Archief November 2009

DiabeteszorgBeter presenteert resultaten

18 November 2009

diabetes-insulineOp donderdag 12 november zijn de resultaten van het project ‘DiabeteszorgBeter in Noordoost Nederland’ aangeboden aan Minister Klink. Tijdens het congres ‘Eén zorg ontketend’ in het World Forum in Den Haag overhandigde Paul Habets, namens de 459 betrokken huisartsen, de eindevaluatie van dit project aan de minister.

Het project heeft geleid tot optimale zorg voor diabetspatiënten die onder behandeling staan bij de huisarts. Door geprotocolleerde inzet van praktijkondersteuners, diabetesverpleegkundige en internistisch advies, werd de samenwerking in de zorgverlening aan deze groep patiënten verbeterd.

Eenvoudige formule

DiabeteszorgBeter is gebaseerd op de werkwijze van het project Transmurale Diabeteszorg, dat in 1998 startte vanuit het Medisch Coördinatie Centrum Klik (MCC Klik) in de regio Zwolle. Dit project had als doel de diabeteszorg te verbeteren. De basis van die verbetering is even simpel als doeltreffend: bevorder dat huisartsen jaarlijks feedback krijgen over hun zorgverlening aan diabetespatiënten. Genereer die feedback met een structurele ondersteuning en vanuit een beperkte mix van structuur-, proces-, populatie- en uitkomstendata. Laat iedere huisarts, onder professionele toelichting en begeleiding, zijn gegevens spiegelen aan die van een grotere groep huisartsen. Omdat zorgverleners geen herhaling willen van uitkomsten onder het gemiddelde, wordt met deze methode professioneel handelen sterk bevorderd.

De resultaten op lange termijn van deze ‘simpele’ methode waren opmerkelijk: 50% minder kans op hartfalen, 50% minder amputaties, 20% minder ziekenhuisopnamen en 30% minder beroertes. De levensverwachting van patiënten met diabetes in de regio Zwolle is inmiddels gelijk aan die zonder diabetes.

In 2006 werd besloten tot de uitrol van deze werkwijze over zes extra regio’s in Noordoost Nederland, onder de projectnaam DiabeteszorgBeter. Deze uitrol vond plaats in de regio’s Meppel, Assen, Emmen, Hoogeveen, Hardenberg/Coevorden en Flevoland/Noordoostpolder. Daarmee participeerden 459 huisartsen (95 %) en werden gegevens geregistreerd van zo’n 27.000 patiënten met diabetes type 2.

Zorgsubstitutie geeft betere resultaten
Ondanks dat het percentage diabetespatiënten in de eerstelijn aanzienlijk toenam en het in de tweedelijn afnam en dus de ernst van diabetes in de huisartsenpopulatie toenam, behaalden alle regio’s toch progressief betere resultaten op de prestatieparameters. De uitgangswaarden lagen aanvankelijk al op het landelijk gemiddelde. Het aantal mensen met diabetes met een combinatietherapie of insulinebehandeling in de eerste lijn in Noordoost Nederland toegenomen van 8% in 2006 naar 11% in 2008. Het aantal van deze patiënten in tweede lijn is evenredig afgenomen.

De ketenaanpak resulteerde niet alleen in betere zorg. De mensen met diabetes in Noordoost Nederland zijn meer tevreden over de geboden zorg dan in de rest van Nederland. Op basis van deze goede resultaten is de werkwijze inmiddels een geïntegreerd onderdeel geworden van de reguliere diabeteszorg in zeven ziekenhuisregio’s in Noordoost Nederland.

Wetenschappelijk onderzoek
Een waardevolle bijwerking van de werkwijze is dat er een grote set gegevens is waarmee trendlijnen en gezondheidswinst op wetenschappelijk verantwoorde wijze inzichtelijk konden worden gemaakt. Dit is met name te danken aan de inzet van Henk Bilo c.s., internist te Zwolle en hoogleraar Transmurale Zorg UMCG.
[Artsennet]

Bloeddruk gebaat bij combinatietherapie

16 November 2009

Direct starten met een combinatie van bloeddrukverlagers is de trend bij de behandeling van hypertensie. Dit geeft minder bijwerkingen en verhoogt mogelijk de therapietrouw. Want daarmee is het ronduit slecht gesteld.

De trend in de behandeling van hoge bloeddruk is dat artsen steeds vaker starten met een combinatietherapie: de gangbare stepcare-therapie – waarbij gestart wordt met één bloeddrukverlager – moet plaatsmaken voor de start met een combinatie van bijvoorbeeld een ACE-remmer en een diureticum. De gedachte hierachter is dat de combinatie van meerdere antihypertensiva in een lagere dosering even effectief is als één middel in een hogere dosering, maar dat de combinatie minder bijwerkingen oplevert.

Verder wordt steeds duidelijker dat de therapietrouw bij de behandeling van hypertensie veel te wensen overlaat. De bijwerkingen zijn daar mogelijk debet aan. Ook kan het feit dat patiënten geen voordeel ervaren van hun behandeling daarbij een rol spelen. Een concrete oplossing is echter nog niet voorhanden.

Lees verder op PW

Diabetes op School

15 November 2009

kinderdiabetesDiabetesopschool.nl is bestemd voor ouders van schoolgaande kinderen met diabetes. En voor leerkrachten en begeleiders van leerlingen met diabetes in de klas. Voor ouders bevat deze site informatie en tips over hoe zij hun kind met diabetes goed voorbereid naar school kunnen laten gaan. Leerkrachten en begeleiders worden geadviseerd over wat zij kunnen en mogen doen voor kinderen met diabetes.

Nederland telt 12.000 schoolgaande kinderen en jongeren met diabetes. Jaarlijks komen daar 500 tot 600 kinderen en jongeren bij. Kinderen met diabetes kunnen in vanaf een bepaalde leeftijd heel goed voor zich zelf zorgen tijdens schooltijd. Maar daarbij moeten ze wel kunnen rekenen op begrip en begeleiding van leerkrachten en begeleiders. Deze website helpt alle betrokkenen daar samen afspraken over te maken. Met informatie, tips, checklists en voorbeeld-documenten om afspraken concreet te maken.

De informatie en instrumenten zijn ontwikkeld door ervaringsdeskundigen en professionals. Zij kennen de praktijk, kennen de problemen van kinderen met diabetes maar ook van scholen en leerkrachten. Deze website biedt oplossingen; praktisch en haalbaar.

Diabetesopschool.nl brengt school en zorg dichter bij elkaar. Als gebruiker van de website weet u dat u werkt met actuele informatie en deskundige adviezen. Bij de start alleen nog voor kinderen van 4 tot 12 jaar, maar binnenkort ook voor kinderen van 0 – 4 en 12 – 18 jaar.
Begrip en begeleiding – dat is wat kinderen met diabetes en ouders nodig hebben, dat is ook wat scholen en leerkrachten verdienen. En het is precies wat deze website biedt.

De alvleesklier en diabetes – 15 november in Je Lijf Je Leven op RTL4

14 November 2009

In oktober startte weer een nieuw seizoen van het televisieprogramma Je Lijf Je Leven op RTL 4. Presentatrice Morijntje Schröder, oftewel dokter Morijntje, neemt de kijker mee op ontdekkingsreis door het menselijk lichaam. Op zondag 15 november staat de gehele uitzending in het teken van de alvleesklier. Omdat dit orgaan een belangrijke rol speelt bij de productie en afgifte van insuline en daarmee dus ook gerelateerd is aan diabetes, gaat een groot deel van de uitzending over deze chronische aandoening.

Tijdens de uitzending wordt de werking van de alvleesklier uitgelegd. Bovendien gaat het programma dieper in op de meeste gangbare behandeling voor diabetes type 2 en de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van diabetesbehandeling. De uitzending wordt mede mogelijk gemaakt door Novo Nordisk, omdat het bedrijf ervan overtuigd is dat meer kennis over het eigen lichaam, bijdraagt aan een betere gezondheid.

De uitzending wordt herhaald op zaterdag 21 november om 10.15 uur en is hierna online on-demand beschikbaar op www.jelijfjeleven.nl.
[Bloedsuiker]

Wereldwijde standaard voor HbA1c

14 November 2009

diabetes-insulineHet HbA1c is een afspiegeling van het gemiddelde glucosegehalte in het bloed in de voorgaande zes tot acht weken. Wereldwijd worden er verschillende meetmethoden gehanteerd voor het bepalen van het HbA1c. Dit bemoeilijkt het doen van internationaal wetenschappelijk onderzoek. Daarom is er recent een referentiemethode ontwikkeld door de International Federation of Clinical Chemistry voor de wereldwijde standaardisatie van het HbA1c.

Het HbA1c-gehalte meet weliswaar de gemiddelde bloedglucosewaarde van de voorgaande periode, een HbA1c van 7% staat echter niet gelijk aan een gemeten bloedglucosewaarde van 7 mmol/l. Als de nieuwe referentiewaarden van kracht zijn, vanaf januari 2011, zullen de uitslagen waarschijnlijk wel overeenkomen. Wel zo duidelijk.

[Bloedsuiker, DiabeteSpecialist online maart 2006, MedNet en Nederlandse Diabetes Federatie]

Diabetes bij jongeren

13 November 2009

kinderdiabetesOngeveer 8000 jongeren in de leeftijd tot 20 jaar betrokken in 2008 in Nederland diabetesmedicatie van de openbare apotheken. Dit aantal is de afgelopen vier jaar niet gewijzigd. Toch komen er jaarlijks in de groep tot 15 jaar gemiddeld veertig nieuwe insulinegebruikers per levensjaar bij.

Van diabetes mellitus komen de varianten type 1 en type 2 het meeste voor. Bij diabetes type 1 maakt de alvleesklier geen insuline meer aan en moet insuline worden toegediend. Dit type diabetes heette vroeger ook wel juveniele diabetes, omdat het al op jonge leeftijd kan voorkomen. Dit in tegenstelling tot diabetes type 2, dat voorheen ouderdomsdiabetes werd genoemd.

Bij diabetes type 2 maakt het lichaam zelf nog wel insuline aan, maar te weinig om aan de behoefte te voldoen. Bij dit type kunnen orale bloedglucoseverlagende middelen worden toegepast, die de alvleesklier aanzetten meer insuline te maken ter verlaging van het bloedglucosegehalte. Doordat de alvleesklier in de loop der tijd steeds minder functioneert, komt het voor dat mensen met diabetes type 2 ook insuline moeten gaan gebruiken. Zwaarlijvigheid is een belangrijke oorzaak van dit type diabetes, dat om die reden ook steeds vaker voorkomt bij jongeren.
Zwangerschapsdiabetes is een tijdelijke vorm van diabetes, waarbij in de meeste gevallen dieetadviezen volstaan en geen medicatie nodig is. In 15% van de gevallen is evenwel behandeling met insuline nodig. Na de zwangerschap is het bloedglucosegehalte snel weer normaal. Toch krijgt de helft van de vrouwen met zwangerschapdiabetes binnen vijf jaar na de bevalling diabetes type 2.
De laatste jaren zijn ‘nieuwe’ typen ontdekt en beschreven (www.dvn.nl), zoals MODY, LADA en MIDD. Deze typen komen veel minder vaak voor.

Gebruikers
Nederlandse openbare apothekers verstrekten in 2008 diabetesmedicatie aan 680.000 mensen. Van hen ontvingen 125.000 uitsluitend insuline en 450.000 alleen orale bloedglucoseverlagende geneesmiddelen, terwijl 105.000 mensen beide gebruikten.

Van de mensen die in 2008 diabetesmedicatie gebruikten zijn 8000 jonger dan 20 jaar. Vrijwel al deze gebruikers ontvingen uitsluitend insuline. Het aantal gebruikers van orale glucoseverlagende geneesmiddelen is tot die leeftijd zeer beperkt. In de leeftijdsjaren daarna stijgt het aantal gebruikers in eerste instantie licht en daarna sterker.
Opvallend is dat in de groep tot 15 jaar het aantal gebruikers van insuline jaarlijks per levensjaar met ongeveer 40 toeneemt (1 op 5000 kinderen per leeftijdsjaar), terwijl dat aantal in de volgende tien levensjaren globaal gelijk blijft, om daarna weer in ongeveer dezelfde mate toe te nemen. Hierdoor treedt geen wijziging op in het aantal insulinegebruikers in de leeftijd tot 20 jaar.

Verschillende insulines
In 2008 verstrekten apothekers 60.000 keer insuline aan een jongere beneden 20 jaar. Het merendeel van die verstrekkingen, 62%, betrof een snelwerkende insuline, 29% een langwerkende insuline. Uit de tabel blijkt dat de enkelvoudige variant van middellangwerkende insuline en de vaste combinatie van middellangwerkende en snelwerkende insuline in de afgelopen jaren minder vaak zijn verstrekt, ten gunste van de enkelvoudige snel- en langwerkende insulines. Een gelijk beeld is waarneembaar bij de groep bestaande uit alle leeftijden.
[Stichting Farmaceutische Kengetallen]

NZa maakt ketenzorg mogelijk voor diabetes en hart- en vaatziekten

12 November 2009

diabetesNZa introduceert integrale bekostiging ketenzorg
Vanaf 1 januari 2010 kunnen zorgaanbieders een integraal tarief declareren voor diabetespatiënten en patiënten met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten. Deze nieuwe vorm van bekostiging maakt het voor zorgaanbieders eenvoudiger om de zorg samenhangend te organiseren rondom de zorgvraag van de patiënt. Dit komt de kwaliteit van zorg aan patiënten met chronische aandoeningen ten goede: meer proactieve zorgverlening, integraal georganiseerd en dicht bij de patiënt leidt tot hogere kwaliteit. Effectieve ketenzorg vermindert bovendien de druk op specialistische ziekenhuiszorg in de toekomst.

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) introduceert integrale bekostiging van ketenzorg. Op dit moment is het integraal declareren van zorg rond een patiëntengroep nog niet goed geregeld. Met de nieuwe bekostigingsvorm voor ketenzorg wordt één zorgaanbieder hoofdcontractant, waarmee andere zorgaanbieders in de keten contracten kunnen afsluiten en zodoende kosten kunnen declareren. De nieuwe bekostigingsvorm voor ketenzorg stimuleert daarmee samenwerking tussen verschillende zorgverleners die zich bezighouden met preventie, behandeling en het volgen van de patiënt en diens ziektebeeld.

De nieuwe regeling van de NZa laat veel ruimte aan zorgaanbieders om de zorg op een eigen manier in te vullen, maar stelt wel eisen aan de inhoud van zorg en het inzichtelijk maken daarvan. De zorg- en dienstverlening moet voldoen aan de zorgstandaarden en aan voorschriften met betrekking tot transparantie en administratie. De regeling maakt bekostiging van de zorg mogelijk vanaf het moment dat de diagnose diabetes of een verhoogd risico op hart- en vaatziekten bij de patiënt is vastgesteld.

Een aantal zorgaanbieders levert nu al ketenzorg voor deze groepen patiënten, vaak in de vorm van een experiment. Voor deze lopende experimenten blijven de afspraken gelden die bij aanvang gemaakt zijn. Ook voor patiënten met COPD (chronische bronchitis en longemfyseem) en hartfalen is integrale bekostiging van ketenzorg gewenst. Wanneer voor deze aandoeningen zorgstandaarden beschikbaar zijn, kan de NZa ook daarvoor integrale bekostiging introduceren.

Curavista introduceert het BIS voor diabetes en CVRM

12 November 2009

Behandelplan in combinatie met zelfmanagement Op maat te maken voor Zorggroepen, Maatschappen en ZBC’s
Behandelplan
Een behandelplan kent vijf elementen: laboratorium-uitslagen en streefwaarden; voorschrift(en); dagboeken die per individu geactiveerd kunnen worden; algemene afspraken (voorgeprogrammeerd, aanvinken); individuele afspraken (vrije tekst).

Optioneel is de invoer van de Minimale Data Set (MDS kan ook in HIS worden ingevoerd).

Elk behandelplan is: aanpasbaar in de loop van de tijd (bijv. streefwaarden bijstellen, afspraken aanpassen); raadpleegbaar door de patiënt in zijn dossier (niet wijzigbaar door de patiënt); in te lezen in het HIS /AIS / ZIS (via Zorgmail, MEDVRI).

Zelfmanagement patiënt
Nadat het behandelplan is vastgesteld, begint het zelfmanagement op basis van: input door de patiënt; feedback voor de patiënt; interactie tussen patiënt en zorgverlener(s). Elk element wordt op verschillende manieren ingevuld.

Input door de patiënt bijhouden van één of meer dagboeken (afhankelijk van het individu) vaststellen van een persoonlijk doel bijhouden van medicatiegebruik in medicatiedossier

Feedback voor de patiënt (geautomatiseerd) e-learning door tijdens het invullen van de dagboeken, direct advies te krijgen (pop-ups met toelichtende teksten) of links naar informatie. grafische voortgangsrapportage (staafdiagrammen, grafieken etc.)

Interactie tussen patiënt en zorgverlener beiden zien het behandelplan en voortgangsrapportage van de patiënt; communicatie op het spreekuur over de voortgang; tussentijdse communicatie via het eConsult. Te starten door arts en door patiënt.

De behandelaar heeft via een eigen account toegang tot de dagboeken en kan waar gewenst bijsturen. Het initiatief voor het bijsturen kan komen van de patiënt, door een vraag te stellen via het eConsult. Op het moment dat de behandelaar antwoord, stuurt deze een kopie van de vraag en het antwoord naar het HIS/AIS/ZIS. Het HIS/AIS/ZIS is daarmee up-to-date en bovendien kunnen de werkzaamheden worden gedeclareerd cf. de afspraken met de zorgverzekeraar. Indien gewenst kunnen ook (delen van) het behandelplan naar het HIS/AIS/ZIS worden gestuurd.

Meerdere zorgverleners
Het is mogelijk meerdere zorgverleners in het dossier van de patiënt te laten kijken. Iedere zorgverlener heeft een eigen account en heeft toegang tot zijn eigen patiëntenpopulatie. Zorgverleners kunnen intercollegiaal consulten uitwisselen of een eigen behandelplan toevoegen.

Uw eigen versie?
Het is mogelijk de aanmelding en inlog via uw eigen webpagina te regelen. Dat betekent dat de patiënt inlogt via de eigen website van de praktijk. Verder is het mogelijk dat de behandelaar korte extra informatie aan diens patiënten aanbiedt (bijv. een patiëntenbrief). Deze informatie wordt via een banner aangekondigd en de patiënt wordt via een link naar de betrokken webpagina gerouteerd.

Het is mogelijk om eigen wensen toe te voegen.Het behandelplan en zelfmanagement worden aangepast aan de lokale procedures, protocollen en werkafspraken. Daarmee ontwerpt u een eigen aanbod voor uw patiëntenpopulatie.
[persbericht Curavista]

Elf miljoen euro voor transplantatie bij diabetes type 1

11 November 2009

Mensen met diabetes type 1 kunnen dankzij transplantatie van eilandjes van Langerhans weer zelf insuline aanmaken. Door een tekort aan orgaandonoren en het nog niet optimaal kunnen benutten van de eilandjes is deze behandeling echter slechts voor een kleine groep patiënten toegankelijk. Om deze celvervangingstherapie verder te ontwikkelen en beschikbaar te maken voor een groter aantal patiënten komt 11 miljoen euro beschikbaar, waarvan een groot deel uit het Fonds Economische Structuurversterking (FES) in het kader van het Topinstituut Gezond Ouder, Ti-GO.

Met het geld zal onderzoek worden gedaan naar het gebruik van biomaterialen om eilandjestransplantatie te verbeteren. Daarnaast staat er onderzoek naar het beter bewaren van donororganen tussen uitname en transplantatie op het programma en naar factoren die insulineproducerende cellen helpen overleven. De uitkomsten van dit onderzoeksprogramma komen niet alleen ten bate van de huidige groep van diabetespatiënten die voor transplantatie in aanmerking komt. “Het programma is ook gericht op de toekomst, als het mogelijk wordt om eilandjes te kweken uit stamcellen”, vertelt internist dr. Eelco de Koning, verantwoordelijk voor het eilandjes transplantatie programma in het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). “De samenwerking van vele partijen maakt dit ambitieuze onderzoek mogelijk.” Tenslotte wordt een deel van het geld gebruikt voor het verder ontwikkelen van de speciale faciliteit voor celtherapie in het LUMC. In deze faciliteit worden eilandjes van Langerhans geïsoleerd uit alvleesklieren van donoren.

Eilandjes transplantatie
Na isolatie uit een donor alvleesklier worden eilandjes getransplanteerd bij patiënten met diabetes type 1 middels een infuus in de poortader van de lever, waar de eilandjes zich nestelen en insuline gaan produceren. Helaas sterft een groot deel van de getransplanteerde eilandjes af. Daarom zijn nu vaak eilandjes van meerdere donoralvleesklieren nodig om bij één patiënt een goed resultaat te bereiken. Een oorzaak hiervan is dat de eilandjes niet snel genoeg aangesloten raken op de bloedsomloop van de ontvanger. “Ze verhongeren.”  zegt Marcel Karperien van het instituut MIRA van de Universiteit Twente. “We moeten dus zorgen voor een snellere bloedvoorziening. Door middel van biomaterialen willen we dit verbeteren en zo het slagingspercentage verhogen”.

Door het verbeteren van celvervangingstherapie bij diabetespatiënten zal efficiënter gebruik kunnen worden gemaakt van het huidige, krappe donororgaanaanbod en kunnen meer diabetespatiënten worden geholpen. Bert Kuipers, directeur van het Diabetes Fonds: ” Wij hebben patiënten gevraagd naar hun mening over dit onderzoek. Een unieke en nuttige stap in het selecteren van goed onderzoek. Wat me vooral opviel is dat zij heel helder voor ogen hebben dat dit kansen voor de toekomst biedt. Zij zien ook dat er nu maar weinig mensen voor transplantatie in aanmerking komen”.

Consortium
Het onderzoeksprogramma van dit Diabetes CelvervangingsTherapie Initiatief (DCTI) wordt uitgevoerd door een consortium van drie academische centra: het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC), de Universiteit Twente en het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG). Daarnaast zijn er biotechnologiebedrijven bij betrokken: Biofocus, Polyganics BV, Xpand Biotechnology BV en wordt het onderzoek gesteund door het Diabetes Fonds. Het DCTI is een onderdeel van het Topinstituut Gezond Ouder (Ti-GO).Op basis van een voorstel van het ministerie van VWS heeft het kabinet besloten om DCTI te honoreren met 7 miljoen euro uit het FES. Naast 1 miljoen euro van het Diabetes Fonds voegen de participanten van DCTI hier zelf nog 3 miljoen euro aan toe.

Diabetes type 1
Insuline-producerende cellen maken deel uit van de eilandjes van Langerhans in de alvleesklier. Bij diabetes type 1 is er een stoornis in de functie van deze eilandjes waardoor de bloedglucose stijgt. In het geval van type 1 diabetes (jeugddiabetes) is het zelfs zo dat de eigen insuline-producerende cellen geheel vernietigd worden. Om te overleven moeten patiënten met diabetes type 1 insuline injecteren waardoor de bloedglucose wordt verlaagd. Ondanks de insulinetherapie hebben patiënten een fors verhoogd risiso op hartaanvallen, beroertes, blindheid en nierfalen. Vervanging van de insuline-producerende cellen kan door middel van alvleeskliertransplantatie. Dit is echter een belastende procedure. Derhalve is recent in Nederland in het LUMC de nieuwe, minder invasieve vorm van celvervangingstherapie ontwikkeld: eilandjestransplantatie.
[LUMC]

Bloedsuikertest in Apotheek Scherpenzeel

11 November 2009

Apotheek Scherpenzeel houdt woensdag 18 en vrijdag 27 november de bloedsuikertest. Op deze dagen kan men tussen 9.00 en 17.30 uur zonder afspraak de bloedsuikerwaarde kosteloos laten testen. Vanwege de grote opkomst in de voorgaande jaren heeft Apotheek Scherpenzeel besloten dit jaar niet één maar twee bloedsuikertest-dagen te organiseren.

Circa 250.000 Nederlanders weten niet dat ze diabetes hebben. Diabetes is namelijk niet het eerste waar men aan denkt als men vage klachten heeft zoals vermoeidheid, voortdurend dorstig en veel moet plassen. Door middel van een simpel testje kan uw bloedsuiker worden gecontroleerd. Ook dit jaar kan men in apotheek Scherpenzeel een bloedsuikertest laten doen.

Diabetes mellitus (type 2) komt steeds vaker voor. Het is een van de grootste bedreigingen voor de volksgezondheid in de toekomst. Een vroegtijdige behandeling van diabetes leidt tot een aanzienlijk kleinere kans op complicaties. Het is dus van belang om mensen die een verhoogd risico lopen op diabetes type 2 vroegtijdig op te sporen.
Deze dagen worden georganiseerd door Apotheek Scherpenzeel in samenwerking met onder meer de Nederlandse Diabetes Federatie (waarin het Diabetes Fonds, de Diabetes Vereniging Nederland, huisartsen, diabetesverpleegkundigen en diëtisten vertegenwoordigd zijn).

De bloedsuikertest is met name bedoeld voor mensen met een verhoogd risico op diabetes type 2. Daarom is het de bedoeling dat iedereen van te voren de risicotest van “ kijk op diabetes” invult. Dit kan in de apotheek, waar de risicotest ligt, of kijk op www.kijkopdiabetes.nl. Heeft u een verhoogd risico, dan kunt u door middel van een klein vingerprikje de bloedsuikerwaarde gratis laten testen in de apotheek. De uitslag van de bloedsuikertest geeft slechts een indicatie.

Voor wie al onder controle staat (bijvoorbeeld bij zijn/haar huisarts) in verband met diabetes, is meedoen met deze bloedsuikertest overbodig.

Voor deze en nog meer informatie kijk op www.apotheekscherpenzeel.nl
[ScherpenzeelseKrant]