Verhoogde kans op diabetes type 2 bij gebruik ontstekingsremmers voor astma en COPD

Mensen met astma of COPD die inhaleerbare corticosteroïden gebruiken, hebben een verhoogde kans op diabetes type 2. Als ze al diabetes type 2 hebben, is bij gebruik van inhaleerbare corticosteroïden de kans dat de diabetes verslechtert ook verhoogd. Dat blijkt uit een studie van Canadese onderzoekers.

Wat is het probleem en wat is er tot nu toe over bekend?
Astma en COPD zijn aandoeningen aan de longen en luchtwegen. Patiënten met ernstige klachten krijgen vaak corticosteroïden als medicijnen. Corticosteroïden remmen ontstekingen in het lichaam. Deze medicijnen worden ook wel ontstekingsremmers of luchtwegbeschermers genoemd.

We weten niet goed of gebruik van inhaleerbare corticosteroïden bij astma en COPD de kans op diabetes type 2 verhoogt. Daarom hebben de onderzoekers dat nu uitgezocht.

Hoe en waarmee is het onderzoek gedaan?
Aan het onderzoek deden bijna 400 duizend mensen met astma of COPD mee. Ruim 27 duizend deelnemers hadden al diabetes type 2. Sommige deelnemers gebruikten inhaleerbare corticosteroïden voor hun astma of COPD. De onderzoekers hielden de deelnemers gemiddeld vijfenhalf jaar in de gaten.

Lees verder op Leesbaaronderzoek.nl

Bij metabool syndroom twee keer grotere kans op hart- en vaatziekten

Mensen met het ‘metabool syndroom’ hebben een twee keer grotere kans op hart- en vaatziekten. Ook de kans dat ze komen te overlijden is groter. Dat concluderen Canadese onderzoekers. Veel mensen met het metabool syndroom hebben al diabetes type 2, of zullen het binnen een paar jaar krijgen.

Wat is het probleem en wat is er tot nu toe over bekend?
Mensen met het ‘metabool syndroom’ hebben meestal te veel buikvet, een hoge bloeddruk, en een te hoge bloedsuikerspiegel. Daarnaast hebben ze vaak in hun bloed te veel vetstoffen en te weinig ‘goed’ cholesterol. Mensen met het metabool syndroom hebben vaak al diabetes zonder het zelf te weten. Of de kans is groot dat ze binnen een paar jaar diabetes krijgen.

We weten dat mensen met diabetes type 2 een ongeveer twee keer grotere kans hebben op hart- en vaatziekten, zoals een hartinfarct of een beroerte. Maar geldt dat ook voor mensen met het metabool syndroom? Dat hebben de onderzoekers nu uitgezocht.

Hoe en waarmee is het onderzoek gedaan?
De onderzoekers hebben 87 eerdere studies op dit gebied op een rijtje gezet. Aan die studies deden in totaal bijna een miljoen mensen mee. De onderzoekers hebben nieuwe berekeningen gedaan met de gegevens van deze studies.

Lees verder op Leesbaaronderzoek.nl

Herfstwandeling in Oosterbeek voor diabetespatienten

De Diabetes Vereniging afdeling Arnhem organiseert op zaterdag 9 oktober een wandeling in het bosrijke Oosterbeek.

Deze tocht is geschikt voor wie wel een stevige wandeling aankan en zal een kleine 2 uur duren. Goed schoeisel dragen is daarbij van belang. Maar voor wie dat wil kan er een kortere route gelopen worden, waarvan de paden beter begaanbaar zijn.

Vrijwilligers van DVN Arnhem organiseren regelmatig activiteiten en thema avonden voor leden en niet-leden. Doel is het bevorderen van kennis en levensstijl, en contacten te stimuleren.

* Deze gratis wandeling start om 14.00 vanaf de parkeerplaats van het Airbornemuseum Hartenstein, Utrechtseweg 232, Oosterbeek. De wandeling is bedoeld voor alle mensen met diabetes, niet alleen voor leden.

Orale antidiabetica in tien jaar verdubbeld

Orale antidiabetica en insuline vertonen al jaren een toenemend gebruik. Voor orale antidiabetica is er een verdubbeling in bijna tien jaar tijd. Het gebruik van insuline analogen neemt toe, ten koste van humane insulines.

De behandeling van diabetes is gericht op het verlagen van het glucosegehalte in het bloed. De geneesmiddelen die hiervoor ter beschikking staan zijn insulines en oraal te gebruiken bloedglucoseverlagende middelen. Patiënten met diabetes type 1 zijn afhankelijk van toe te dienen insulines omdat hun lichaam geen insuline aanmaakt.

Insulines
In de jaren tachtig van de vorige eeuw vervingen synthetische humane insulines de oorspronkelijk uit dieren geïsoleerde insulines. Sinds eind jaren negentig zijn de zogeheten insuline analogen beschikbaar. Deze zijn op humane insuline gebaseerd maar daarin zijn ter betere regulering van de opnamesnelheid uit de onderhuid, enkele aminozuren vervangen door andere.

Bij patiënten met diabetes type 2 (DM2) maakt het lichaam nog wel insuline aan, maar de hoeveelheid insuline is te weinig of de effectiviteit ervan is te laag. Patiënten met DM2 zijn daardoor in beginsel niet afhankelijk van insuline. Voor hen zijn orale bloedglucoseverlagende middelen beschikbaar die de alvleesklier stimuleren tot het aanmaken van meer insuline of die de verminderde gevoeligheid van het lichaam voor insuline bestrijden. Sommige patiënten met DM2 zijn evenwel (ook) aangewezen op het gebruik van insulines. In de eerste helft van 2010 verstrekten Nederlandse openbaar apothekers 830.000 keer insuline.

Het totale gebruik van insulines vertoont nog steeds een stijgende trend. Sinds 2000 is de hoeveelheid verstrekte insuline uitgedrukt in DDD’s met in totaal 68% gestegen. In 2009 gebruikten bijna 275.000 mensen insuline. Dat de ontwikkeling van de insuline analogen succesvol is, blijkt uit het feit dat ze in ruim 10 jaar tijd 90% van de totale insulinemarkt hebben veroverd.

Orale therapie bij DM2

Medicamenteuze behandeling van DM2 begint volgens de NHG standaard met het voorschrijven van metformine. Dit gebeurt wanneer dieetadviezen en het stimuleren van lichaamsbeweging niet voldoende effect hebben.

Wanneer het met metformine niet lukt het glucosegehalte voldoende te verlagen, komt volgens de standaard bij DM2–patiënten zonder hart– of vaatziekten (HVZ) als tweede stap de toevoeging van een sulfonylureumderivaat in aanmerking. Voor DM2–patiënten met HVZ maar zonder verhoogd risico op hartfalen wordt een thiazolidinedion (TZD) als toevoeging geadviseerd.

Sinds 2000 is de hoeveelheid verstrekte orale antidiabetica, uitgedrukt in DDD’s bijna verdubbeld. In totaal gebruikten in 2009 ruim 650.000 patiënten orale antidiabetica, waarvan 560.000 mensen metformine. Metformine neemt in de afgelopen jaren een steeds belangrijkere plek in. Het middel is de laatste jaren grotendeels verantwoordelijk voor de totale stijging van het aantal verstrekte DDD’s aan orale antidiabetica. In de eerste helft van 2010 verstrekten apothekers 5% meer orale antidiabetica (in DDD’s) dan in de eerste helft van 2009. Dit jaar* bestaat de helft van het aantal verstrekte DDD’s van orale antidiabetica uit metformine.

Het gebruik van sulfonylureumderivaten nam sinds 2000 met 18% toe. De afgelopen vijf jaar schommelde het aantal gebruikers rond de 300.000. Van de TZD’s nam het gebruik in de eerste jaren van dit decennium eerst flink toe, maar wegens gepubliceerde risico’s bij het gebruik van rosiglitazon, één van de TZD’s, nam het gebruik sinds 2006 weer af. Na een evaluatie van de risico’s schorste de Europese Commissie vorige week de handelsvergunning voor rosiglitazon. In de eerste helft van 2010 gebruikten nog 9000 mensen dat middel.

Sinds 2006 zijn de dipeptidylpeptidase–4–remmers (DPP–4–remmers), waarvan de NHG het gebruik in de huisartsenpraktijk vooralsnog afraadt, beperkt in opkomst. In de eerste 8 maanden van 2010 zijn er met 55.000 verstrekkingen al meer verstrekkingen geweest dan in geheel 2009. 89% van deze voorschriften waren afkomstig van huisartsen. In 2009 gebruikten 11.500 patiënten een DPP–4– remmer.

Naast het toegenomen aantal verstrekte insuline DDD’s valt de verschuiving van humane insulines naar insuline analogen op. Het stijgende gebruik van orale antidiabetica is met name toe te wijzen aan metformine.
[Stichting Farmaceutische Kengetallen]