Stijgend gebruik diabetesmiddelen zet door

insuline injectieNederlandse openbare apotheken verstrekten in 2010, gerekend in dagdoseringen, vier procent meer orale bloedglucose verlagende middelen en drie procent meer insulines. Het aantal gebruikers van orale antidiabetica steeg met zeven procent. En de trend in de verschuiving van humane insulines naar insuline analogen zet verder door.

De NHG Standaard ‘Diabetes mellitus type 2’ noemt stapsgewijs de behandelopties met geneesmiddelen. Behandeling met geneesmiddelen komt in aanmerking bij patiënten met diabetes type 2 bij wie het niet lukt om met aanpassingen in levensstijl het glucosegehalte te laten dalen naar acceptabele waarden. Metformine is dan het geneesmiddel van eerste keus. Bij onvoldoende resultaat adviseert de standaard om naast metformine een sulfonylureumderivaat (SUD) te gebruiken. Is ook dit onvoldoende, dan is de derde stap het toevoegen van pioglitazon, een thiazolidinedion (TZD). Dit middel is overigens vanwege signalen over een mogelijk verhoogd risico op blaaskanker sinds maart 2011 onderwerp van studie door de European Medicines Agency (EMA). Dit is opvallend omdat het andere TZD, rosiglitazon, in september 2010 door de EMA van de markt werd gehaald vanwege een verhoogd risico op myocardinfarct. Levert ook stap drie niet het gewenste resultaat, dan is volgens de NHG Standaard een eenmaal daagse toediening van insuline de volgende stap. De patiënt moet dan wel eerst weer stoppen met pioglitazon.

Orale antidiabetica
Het aantal gebruikers van orale antidiabetica nam in 2010 met ruim 43.000 toe tot 695.000 (+7%). Deze gebruikerscijfers zijn gebaseerd op verstrekkingen van orale antidiabetica via de Nederlandse openbare apotheken. Aan deze gebruikers verstrekten apothekers in totaal 12,5 miljoen standaarddagdoseringen (DDD) Dat is vier procent meer dan in 2009. Bijna 88% van alle gebruikers van orale anti diabetica (610.000) slikt metformine. Dit aantal is in het laatste jaar met bijna 50.000 toegenomen. Het gebruik van SUD’s is in vergelijking met 2009 gelijk gebleven. Aan ruim 300.000 mensen verstrekten apothekers 2,4 miljoen DDD’s van deze SUD’s. Gezien het handels verbod van risoglitazon is het niet vreemd dat binnen de groep thiazolidinedionen een beperk te daling zichtbaar is. Apothekers verstrekten 8,4 miljoen DDD’s aan 30.000 gebruikers (–6%). De cijfers over het eerste kwartaal van 2011 wijzen erop dat de daling verder doorzet.

DPP–4 remmers
Eind 2007 deed de eerste DPP–4 remmer, sitagliptine (Januvia), zijn intrede in de markt. Vlak daarna kwam ook vildagliptine (Galvius) beschikbaar. Vorig jaar volgde saxagliptine (Onglyza). Van de twee eerstgenoemde middelen bestaan ook vaste combinaties met metformine Ze remmen het enzym DPP4 dat op zijn beurt het hormoon GLP–1 afbreekt. Dit hormoon, dat in de dunne darm wordt aanmaakt zodra er voedsel langskomt, stimuleert de afgifte van insuline, Het gebruik van DPP4– remmers verlengt daarmee de werking van GLP–1 en dat heeft een gunstig effect op het glucosegehalte. Behandelaren kunnen de overstap naar insuline uitstellen, door een DPP4–remmer toe te voegen. Het NHG ontraadt vooralsnog het gebruik van zo’n middel in de huisartsenpraktijk. Apothekers verstrekten in 2010 5,2 miljoen DDD’s van deze middelen aan 27.000 gebruikers. De middelen zitten duidelijk in de lift, want het aantal gebruikers is in 2010 met 85% gestegen. Gelet op het vooralsnog negatieve advies van het NHG is het opvallend dat 78% van de eerste voorschriften van DPP–4 remmers afkomstig was van een huisarts.

Update insulinegebruik
Het aantal gebruikers van insulines nam in 2010 met vier procent toe tot 285.00, Uitgedrukt in DDD’s bedroeg de stijging drie procent. De al enige jaren zichtbare trend dat het gebruik van humane insulines afneemt ten gunste van de nieuwste insuline–analogen, heeft zich in 2010 verder doorgezet. Het aantal verstrekkingen van humane insulines is in 2010 met 25.000 afgenomen tot 180.000 (–12%). Daartegenover staat een toename van het aantal voorschriften van insuline analogen met 90.000 tot ruim 1,5 miljoen (+6%). In totaal verstrekten apotheken bijna 1,7 miljoen keer een insuline.

Figuur 1: Aantal gebruikers van diabetesmiddelen in miljoenen

stijgend gebruik diabetes insuline sfk

In 2010 gebruikten 830.000 mensen diabetesmiddelen, bijna 150.000 zowel insuline als orale antidiabetica

Bron: Stichting Farmaceutische Kengetallen

VUmc opent poli voor psychosociale zorg voor diabetespatiënten

insuline injectieVanaf 1 juni kunnen diabetespatiënten uit Nederland terecht bij VUmc voor hulp bij psychosociale problemen. Diabetespatiënten lopen naast medische risico’s een twee keer zo hoge kans op psychische problemen, zoals depressie en angststoornissen. Deze problemen blijven vaak onbehandeld, wat negatieve gevolgen heeft voor het welzijn maar ook de diabetesregulatie van patiënten. Zo krijgt tot 20% procent van de patiënten te maken met een depressie. Maar ook eetproblemen, problemen in het werk, spuit- en prikangst en angst voor ernstige complicaties kunnen een zware belasting zijn.

Om het verwijzende huisartsen en specialisten gemakkelijk te maken is er een speciale website ontwikkeld: www.diabetesmentaal.nl . Via deze website kunnen zij hun patiënten makkelijk doorverwijzen naar de poli diabetes mentaal in VUmc. Patiënten krijgen voor hun eerste polibezoek een (digitale) vragenlijst, zodat snel duidelijk is waarin de patiënt zich belast voelt. Bijzonder aan de diabeteszorg in VUmc is dat het over de traditionele grenzen van somatische en psychische zorg heen gaat. In de behandeling werken artsen, psychologen, psychiaters en verpleegkundigen uit VUmc en GGZ inGeest nauw samen. Belangrijk voordeel van de nieuwe poli is dat patiënten voor hun diabeteszorg onder controle kunnen blijven bij hun vertrouwde behandelaar. Waar nodig biedt het Diabetescentrum aanvullende medische diagnostiek en consultatie.

Diabetes is een niet te onderschatten belastende aandoening, die elke dag een sterk beroep doet op de motivatie en het aanpassingsvermogen van de patiënt. Frank Snoek, hoogleraar medische psychologie VUmc: “Diabetes is een typische zelfmanagementziekte. Hoe een patiënt zich redt, heeft voor een groot deel te maken met zijn gedrag en zijn motivatie. Dan is het extra belangrijk om oog te hebben voor de nauwe wisselwerking tussen diabetes en het psychisch welzijn van een patiënt.”
[VUmc]