Diabetesnieuws

Van 5 tot 9 juni vond in de Verenigde Staten (VS) een belangrijk internationaal diabetescongres van de American Diabetes Association (ADA) plaats. Fred Storms, de medisch adviseur van Diabetesvereniging Nederland (DVN), was daarbij aanwezig en heeft de belangrijkste ontwikkelingen voor u op een rij gezet.

Avandia en hartproblemen
Goed nieuws voor mensen met diabetes type 2 die het middel het middel Avandia (werkzame stof rosiglitazon) slikken. Lange tijd was er onrust omdat het middel de kans op hartproblemen zou vergroten. Tijdens het ADA zijn de resultaten van de RECORD-studie, een studie die al een aantal jaar loopt, bekend gemaakt. Daaruit blijkt dat er geen verschillen zijn in de kans op hartproblemen vergeleken met andere middelen die bij diabetes type 2 worden voorgeschreven. Als u het middel slikt, hoeft u dus niet in paniek te raken.

Gunstige resultaten darmhormonen
Verder was er ook veel nieuws over de GLP1-darmhormonen. Die hormonen zorgen voor een betere verwerking van glucose en worden aan mensen met diabetes type 2 voorgeschreven als andere middelen niet meer helpen. Uit onderzoek bleek dat de nieuwe vorm van Exenatide, die maar een keer per week geïnjecteerd hoeft te worden, na twee jaar nog even goed werkt als na een jaar. Van Liraglutide bleek dat bij eenmaal daags een injectie het effect na twee jaar nog even goed is en dat het beter werkt dan het sulfonylureum derivaat glimipiride.

Wegwerppompen
Ander nieuws op gebied van diabetes gaat over de zogenaamde patchpompen. Dit zijn pompen die je na gebruik van een tot drie dagen kunt weggooien en vervangen voor een nieuwe. Meerdere fabrikanten zijn bezig met ontwikkelen van dit soort pompen en verwachten over een á twee jaar met een wegwerppomp op de markt te komen. In de Verenigde Staten is nu sinds twee jaar een wegwerppomp (merknaam Omnipod) op de markt. De populariteit van die pomp neemt toe, vandaar dat nu wordt onderzocht of er mogelijkheden zijn om de pomp in Europa op de markt te brengen.

Preventie blindheid door suikerziekte dichterbij

Onderzoekster ontdekt dat twee eiwitten een belangrijke rol spelen bij het ontstaan van rethinopatie. Een combinatie van medicijnen kan dit proces mogelijk remmen.
Retinopathie is een complicatie die bij diabetes kan optreden en die uiteindelijk tot blindheid leidt. Door de bloedsuikerspiegel en de bloeddruk goed te reguleren, kan de kans op de aandoening verminderd worden. Dit is echter een moeizaam proces.

Nieuwe methoden
Franziska vom Hagen van het Universitair Medisch Centrum Groningen ging daarom op zoek naar nieuwe methoden om de aandoening te voorkomen. Het onderzoek werpt nieuw licht op de oorzaken van retinopathie.

Eiwitten
Uit haar onderzoek blijkt dat de eiwitten vascular endothelial growth factor (VEGF) en angiopoietine-2 (Ang2) een belangrijke rol spelen bij het ontstaan van de ziekte. Ze zorgen voor het ontstaan en de verdere groei van de nieuwe bloedvaten in het netvlies, die tot blindheid voeren.

Combinatie van medicijnen
Door een combinatie van anti-angiogene en anti-inflammatoire medicijnen toe te dienen, zou dit proces wellicht beteugeld kunnen worden, zegt Vom Hagen. Hiermee is de preventie van blindheid door suikerziekte een stap dichterbij gekomen. Voordat de eerste patiënten behandeld kunnen worden, moet er echter nog veel onderzoek worden verricht.
[RUG]

Stichting DON investeert 1 miljoen in wetenschappelijk diabetesonderzoek

Stichting Diabetes Onderzoek Nederland (DON) heeft € 1.000.000,- toegezegd aan een diabetesproject in het Hubrecht Instituut te Utrecht. Dit mede door DON geïnitieerde onderzoeksproject richt zich op de ontwikkeling van insuline-producerende betacellen uit stam- en voorloopcellen. Wetenschappers hebben goede hoop dat genezing van diabetes in deze richting gevonden kan worden.

Het Hubrecht Instituut
Voor innovatief onderzoek is het bekende Utrechtse Hubrecht Instituut de locatie bij uitstek. In vergelijkbare trajecten heeft dit instituut, dat excelleert op het gebied van ontwikkelingsbiologie en stamcellen, al verscheidene baanbrekende resultaten geboekt. Zo is de onderzoeksgroep van prof. dr. Hans Clevers er recent in geslaagd om uit een darmstamcel volwassen darmweefsel te laten groeien. Wereldwijd heeft deze prestatie veel opzien gebaard. Het Hubrecht Instituut is een onderzoeksinstituut van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen en is tevens geaffilieerd aan het Universitair Medisch Centrum Utrecht.

Doelstelling van het nieuwe diabetesproject binnen het Hubrecht Instituut is een doorbraak in betacel-therapie voor diabetes. Het project zal worden uitgevoerd door een zorgvuldig samengestelde onderzoeksgroep onder leiding van prof. dr. Harry Heimberg. Deze vermaarde Belgische diabeteswetenschapper, verbonden aan het Diabetes Research Center van de Vrije Universiteit van Brussel, beschreef vorig jaar als eerste het bestaan van betacel-voorlopers in volwassen pancreas. Heimbergs beschrijving geldt in de internationale pers als een revolutie in het diabetesonderzoek. Hans Clevers, naast onderzoeker tevens directeur van het Hubrecht, is zeer verheugd over de samenwerking met de onderzoeksgroep van Harry Heimberg en het Diabetes Research Center in Brussel.

Stichting Diabetes Onderzoek Nederland (DON)
Voorzitter van stichting DON, Maarten de Gruyter, zelf ook diabetespatiënt, is hoopvol gestemd: ”Hoewel wij als financier van fundamenteel wetenschappelijk diabetesonderzoek uiteraard niet op één paard wedden en ons aandachtsgebied breed willen houden, hebben wij zeer veel vertrouwen in het Hubrecht. Er is in dit instituut op het gebied van diabetes al veel tot stand gebracht. Met onze ondersteuning voor dit belangwekkende project hopen wij in Nederland en ook elders in Europa navolging te vinden. Wij zijn dan ook zeer verheugd dat het Diabetes Fonds, een fonds met een heldere visie en een groot draagvlak, een forse bijdrage heeft toegezegd. Voor fundamenteel wetenschappelijk diabetesonderzoek moeten substantieel meer middelen worden aangewend!”

De mensen achter stichting DON
Behalve een bestuur, bestaande uit Maarten de Gruyter (voorzitter), mr.Pieter Akkerman (penningmeester), mr.drs.Simone van Trojen, Patricia Schröder en Arabella Coebergh, kent stichting DON een zeer actieve en betrokken Raad van Advies. Voorzitter is dr. Paul Bouter, internist en specialist op het gebied van diabetes mellitus. De overige leden zijn mr. Willem Stevens, Jaap Rost Onnes, Paul Haarhuis en mr. Marc Schröder. Stichting DON is volledig afhankelijk van donateurs.
[Stichting Diabetes Onderzoek Nederland]

Liraglutide verlaagt bloedglucosewaarde

Victoza - LiraglutideUit onderzoek gepresenteerd tijdens de 69ste Annual Scientific Sessions van de American Diabetes Association (ADA), blijkt dat monotherapie met eenmaal daags liraglutide (Victoza®) na twee jaar behandeling leidt tot statistisch significante en blijvende verlaging in bloedglucose en gewicht. Bij het onderzoek bereikte 53% van de patiënten die eenmaal daags 1,2 mg liraglutide kregen de door de ADA aanbevolen streefwaarde in HbA1C van lager dan 7%. Bij de patiënten die eenmaal daags met 8 mg glimepiride werden behandeld was dit 37%.1

‘Het beeld dat liraglutide de bloedglucosewaarde na twee jaar behandeling effectief blijft verlagen is consistent met de andere klinische eigenschappen op lange termijn, zoals blijvende verlaging van de nuchtere bloedglucosewaarde en reductie in gewicht’, aldus Dr. Alan Garber, Baylor College of Medicine, Houston, een hoofdonderzoeker van het LEAD™ 3-onderzoek. ‘Met de beschikbare behandelingen worstelen veel patiënten met diabetes type 2 nog altijd met de strijd om enerzijds hun bloedglucose onder controle te houden en tegelijkertijd gewicht te verliezen. Liraglutide betekent een belangrijke stap voorwaarts voor deze patiënten.’

De extensie van het LEAD™ 3-onderzoek toont tevens aan dat behandeling met liraglutide tot snel en blijvend gewichtsverlies leidt. Veel van de op dit moment beschikbare diabetesbehandelingen leiden tot gewichtstoename.2 Dit is een probleem voor patiënten met diabetes type 2, waarvan de meesten sowieso al overgewicht hebben.3 Na twee jaar behandeling met 1,2 mg liraglutide was het gemiddelde lichaamsgewicht significant afgenomen (-2,1 kg), terwijl in de glimepiride-groep sprake was van een algehele gewichtstoename (+1,1 kg).

Milde hypoglykemieën (te lage bloedglucosewaarden) kwamen meer dan zes keer minder vaak voor in de groepen die met liraglutide werden behandeld dan in de glimepiride-groep.1

Over de extensie van het LEADTM 3-onderzoek
In de extensie van het LEADTM 3-onderzoek werden de werkzaamheid en veiligheid van liraglutide (1,2 mg en 1,8 mg, eenmaal daags) vergeleken met die van glimepiride (8 mg, eenmaal daags) bij patiënten met diabetes type 2. Patiënten waren vooraf behandeld met dieet/lichaamsbeweging of lage doses van een bloedglucose verlagend middel. Het onderzoek kende een 52 weken durende gerandomiseerde, dubbelblinde periode gevolgd door de verlenging van een jaar; 59% van de patiënten nam deel aan de verlengingsperiode van het onderzoek en 43% hiervan maakte de volledige onderzoeksperiode van twee jaar af.

LEAD™ 3: gegevens van twee jaar

Diabetesmedicijn Liraglutide

Veiligheid en verdraagbaarheid van liraglutide
De frequentie van milde hypoglykemieën was statistisch significant lager bij beide liraglutide groepen dan bij de glimepiride groep. De meest voorkomende klachten waren misselijkheid, diarree en overgeven, meestal van voorbijgaande aard4. Andere gemelde klachten omvatten onder andere griepachtige symptomen.

Over LEAD™ (Liraglutide Effect and Action in Diabetes)
Het LEAD™-programma bestaat uit vijf gerandomiseerde, gecontroleerde, dubbelblinde onderzoeken plus een direct vergelijkend onderzoek met exenatide. Aan het LEAD™-programma hebben meer dan 4.000 patiënten met diabetes type 2 in 40 landen deelgenomen.

Over liraglutide
Liraglutide is de eerste humane glucagonachtige peptide-1 (GLP-1) analoog voor eenmaal daags gebruik, die ontwikkeld is voor de behandeling van diabetes type 2. Liraglutide werkt zowel door de aanmaak van insuline te stimuleren wanneer de bloedglucosespiegel te hoog wordt, als door de eetlust te remmen.
Op 23 mei 2008 heeft Novo Nordisk een verzoek tot marketing authorisatie van liraglutide voor de behandeling van mensen met diabetes type 2, gedaan bij de European Medicines Agency (EMEA).
Op 23 april 2009 maakte Novo Nordisk bekend dat de Committee for Medicinal Products for Human Use (CHMP) van de EMEA een positief advies heeft uitgebracht inzake goedkeuring voor het in de handel brengen van liraglutide voor de behandeling van diabetes type 2 in Europa.

Over Novo Nordisk
Novo Nordisk is een farmaceutisch bedrijf op het gebied van diabeteszorg. Het bedrijf heeft een groot aanbod van geneesmiddelen en geavanceerde insulinetoedienings-systemen voor de behandeling van diabetes. Bovendien is Novo Nordisk toonaangevend op het gebied van stollingsstoornissen, groeihormoontherapie en hormonale substitutietherapie.
[Novo Nordisk]

Muismodel voor diabetes rammelt

Het eiwit CHC22 blijkt bij mensen een belangrijke rol te spelen bij de regulering van het bloedsuikergehalte. Een mankement aan het gen dat voor CHC22 codeert zou wel eens een van de oorzaken van type 2-ouderdomsdiabetes kunnen zijn. En het vervelende is dat de muizen, die voor het onderzoek naar diabetes worden gebruikt, dat gen helemaal niet hébben, zo schrijven Amerikaanse onderzoekers in Science.

Het betekent niet dat al het diabetes-onderzoek op basis van muismodellen meteen de prullenmand in kan, maar wel dat het de moeite waard is om er nog eens heel kritisch naar te kijken.

CHC22 (‘clathrin heavy-chain isoform’) wordt vooral door spier- en vetcellen aangemaakt. Het eiwit is betrokken bij de opslag van glucose-transporteiwitten in ‘vesicles’ in het celmembraan, teneinde glucose van het bloed naar de cel te kunnen sluizen. Dat mechanisme wordt geactiveerd door insuline, wanneer het bloedsuikergehalte te hoog wordt.

Lees verder op C2W

The Lancet publiceert direct vergelijkend onderzoek naar liraglutide en exenatide

Victoza - LiraglutideVandaag zijn door The Lancet online de resultaten gepubliceerd van het LEAD™ 6-onderzoek, waarin een directe vergelijking is gemaakt tussen twee nieuwe geneesmiddelen voor de behandeling van diabetes type 2. Uit de resultaten blijkt dat de met liraglutide behandelde patiënten een statistisch significante grotere daling in HbA1c lieten zien dan patiënten die exenatide kregen.

Bij het onderzoek werd liraglutide (een humaan GLP-1-analoog voor de behandeling van diabetes type 2) vergeleken met exenatide (een GLP-1 receptor agonist).

‘Door de verschillen tussen de middelen in de absorptie en eliminatie door het lichaam, waren we zeer benieuwd of er klinisch relevante verschillen waren in het effect bij mensen met diabetes’, aldus dr. John Buse, hoofd Endocrinologie en directeur van het Diabetes Care Center van de University of North Carolina School of Medicine, en één van de hoofdonderzoekers in het onderzoek. ‘De klinische eigenschappen die liraglutide heeft – efficiënte glucoseverlaging, gewichtsverlies, goede verdraagbaarheid en verbeteringen van de bètacelfunctie – betekenen een klinisch relevante stap vooruit in de behandeling van mensen met diabetes type 2.’

LEAD™ 6 was een gerandomiseerd, open-label onderzoek waarbij de werkzaamheid en veiligheid van eenmaal daags 1,8 mg liraglutide werd vergeleken met tweemaal daags 10 µg exenatide.

Behandeling met liraglutide leidde tot een statistisch significant grotere daling in HbA1c van 1,12% vergeleken met 0,79% in de exenatide-groep. Liraglutide liet tevens een significant betere verlaging van de nuchtere plasmaglucose zien dan exenatide (–1,61 mmol/l vs –0,60 mmol/l).

Aan het onderzoek namen 464 patiënten met diabetes type 2 deel, die met de maximale orale dosis metformine en/of sulfonylureumderivaat niet de aanbevolen streefwaarden voor bloedglucosewaarden bereikten.

Beide behandelingen leidden tot een gewichtsafname van gemiddeld 3 kg tijdens het 26 weken durende onderzoek. Bij beide behandelingen was misselijkheid de meest gemelde bijwerking, maar uit de onderzoeksresultaten bleek dat aanhoudende misselijkheid en lichte hypoglykemische episodes minder voorkwamen met liraglutide dan met exenatide.

De meest voorkomende bijwerkingen die in beide groepen werden gemeld waren diarree, indigestie, misselijkheid, verkoudheid en hoofdpijn.

Novo Nordisk maakte de resultaten van het LEAD™ 6-onderzoek bekend in de berichtgeving van 6 juni 2008 en een persbericht van 17 oktober 2008.

Over liraglutide
Liraglutide is de eerste humane glucagonachtige peptide-1 (GLP-1) analoog voor eenmaal daags gebruik, die ontwikkeld is voor de behandeling van diabetes type 2. Liraglutide werkt zowel door de aanmaak van insuline te stimuleren wanneer de bloedglucosespiegel te hoog wordt, als door de eetlust te remmen.
Op 23 mei 2008 heeft Novo Nordisk een verzoek tot marketing authorisatie van liraglutide voor de behandeling van mensen met diabetes type 2, gedaan bij de European Medicines Agency (EMEA).
Op 23 april 2009 maakte Novo Nordisk bekend dat de Committee for Medicinal Products for Human Use (CHMP) van de EMEA een positief advies heeft uitgebracht inzake goedkeuring voor het in de handel brengen van liraglutide voor de behandeling van diabetes type 2 in Europa.

Over Novo Nordisk
Novo Nordisk is een farmaceutisch bedrijf op het gebied van diabeteszorg. Het bedrijf heeft een groot aanbod van geneesmiddelen en geavanceerde insulinetoedienings-systemen voor de behandeling van diabetes. Bovendien is Novo Nordisk toonaangevend op het gebied van stollingsstoornissen, groeihormoontherapie en hormonale substitutietherapie.
[Novo Nordisk]

Resultaten studie geneesmiddel dapagliflozin

De resultaten van een 12-weekse studie laten zien dat het experimentele geneesmiddel dapagliflozin, een nieuwe selectieve natrium-glucose co-transporter 2 (SGLT2) remmer, grotere verbeteringen liet zien met betrekking tot alle belangrijke onderzochte glykemische indicatoren [geglyceerd hemoglobineniveau (HbA1c), nuchtere plasmaglucose (FPG) en postprandiale glucose (PPG)] bij patiënten met diabetes type 2 die werden behandeld met een hoge dosis insuline en gangbare orale antidiabetica (OAD), in vergelijking met een placebo (placebo plus OAD plus insuline). De totale negatieve bijwerkingen onder de dapagliflozin-behandelingspopulatie waren vergelijkbaar met die van de placebogroep. De studie liet tevens zien dat patiënten die dapagliflozin kregen toegediend een hogere gewichtsafname kenden dan patiënten die een placebo kregen toegediend. Dit bevestigt de bevindingen van een eerder 12-weeks fase 2b-onderzoek. Het resultaat van het 12-weekse onderzoek werd gepresenteerd tijdens de 69e jaarlijkse wetenschappelijke sessies van de Amerikaanse diabetesvereniging.

Dapagliflozin is een experimentele SGLT2-remmer die momenteel Fase 3-onderzoeken ondergaat, en die gezamenlijk is ontwikkeld door Bristol-Myers Squibb Company (NYSE: BMY) en AstraZeneca (NYSE: AZN) als eenmaal daagse therapie voor de behandeling van diabetes type 2. SGLT2 bevordert de wederopname van glucose in de nieren, waarna de gefilterde glucose weer terugkeert in de bloedsomloop.

“Op dit moment wordt meer dan 20 procent van de patiënten met diabetes type 2 behandeld met insuline. Een aanzienlijk deel van de patiënten slaagt er niet in het bloedsuikerniveau voldoende onder controle te brengen, ondanks het gebruik van een hoge dosis insuline,” aldus John Wilding, DM, FRCP, professor in de geneeskunde en honorair consulterend geneesheer, hoofd van de klinische onderzoeksunit voor diabetes en endocrinologie van het universiteitsziekenhuis Aintree (Verenigd Koninkrijk). “De vandaag gepresenteerde resultaten met betrekking tot glykemische en gewichtsparameters geven aan dat er voldoende aanleiding is om het onderzoek onder deze patiëntenpopulatie voort te zetten.”

Over het onderzoek
Het onderzoek was opgezet om de werkzaamheid en veiligheid van dapagliflozin te evalueren bij patiënten met diabetes type 2 die onvoldoende onder controle kan worden gebracht, ondanks behandeling met ten minste 50 units insuline U100 per dag plus een of twee gangbare OAD (ten minste 1000 mg metformin en/of ten minste 30 mg pioglitazone of 4 mg rosiglitazone). De gegevens representeren de bevindingen van een willekeurig dubbelblind placebo-gecontroleerd onderzoek onder 71 patiënten met diabetes type 2 (leeftijd 18 –75) met een HbA1c van ten minste 7,5 procent en ten hoogste 10 procent. De patiënten werden willekeurig ingedeeld in drie afzonderlijke behandelingsgroepen: dapagliflozin 10 mg (n= 24), dapagliflozin 20 mg (n= 24) of placebo (n= 23), eenmaal daags toegediend. Tijdens het onderzoek werd wel de normale dosis OAD aangehouden, maar aan het begin van het onderzoek werd de insulinedosis gereduceerd tot 50 procent van de normale dosis van elke patiënt om het risico van hypoglykemie te verlagen. Het primaire eindpunt van het onderzoek was de vergelijking van de gemiddelde wijziging in HbA1c ten opzichte van de beginwaarde van beide dapagliflozin-groepen met die van de placebogroep. Secundaire eindpunten waren onder andere het aandeel van de patiënten dat de door de Amerikaanse diabetesvereniging aanbevolen HbA1c-doelwaarde van minder dan 7 procent bereikte, het aandeel van de patiënten dat een reductie van het HbA1c bereikte van ten minste 0,5 procent ten opzichte van de beginwaarde, en de wijziging in het nuchter plasmaglucoseniveau ten opzichte van de beginwaarde in vergelijking met de placebogroep. Daarnaast werden veranderingen in lichaamsgewicht geëvalueerd.

Onderzoeksresultaten
Na 12 weken werd bij de patiënten die dapagliflozin kregen toegediend een afname in HbA1c ten opzichte van de beginwaarde waargenomen van 0,61 procent voor dapagliflozin 10 mg en 0,69 procent voor dapagliflozin 20 mg. Hiertegenover stond een toename van 0,09 procent in de placebogroep.

Het percentage patiënten dat werd behandeld met dapagliflozin en een HbA1c van minder dan 7 procent bereikte aan het einde van de 12-weekse behandelingsperiode bedroeg 13 procent voor dapagliflozin 10 mg en 4,3 procent voor dapagliflozin 20 mg. In de placebogroep was dit 5,3 procent. Het percentage patiënten dat een reductie van het HbA1c van ten minste 0,5 procent ten opzichte van de beginwaarde bereikte bedroeg 65,2 procent voor dapagliflozin 10 mg en 65,2 procent voor dapagliflozin 20 mg. In de placebogroep was dit 15,8 procent. De wijziging van het nuchter plasmaglucoseniveau ten opzichte van de beginwaarde na 12 weken bedroeg +2,4 mg/dL voor dapagliflozin 10 mg en -9,6 mg/dL voor dapagliflozin 20 mg. In de placebogroep was dit +17,8 mg/dL.

De totale negatieve bijwerkingen onder de dapagliflozin-behandelingspopulatie waren vergelijkbaar met die van de placebogroep. Het aantal patiënten dat ten minste één negatieve bijwerking meldde voor dapagliflozin 10 mg, dapagliflozin 20 mg, en placebo was respectievelijk 18, 16 en 15. De meest voorkomende (in totaal ten minste 5 procent) bijwerkingen voor dapagliflozin 10 mg, 20 mg en placebo waren: verhoogde mictiefrequentie, rugpijn, nasopharyngitis, misselijkheid, hoofdpijn, en infectie van de bovenste luchtwegen. Gemelde bijwerkingen van dapagliflozin 10 mg, 20 mg en placebo met bijzondere betekenis waren infectie van de urinewegen [0, 1, 0] en infectie van het genitaal traject [0, 5, 1].

Het aantal gemelde voorvallen van hypoglykemie bedroeg 7 bij dapagliflozin 10 mg, 6 bij dapagliflozin 20 mg en 3 bij placebo. Er waren geen voorvallen van ernstige hypoglykemie (neurologische symptomen van hypoglykemie zoals verwarring, vingertestniveau van 54 mg/dL of minder en behoefte aan uitwendige behandeling).

Effect van Dapagliflozin op afname van het lichaamsgewicht
Het onderzoek evalueerde tevens de mogelijke invloed van door dapagliflozin teweeggebrachte glucosurie op het lichaamsgewicht binnen deze populatie van patiënten met diabetes type 2. Deze bevindingen hadden betrekking op wijzigingen in het gemeten totale lichaamsgewicht en de queteletindex gedurende de onderzoeksperiode van 12 weken.

In het algemeen werd bij de groepen die werden behandeld met dapagliflozin een sterkere gewichtsafname waargenomen: 4,51 kg bij dapagliflozin 10 mg en 4,3 kg bij dapagliflozin 20 mg. Bij de placebogroep was dit 1,88 kg.

Over diabetes type 2
Diabetes (diabetes mellitus) is een chronische ziekte waarbij de productie of het gebruik van insuline door lichaam verstoord is. (Insuline is een hormoon dat de lichaamscellen nodig hebben om glucose op te nemen.) Deze stoornis leidt tot een aanhoudend verhoogd bloedsuikerniveau (hyperglykemie). Aanhoudende hyperglykemie, het kenmerk van diabetes, wordt geassocieerd met complicaties op de lange termijn die gevolgen kunnen hebben voor vrijwel elk deel van het lichaam.

De oorsprong van diabetes wordt nog altijd onderzicht. Zowel genetische als omgevingsfactoren, zoals zwaarlijvigheid en gebrek aan lichaamsbeweging, lijken een rol te spelen. Er zijn twee belangrijke onderliggende oorzaken verbonden aan diabetes type 2: het lichaam produceert onvoldoende insuline (insulinedeficiëntie) en de cellen ontwikkelen een weerstand tegen het effect van insuline (insulineresistentie).

De nieren spelen een belangrijke doch onderschatte rol bij de algemene regulering van het bloedsuikerniveau in het lichaam. In normale omstandigheden, bij gezonde personen, filteren de nieren een grote hoeveelheid glucose uit en nemen deze vrijwel geheel weer op. De wederopname van glucose is noodzakelijk voor het vasthouden van calorieën, maar
bij patiënten met diabetes type 2 heeft dit een averechts effect. Bij patiënten met diabetes type 2 die lijden aan hyperglykemie wordt een grotere hoeveelheid glucose uitgefilterd en weer door de nieren opgenomen, ondanks het feit dat dit retentieproces bijdraagt tot het aanhoudende karakter van hyperglykemie bij diabetes.

In de loop der tijd leidt aanhoudende hyperglykemie tot glucotoxiteit, waardoor de insulineresistentie toeneemt. Dit draagt bij tot stoornissen in de werking van de betacellen van de schildklier. Er bestaat een direct verband tussen de mate van aanhoudende hyperglykemie en diabetische microvasculaire complicaties. Mogelijk draagt de stoornis ook bij tot macrovasculaire complicaties. Hierdoor lijkt hyperglykemie een vicieuze cyclus van schadelijke effecten in gang te houden die de beheersing van diabetes type 2 bemoeilijkt en complicaties verergert.

Over SGLT2-remmers
De nieren filteren glucose voortdurend uit met behulp van de glomerulus. Vrijwel alle glucose wordt echter weer opgenomen. Een eiwit met de naam SGLT2 is verantwoordelijk voor het grootste deel van de wederopname van glucose. Dit eiwit helpt het lichaam glucose vast te houden voor zijn energiebehoeften. Bij patiënten met diabetes draagt de overtollige glucose die op deze wijze wordt vastgehouden bij tot de aanhoudende hyperglykemie. Het onderdrukken van de activiteit van SGLT2 remt de wederopname van glucose in de bloedsomloop van het lichaam, en leidt daardoor tot de uitscheiding van glucose via de urine.

De samenwerking tussen Bristol-Myers Squibb en AstraZeneca
Bristol-Myers Squibb en AstraZeneca startten in januari 2007 een samenwerkingsverband om de bedrijven in staat te stellen twee experimentele geneesmiddelen voor diabetes type 2 te onderzoeken, te ontwikkelen en op de markt te brengen: ONGLYZA en dapagliflozin. De samenwerking tussen Bristol-Myers Squibb en AstraZeneca op het gebied van diabetes draait om wereldwijde zorg voor de patiënt, het verbeteren van de uitkomst voor de patiënt en het ontwikkelen van een nieuwe visie op de behandeling van diabetes type 2.

Over Bristol-Myers Squibb
Bristol-Myers Squibb is een internationaal biofarmaceutisch bedrijf. De missie van het bedrijf is het menselijk leven te verlengen en te verbeteren. Voor meer informatie kunt u terecht op www.bms.com.

Over AstraZeneca
AstraZeneca is een vooraanstaand internationaal bedrijf op het gebied van de gezondheidszorg dat zich bezighoudt met onderzoek, ontwikkeling, productie en verkoop van belangrijke op recept verkrijgbare geneesmiddelen. Daarnaast levert het bedrijf geneesmiddelen aan zorgverleners. AstraZeneca is een van de meest vooraanstaande farmaceutische bedrijven ter wereld met een omzet van US $31,6 miljard aan gezondheidszorgproducten en is leider op het gebied van geneesmiddelen voor gastro-intestinale, cardiovasculaire, neurologische, respiratoire, oncologische en infectueuze aandoeningen. Voor meer informatie over AstraZeneca kunt u terecht op: www.astrazeneca.com.

Klinieken doen valse beloftes over stamceltherapie bij diabetes type 1

Diverse klinieken beloven gehele of gedeeltelijke genezing voor mensen met diabetes type 1, door het inspuiten van stamcellen. Wetenschappelijk is de werking hiervan niet bewezen.

De door deze centra gebruikte technieken zijn volstrekt onbewezen. Het gaat daarbij om naar verhouding grote ingrepen en procedures (beenmergpuncties, catheterisatie van slagaders) die een reëel risico hebben. Nederlandse specialisten vinden dan ook dat die ingrepen niet uitgevoerd zouden mogen worden, zelfs niet door gekwalificeerd personeel.

Ook het centrum Diabeter (voor diabetes type 1) adviseert tegen dergelijke behandelingen, zolang er geen bewijs is dat deze behandelingen veilig zijn, werkzaam zijn en zolang deze klinieken behandelingen op onduidelijke, oncontroleerbare en soms ondeugdelijke wijze uitvoeren. Deze behandeling wordt overigens om de zelfde redenen niet door zorgverzekeraars vergoed.

‘Stamceltherapie’ in Brazilië
De werkwijze van de kliniek heeft overigens niets te maken met de therapie die onlangs door Amerikaans-Braziliaanse onderzoekers werd gepresenteerd. Vijftien patiënten met diabetes kregen eigen beenmerg teruggespoten nadat het eigen afweersysteem, inclusief de ontsporing die tot type 1 diabetes leidt, volledig was ‘gewist’. Hoewel de meeste patiënten in elk geval tijdelijk geen insuline meer hoefden te spuiten, wat inderdaad opmerkelijk was, is deze behandeling toch onacceptabel: de kans op overlijden is groot. We hebben het afweersysteem immers hard nodig ter bescherming tegen infecties, maar ook is er een grote kans op kanker.

Onderzoek naar stamcellen wel belangrijk
Het Diabetes Fonds ondersteunt wel het belang van verder stamcelonderzoek. Zie vraag en antwoord over diabetesonderzoek en stamcellen.

[Diabetes Fonds]