Archief December 2008

Suikerarme banaan voor diabetici

26 December 2008

Indiase wetenschappers hebben een banaan met minder suiker ontwikkeld. De banaan zou uitermate geschikt zijn voor mensen met diabetes. In deze nieuwe banaan vormt zich minder snel glucose.

Volgens de Indiase onderzoekers blijven alle andere ingrediënten in het nieuwe ras banaan geheel intact. Omdat de banaan minder suiker bevat, zitten er volgens de onderzoekers ook minder calorieën in.

Hoe hoog het suiker- en calorieëngehalte van de diabetenbanaan is, kunnen ze nog niet vertellen. “De banaan is nog in een experimentele fase”, stelt een van hen in The Hindu. De vrucht komt op zijn vroegst over een half jaar op de markt in India. [AGD]

Granen zijn beter voor de oudere diabetici

25 December 2008

Mensen met ouderdomssuikerziekte verbeteren hun gezondheid als ze voeding met een lage glycemische index eten. Dat rolt uit een Canadees onderzoek, waarbij mensen een half jaar maandelijks adviezen kregen welke voedingsmiddelen ze konden kiezen om op een lage glycemische index uit te komen, aldus de NRCNext.

De glycemische index (GI) van een voedingsmiddel zegt hoe snel de suikers uit voedsel worden vrijgemaakt en in de bloedbaan terecht komen. Hoe geleidelijker dat gebeurt, is de aanname, hoe beter het voor een suikerzieke patiënt is. Over het algemeen komt suiker uit zetmeel langzamer vrij dan ‘losse’ suiker uit bijvoorbeeld honing. Maar het ene zetmeel is het andere niet. Aardappelen en rijst hebben bijvoorbeeld een veel hogere GI dan de meeste granen. Ook de index van verschillende fruitsoorten varieert flink.

Er bestaat al jarenlang een controverse over het nut van voeding met een lage glycemische index voor diabetici. Canadese voedingswetenschappers die gisteren een nieuw onderzoek publiceerden in het Journal of the American Medical Association, citeren in de inleiding van hun artikel een stroom eerdere, positieve onderzoeksresultaten. Voeding met een lage GI, vatten ze samen, is aangetoond goed. Het verlaagt het suikergehalte in het bloed, de bloeddruk en de kans op hartziekten en het vertraagt de ziekte. En toch, schrijven ze, staat het belang en de bruikbaarheid van de GI nog steeds ter discussie. Ook daarvoor geven ze een rij verwijzingen naar de wetenschappelijke literatuur. Ze zeggen het niet, maar de GI zit een beetje in de alternatieve hoek. Dieetgoeroe Montignac bepleitte bijvoorbeeld voeding met lage GI.

Voor een groot en wat hen betreft ‘definitief’ onderzoek ronselden de Canadese voedingswetenschappers ruim 200 te dikke mensen met ouderdomsdiabetes. Die mensen slikten pillen tegen hun suikerziekte, maar hadden toch nog vrij hoge bloedsuikerwaarden. De helft van hen kreeg instructies om een half jaar vezelrijk te eten. De andere helft werd ingewijd in de geheimen van de GI.

De vezelrijke voeding wordt aan ouderdomsdiabetici vaak als heilzaam aanbevolen, maar de voeding met lage GI was op alle fronten iets beter. De bloedsuikerwaarden verbeterden meer, en hetzelfde gold voor bloeddruk, cholesterolwaarden en lichaamsgewicht.

Bloedtest om suikerziekte te voorspellen

24 December 2008

Zeven Nederlandse universiteiten en zestien wetenschappelijke topinstituten gaan onderzoek doen naar een methode om suikerziekte ofwel diabetes type 2 in een vroeg stadium op te sporen. Hiervoor willen de onderzoekers een bloedtest ontwikkelen, waaruit moet blijken of organen goed functioneren. Daarmee kun je dan voorspellen of mensen een grotere kans op diabetes hebben.

In Nederland hebben meer dan zeshonderdduizend mensen suikerziekte. De verwachting is dat het aantal mensen dat aan deze welvaartsziekte lijdt de komende jaren flink toeneemt. Belangrijke oorzaken zijn verkeerde voeding en onvoldoende beweging.

Voor de ontwikkeling van de nieuwe medische technologie is 19 miljoen euro beschikbaar.

Resultaten Bloedsuikertest 2008

21 December 2008

Van 14 november tot en met 5 december is bij zo’n 120.000 mensen de bloedsuiker waarde gemeten.
Ruim de helft van de Nederlandse apotheken deden weer mee met de jaarlijkse Bloedsuikertest. Deze editie van de Bloedsuikertest was de eerste activiteit binnen de nieuwe publiekscampagne ‘Weet je waarde’; de paraplu waaronder publieksacties vallen. Het doel van deze campagne is het zorgverlenerschap van de apotheker duidelijk zichtbaar en breed te communiceren. Want het publiek ervaart de apotheek als een medische én laagdrempelige omgeving en is daarom een logische plaats om waarden te meten, welke deze ook zijn.

Publiciteit
Dit jaar heeft de publiekscampagne voor de Bloedsuikertest een regionaal accent gekregen. In regionale dag- en weekbladen is ervoor geadverteerd en het effect daarvan was goed merkbaar. Veel apotheken hadden op de startdag, vrijdag 14 november, een flinke aanloop. Behalve de schriftelijke campagne is ook op radio en televisie geadverteerd. Veel apotheken hebben zelf advertenties in plaatselijke bladen geplaatst.

Om apothekers te ondersteunen bood de KNMP – via www.knmp.nl/weetjewaarde – diverse handige materialen, waaronder gestandaardiseerde advertenties. Dat deze campagnevorm succesvol is, bewijst een zoektocht op Google. Het woord ‘bloedsuikertest‘ komt ruim tweeduizendmaal voor als ernaar gegoogled wordt in de periode van de afgelopen maand.
[KMP]

Verpleegkundigen gebruiken diabetesstandaard te weinig

15 December 2008

Verpleegkundigen werken te weinig volgens de Zorgstandaard van de Nederlandse Diabetes Federatie en weten daar over het algemeen te weinig van af. Dat blijkt uit een onderzoek van de Diabetes Vereniging Nederland (DVN).

De Diabetes Vereniging Nederland (DVN) hield een enquête onder ruim 4900 diabetici en constateert dat mensen met diabetes type 2 onvoldoende inzicht hebben in hoe ze goede controle over hun dagelijkse diabeteszorg kunnen krijgen. Ook weten ze vaak niet hoe zij de risico’s op complicaties kunnen verkleinen.

Volgens de DVN-woordvoerder Paula Harte haalt de verleende zorg niet het niveau dat de koepels van zorgverleners en patiënten hebben afgesproken in de Zorgstandaard Diabetes type 2.

“Dat geldt overigens niet alleen voor verpleegkundigen, maar voor alle zorgverleners”, zegt ze. “En daaronder lijdt de kwaliteit van de diabeteszorg. Immers, de standaard geeft precies aan hoe te handelen bij diabetes type 2. Als je daarvan afwijkt, loop je kans dingen te missen. Dit bij elkaar leidt tot onnodige zorgkosten, meer complicaties en mindere kwaliteit van leven.”

Harte noemt het vreemd dat verpleegkundigen niet helemaal goed op de hoogte blijken te zijn. “Ze zouden dat toch in hun opleiding moeten leren”, zegt ze. Overigens geldt dit niet voor diabetesverpleegkundigen, die wel goed op de hoogte zijn van de standaard.

Dat ook diabetici zelf maar weinig weten over hun ziekte en behandeling vindt DVN ‘alarmerend’. Directeur Maarten Ploeg: “Uit deze cijfers blijkt dat patiënten zich niet bewust zijn van de rol die zij zelf hebben in het optimaliseren van de kwaliteit van hun eigen leven. En dat kan complicaties in de hand werken.”

DVN treedt voornamelijk op als vakbond en belangenbehartiger voor alle Nederlanders met diabetes, naar schatting 850.000 tot 1 miljoen mensen. Diabetes type 2 is sterk in opkomst; de zorgkosten kunnen alleen beheersbaar blijven als de patiënt eigen verantwoordelijkheid neemt en zorgverleners de juiste zorg verlenen.

Patiënten kunnen hun zorg overigens wel zelf verbeteren aan de hand van de Diabetes Zorgwijzer, die onlangs uitkwam en is aangeboden aan minister Klink.

De Zorgstandaard Diabetes Type 2 is te vinden op www.diabetesfederatie.nl.
Meer over de enquête en het onderzoek: www.dvn.nl

Zorg voor diabetespatiënten schiet te kort

13 December 2008

Uit onderzoek van de Diabetesvereniging Nederland onder vijfduizend patiënten blijkt dat de zorg voor hen tekort schiet. Diabetespatiënten blijken te weinig begeleiding te krijgen bij het aanpassen van hun etgewoonten. Ook blijken ze onvoldoende op de hoogte van hun eigen gezondheid en één op de vier patiënten is niet op de hoogte van de eigen streefwaarde voor bloedglucose.

Ook zijn de jaarlijkse medische onderzoeken niet uitgebreid genoeg. De Diabetesvereniging neemt de resultaten alarmerend en heeft daarom een boekje uitgebracht over welke zorg de beste is. Op die manier hoopt de vereniging dat patiënten alerter zijn op hun eigen gezondheid en positie.

Complicaties bij diabetes type 2 nauwkeuriger in te schatten

11 December 2008

Door het gebruik van een Advanced Glycation Endproducts (AGE) –reader kan de kans op complicaties bij diabetes type 2 nauwkeuriger worden ingeschat dan de klassieke HbA1c-methode. Dat blijkt uit promotieonderzoek van Internist Helen Lutgers van de Rijksuniversiteit Groningen. Vooral micro- en macrovasculaire complicaties kunnen met dit apparaat nauwkeurig ingeschat worden.

Lutgers onderzocht onder andere 973 patiënten met diabetes type 2 uit de regio Zwolle, om te zien wat de relatie is tussen autofluorescentie van de huid en bekende klinische variabelen bij diabetes zoals HbA1c en reeds aanwezige vasculaire complicaties. Daarnaast onderzocht zij ook of autofluorescentie een voorspeller is voor nieuwe complicaties en overlijden. Uit het onderzoek bleek dat hoe meer complicaties er bij de patiënt reeds aanwezig waren, micro-, macrovasculair of beide, hoe hoger de autofluorescentie waarde van de huid was.

De in Groningen ontwikkelde AGE-reader meet niet-invasief de autofluorescentie van de huid. Vanuit de literatuur is bekend dat sommige AGEs fluoresceren. De AGE-reader is een draagbaar apparaat met een UV-lamp die op de onderarm kan worden gelegd. Op deze manier kan volgens Lutgers op een snelle, eenvoudige en niet belastende manier AGE worden gemeten. AGE’s hebben een belangrijke rol bij het ontstaan van chronische complicaties van diabetes en atherosclerose. Bij ieder mens stapelen AGE’s gedurende het leven, maar bij iemand met diabetes mellitus gebeurt dit versneld.

Onderzoeksprijs 2008 naar onderzoeker diabetes en depressie

4 December 2008

Het onderzoek van prof. dr. Frank Snoek over de behandeling van depressie bij mensen met diabetes, is bekroond met de eerste Onderzoeksprijs van het Diabetes Fonds. Snoeks onderzoek is unaniem gekozen als winnaar door een jury van vooraanstaande experts en ontvangt 50.000 euro.

Oud-minister van Volksgezondheid, Hans Hoogervorst (VWS) reikte als juryvoorzitter samen met de voorzitter van de Raad van Toezicht van het Diabetes Fonds, Sybilla Dekker de prijs uit in Corpus in Oegstgeest.

De Onderzoeksprijs 2008 is bedoeld als stimulans voor het onderzoek van Snoek en zijn team. Directeur Bert Kuipers van het Diabetes Fonds: “Snoeks werk is een fantastisch voorbeeld van onderzoek dat heeft geleid tot concrete en toepasbare resultaten voor mensen met diabetes. Hij heeft met zijn werk gezorgd dat er zowel nationaal als internationaal erkenning is gekomen voor het vóórkomen van depressieve klachten bij mensen met diabetes.” Snoek ontwikkelde instrumenten om depressieve klachten tijdig te onderkennen en behandelmethoden en trainingen specifiek voor mensen met diabetes.

Depressie bij mensen met diabetes
Het onderzoek van Snoek richt zich op de psychosociale aspecten van diabetes. Hij heeft baanbrekend werk verricht op dit terrein. Eerder toonde hij aan dat bij mensen met diabetes een depressie vaker voorkomt dan gemiddeld. Een ‘major depression’ blijkt in Nederland maar liefst bij één op de tien diabetespatiënten voor te komen. Nog eens tien tot twintig procent van hen heeft depressieve klachten. Omdat de klachten vaak niet worden opgemerkt door zorgverleners, heeft dit grote invloed op de kwaliteit van leven, op de wijze waarop mensen met hun aandoening omgaan en daardoor ook op de diabetesinstelling.

Onderzoeksprijs 2008
Het Diabetes Fonds streeft ernaar om mensen met diabetes een sterke rol te geven in zijn beleid. Daarom zijn de afgelopen jaren verschillende initiatieven ontwikkeld waarin de patiënt een centrale rol speelt. De Onderzoeksprijs is daar een onderdeel van. De prijs onderstreept bovendien het maatschappelijk belang van onderzoek naar diabetes, een chronische aandoening die vaker en ook op steeds jongere leeftijd voorkomt. Ook is de prijs bedoeld als stimulans voor wetenschappers om voor diabetesonderzoek te kiezen.
[Diabetesfonds]

Minder diabetes door leefstijlbegeleiding

3 December 2008

Persoonlijke leefstijlbegeleiding levert aanzienlijke gezondheidswinst op bij diabetici en bij mensen die door zwaar overgewicht een verhoogd risico op diabetes hebben. Met name beweeg- en dieetadvies blijkt een kosteneffectieve maatregel. Begeleiding tot 400 euro per persoon in het eerste jaar levert zelfs meer gezondheidswinst op dan het huidige basispakket en is kosteneffectief. Dit blijkt uit een nieuw rapport van het RIVM.

Deze resultaten zijn relevant voor de samenstelling van het basispakket van de zorgverzekering. Op dit moment bevat het basispakket maximaal vier consult-uren per jaar met een diëtist op medische indicatie voor een bedrag van 225 euro.

In Nederland komt ruim een miljoen mensen tussen de 30 en 70 jaar in aanmerking voor leefstijlbegeleiding. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om mensen met overgewicht en hoge bloeddruk, of personen met een verstoorde glucosehuishouding. Zij lopen een groter risico om diabetes te ontwikkelen. De leefstijlbegeleiding is alleen zinvol bij gemotiveerde mensen; naar verwachting ruim eenderde van de groep.

De leefstijlbegeleiding bestaat uit begeleiding op maat: persoonlijke adviezen over bewegen en voeding en, zo nodig, ook het bewegen onder begeleiding. Het RIVM toont aan dat intensievere begeleiding al na een jaar leidt tot meer gewichtsverlies. Leefstijlbegeleiding rond 400 euro vermindert het gemiddelde gewicht bij mensen met obesitas na een jaar met 5%. Met het huidige basispakket wordt dit geschat op 3%. De leefstijlbegeleiding is dus effectief. Daarnaast kunnen mensen met zwaar overgewicht zorgen dat ze minder snel diabetes krijgen. Voor mensen die al diabetes hebben, kan het de kans op complicaties – zoals hart-en vaatziekten – verminderen. Bovendien blijken mensen die leefstijlbegeleiding krijgen ongeveer een half uur per week extra te bewegen. In het jaar na het volgen van de begeleiding blijkt dat een groot deel van de mensen inderdaad gezonder leeft.

Het RIVM berekende ook de kosteneffectiviteit van leefstijlbegeleiding à 400 euro in kosten per gewonnen levensjaar in goede gezondheid. Voor mensen met (zwaar) overgewicht komt dit neer op c.a. 3000 euro en voor patiënten met diabetes type 2 is dat 8000 euro. Deze vorm van zorgverlening is dus kosteneffectief. De ramingen kunnen variëren met de leeftijd van de patiënt en nemen de medische kosten in gewonnen levensjaren mee. Zonder deze kosten kan de leefstijlbegeleiding kostenbesparend zijn bij mensen die al wel (zwaar) overgewicht of een verstoorde glucosehuishouding hebben, maar nog geen diabetes.

Als leefstijlbegeleiding ingevoerd gaat worden, moet de kwaliteit ervan gegarandeerd worden. Bovendien is een goede inbedding in de gebruikelijke zorg noodzakelijk.