwaarde die veel diabetespatiënten zelf doen met een vingerprik. Op basis van de bloedsuikerwaarde kunnen zij de hoeveelheid te gebruiken insuline voor dat moment bepalen. Het HbA1c geeft aan hoe goed de dagelijkse aanpassing van bloedsuikerwaarden over een langere periode is gelukt.

Handzame instrumenten om HbA1c direct af te lezen
Voor het meten van het HbA1c is een vereiste dat de gebruikte meetmethode nauwkeurig is en voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen hiervoor. Lenters-Westra heeft de prestaties van acht verschillende point-of-care instrumenten onderzocht. Met deze kleine, handzame instrumenten kan direct de HbA1c waarde worden afgelezen. Ze worden steeds meer gebruikt in de buurt van de patiënt, bijvoorbeeld als de arts direct bij het bezoek van de patiënt het HbA1c wil weten om dit met de patiënt te kunnen bespreken. Ook huisartsen en diabetescentra gebruiken steeds vaker point-of-care instrumenten. De nauwkeurigheid van zes van de acht point-of-care instrumenten was ver onder de maat. Lenters-Westra concludeert dat de analytische problemen van de point-of-care instrumenten aangepakt moet worden om te weten of deze instrumenten echt betrouwbaar zijn. Blijft dit achterwege, dan is het niet langer raadzaam om de instrumenten in de directe patiëntenzorg te gebruiken voor het vaststellen van de diagnose diabetes of hoe goed iemand met diabetes is geregeld.

Internationale impact
Recent heeft de American Diabetes Association voorgesteld om het HbA1c te gaan gebruiken voor het stellen van de diagnose diabetes, hetgeen het belang van de meting onderschrijft. Het onderzoek van Lenters-Westra heeft bijgedragen aan de beslissing in de Verenigde Staten dat de point-of-care instrumenten hiervoor niet gebruikt mogen worden.

Laboratoria in Nederland en België
Ook heeft Lenters-Westra de analysemethoden onderzocht die in 220 laboratoria in Nederland en België worden gebruikt. Uit haar onderzoek blijkt dat één op de vijf laboratoria een analysemethode gebruikt waarbij het HbA1c te zeer kan afwijken van de werkelijke waarde. In sommige laboratoria wordt een zeer nauwkeurige HPLC-methode gebruikt. Lenters-Westra concludeert dan ook dat de verscheidenheid aan kwaliteit van de analysemethoden enorm is, variërend van slecht tot zeer goed. In de klinisch chemische laboratoria blijkt veel kennis te zijn over de analytische kwaliteit van de methoden om HbA1c te meten. Zij kunnen een belangrijke rol spelen om de klinische zorg op dit terrein te verbeteren.
[UMCG]

Diabetesmedicijn Bydureon voor diabetes type 2 in de belangstelling

bydureon diabetesmedicijnDe European Medicines Agency heeft onlangs het medicijn Bydureon toegelaten op de Europese markt. Bydureon is bedoeld voor volwassenen met diabetes type 2. Het verlaagt de bloedsuiker en hoeft maar een keer per week geinjecteerd te worden. Bydureon is gebaseerd op de stof exenatide, afgeleid van een darmhormoon.

Behandeling van diabetes type 2 bestaat meestal uit het medicijn metformine. Daarnaast helpt het ook vaak om meer te bewegen en minder te eten. Op de lange termijn is dat vaak niet meer genoeg en moet iemand ook insuline gaan spuiten.

De stof exenatide is afgeleid van het darmhormoon GLP-1, dat wordt gevormd als reactie op voedsel. Darmhormonen geven na het eten een seintje aan de alvleesklier dat er meer insuline moet komen om de bloedsuikerspiegel te verlagen. Tegelijkertijd zorgen ze ervoor dat de lever minder bloedsuiker aanmaakt.

Onderzoekers Mathijs Bunck en Mark Fineman van het VUmc promoveren op 9 september op onderzoek naar het effect van exenatide in vergelijking met insuline. De resultaten zijn veelbelovend: door exenatide geeft de alvleesklier inderdaad meer insuline af en wordt de bloedsuiker lager. Bovendien vallen gebruikers af, vooral door afname van ongezond buikvet. Nog meer pluspunten zijn dat de insulinegevoeligheid groter wordt en de kans op hart- en vaatziekten afneemt.

Exenatide is dezelfde stof als in het medicijn Byetta, van dezelfde producent Eli Lilly. Het verschil zit ‘m in de toediening:  Bydureon hoeft slechts eenmaal per week te worden geïnjecteerd, terwijl Byetta dagelijks moet worden toegediend.

Het onderzoek is gefinancierd door Eli Lilly, de producent van het middel Bydureon en Byetta. Het is nog niet duidelijk of Bydureon in Nederland wordt vergoed en voor wie wel of niet. Update 8 september 2011: Bydureon is vanaf 1 oktober ook in Nederland beschikbaar. Het middel wordt volledig vergoed voor mensen met fors overgewicht (BMI groter dan 35 kg/m2).
[Diabetes Fonds]

Nationaal Diabetesonderzoek van start

diabetes insulineDe Diabetesvereniging Nederland (DVN) is zojuist begonnen aan een landelijk onderzoek ‘Leef met diabetes’ naar gevoelens, wensen en meningen van alle Nederlanders met diabetes. Via Leefmetdiabetes.nl kan iedereen met diabetes deelnemen en vragen beantwoorden over zelfzorg, de angst voor te hoge of te lage bloedglucosewaarden en de behandeling.

Afhankelijk van leeftijd en achtergrond van de deelnemer kunnen ook vragen over pijn, eetstijl en de manier waarop iemand tegen zijn/haar diabetes aankijkt, aan bod komen, evenals diverse vragen over slaapproblemen, vermoeidheid, de relatie tot anderen en seksualiteit.

Ook kinderen en jongeren met diabetes en hun ouders kunnen meedoen met dit onderzoek en aangeven welke problemen zij tegenkomen.