Diabetes bij jongeren

kinderdiabetesOngeveer 8000 jongeren in de leeftijd tot 20 jaar betrokken in 2008 in Nederland diabetesmedicatie van de openbare apotheken. Dit aantal is de afgelopen vier jaar niet gewijzigd. Toch komen er jaarlijks in de groep tot 15 jaar gemiddeld veertig nieuwe insulinegebruikers per levensjaar bij.

Van diabetes mellitus komen de varianten type 1 en type 2 het meeste voor. Bij diabetes type 1 maakt de alvleesklier geen insuline meer aan en moet insuline worden toegediend. Dit type diabetes heette vroeger ook wel juveniele diabetes, omdat het al op jonge leeftijd kan voorkomen. Dit in tegenstelling tot diabetes type 2, dat voorheen ouderdomsdiabetes werd genoemd.

Bij diabetes type 2 maakt het lichaam zelf nog wel insuline aan, maar te weinig om aan de behoefte te voldoen. Bij dit type kunnen orale bloedglucoseverlagende middelen worden toegepast, die de alvleesklier aanzetten meer insuline te maken ter verlaging van het bloedglucosegehalte. Doordat de alvleesklier in de loop der tijd steeds minder functioneert, komt het voor dat mensen met diabetes type 2 ook insuline moeten gaan gebruiken. Zwaarlijvigheid is een belangrijke oorzaak van dit type diabetes, dat om die reden ook steeds vaker voorkomt bij jongeren.

Zwangerschapsdiabetes is een tijdelijke vorm van diabetes, waarbij in de meeste gevallen dieetadviezen volstaan en geen medicatie nodig is. In 15% van de gevallen is evenwel behandeling met insuline nodig. Na de zwangerschap is het bloedglucosegehalte snel weer normaal. Toch krijgt de helft van de vrouwen met zwangerschapdiabetes binnen vijf jaar na de bevalling diabetes type 2.
De laatste jaren zijn ‘nieuwe’ typen ontdekt en beschreven (www.dvn.nl), zoals MODY, LADA en MIDD. Deze typen komen veel minder vaak voor.

Gebruikers
Nederlandse openbare apothekers verstrekten in 2008 diabetesmedicatie aan 680.000 mensen. Van hen ontvingen 125.000 uitsluitend insuline en 450.000 alleen orale bloedglucoseverlagende geneesmiddelen, terwijl 105.000 mensen beide gebruikten.

Van de mensen die in 2008 diabetesmedicatie gebruikten zijn 8000 jonger dan 20 jaar. Vrijwel al deze gebruikers ontvingen uitsluitend insuline. Het aantal gebruikers van orale glucoseverlagende geneesmiddelen is tot die leeftijd zeer beperkt. In de leeftijdsjaren daarna stijgt het aantal gebruikers in eerste instantie licht en daarna sterker.
Opvallend is dat in de groep tot 15 jaar het aantal gebruikers van insuline jaarlijks per levensjaar met ongeveer 40 toeneemt (1 op 5000 kinderen per leeftijdsjaar), terwijl dat aantal in de volgende tien levensjaren globaal gelijk blijft, om daarna weer in ongeveer dezelfde mate toe te nemen. Hierdoor treedt geen wijziging op in het aantal insulinegebruikers in de leeftijd tot 20 jaar.

Verschillende insulines
In 2008 verstrekten apothekers 60.000 keer insuline aan een jongere beneden 20 jaar. Het merendeel van die verstrekkingen, 62%, betrof een snelwerkende insuline, 29% een langwerkende insuline. Uit de tabel blijkt dat de enkelvoudige variant van middellangwerkende insuline en de vaste combinatie van middellangwerkende en snelwerkende insuline in de afgelopen jaren minder vaak zijn verstrekt, ten gunste van de enkelvoudige snel- en langwerkende insulines. Een gelijk beeld is waarneembaar bij de groep bestaande uit alle leeftijden.
[Stichting Farmaceutische Kengetallen]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.