Amerikaanse type 2 diabetespatienten bewegen te weinig

In Amerika doet minder dan de helft van de mensen met type 2 diabetes aan lichaamsbeweging. Dat blijkt uit nieuw Amerikaans onderzoek. Hoe meer mensen het nodig hadden, hoe minder actief ze daadwerkelijk waren. Lichaamsbeweging is belangrijk om diabetes te reguleren en zo gezond mogelijk te blijven.

De onderzoekers hadden al eerder onderzoek gedaan naar beweging bij mensen met type 2 diabetes. Bijna driekwart had van de dokter bewegingsadvies gekregen. Nu zagen de onderzoekers dat juist de mensen die het dringendste advies hadden gekregen, het minst aan beweging deden.

Ruim 22.000 mensen met type 2 diabetes deden mee aan de enquête. Beweging is goed om de kans op complicaties te verkleinen, zoals hart- en vaatziekten en schade aan het zenuwstelsel.

Veel mensen met type 2 diabetes vinden het moeilijk om aan beweging te doen. Sommigen hebben al diabetecomplicaties die beweging lichamelijk lastig maken, zoals bewegingsklachten of hoge bloeddruk.

Toch is beweging ook mogelijk voor mensen met lichamelijke beperkingen. Elke beweging is meegenomen, al zijn het maar een paar stappen per dag. Er zijn ook bewegingsoefeningen die je zittend kunt doen. Een arts of fysiotherapeut kan adviseren over geschikte beweging.

De aanbeveling is om ten minste 30 minuten per dag flink te bewegen. Hoe intensief dat moet zijn is voor iedereen verschillend. Dat hangt af van de conditie. Voor de één is dat stevig doorwandelen of fietsen, voor de ander stofzuigen of in de tuin werken.
[Diabetesfonds]

Actie op therapie-ontrouw van diabetici

39 apotheken van het departement Groningen gaan de therapieontrouw van hun diabetici verbeteren. Gemiddeld volgen zij 26 patiënten die mogelijk therapieontrouw zijn in het gebruik van hun orale diabetesmedicatie of cholesterolverlagende co-medicatie. Inmiddels hebben de apothekers 330 keer actie ondernomen ter verbetering van de therapietrouw.

Mensen die chronisch geneesmiddelen moeten gebruiken hebben vaak moeite om dit regelmatig te doen. Bij diabetes type II zijn de gevolgen van therapieontrouw niet direct merkbaar. Na verloop van tijd kan dit echter leiden tot bijvoorbeeld blindheid, impotentie of zelfs de amputatie van een voet. Daarom krijgt therapietrouw bij deze patiëntengroep steeds meer aandacht bij patiëntenorganisaties, zorgverleners en zorgverzekeraars.

Samenwerking
Apothekers moeten jaarlijks een jaarplan indienen bij hun preferente zorgverzekeraar. Hierin maken ze kenbaar welke activiteiten, bijvoorbeeld op het gebied van de farmaceutische patiëntenzorg (FPZ), ze het komend jaar van plan zijn te ondernemen. Aan het einde van het jaar beschrijven ze in een kwaliteitsjaarverslag de uitkomsten van de plannen. Het KNMP-departement Groningen en Menzis, de grootste regionale zorgverzekeraar, werken dit jaar samen door voor het onderwerp therapietrouw bij diabetes te kiezen. De kwaliteitskringen van het KNMP-departement hebben ondersteuningsmateriaal ontwikkeld dat deelnemende apothekers desgewenst kunnen gebruiken. In het project monitoren apothekers gebruikers van orale diabetesmedicatie op het trouw gebruiken van orale bloedglucoseverlagende middelen en eventueel daarnaast gebruikte lipideverlagende co-medicatie. Is een patient onvoldoende therapietrouw, dan probeert de apotheker de patiënt weer op het rechte spoor te krijgen. In ruil voor deelname aan het project leveren de deelnemende apotheken, in plaats van het jaarplan en jaarverslag, een projectplan `therapietrouw bij diabetici’ en een eindverslag met de behaalde resultaten aan Menzis.

Patiëntmonitor
De Stichting Farmaceutische Kengetallen (SFK) meet therapietrouw door, op basis van afleveringen, maandelijks het aantal dagen te bepalen waarvoor voldoende medicatie voorradig is. De deelnemende apotheken krijgen een overzicht met alle diabetespatiënten die in oktober 2006 niet therapietrouw lijken met orale bloedglucoseverlagende middelen of lipideverlagers. Met behulp van MedicatieAnalyseProfielen en extra informatie uit het eigen apotheekinformatiesysteem beoordelen de apothekers vervolgens of een patiënt daadwerkelijk problemen met het regelmatig gebruik van de medicatie heeft. Patiënten waarvoor dit het geval is, worden opgenomen in een patiëntmonitor. In de komende maanden gaan apothekers met een zelf gekozen mix van interventies hun therapietrouw verbeteren.

Project in Groningen
39 apotheken maken gebruiken van de projectondersteuning van de SFK. Op basis van aflevergegevens heeft de SFK gemiddeld 13,3 patiënten per apotheek voorgeselecteerd die therapieontrouw lijken met orale diabetesmiddelen, en 27,0 met lipideverlagers. Na beoordeling door de apothekers zijn van deze groepen gemiddeld 7,5 patiënten met orale bloedglucoseverlagende middelen resp. 18,3 gebruikers van lipideverlagers opgenomen in de patiëntmonitor. In totaal proberen de Groningse apothekers zo bij ongeveer 1000 patiënten de therapietrouw te verhogen.
[Stichting Farmaceutische Kengetallen]

Veel diabetes in New York

Eén op de acht volwassen New Yorkers lijdt aan diabetes en bijna tweemaal zo veel hebben een verhoogd bloedsuikergehalte. Dat blijkt uit een studie van het gemeentelijke Department of Health and Mental Hygiene. Uit de studie blijkt tevens dat ongeveer 30 procent van de diabetici het niet weet. En van degenen die het wel weten, trekt meer dan de helft zich er gevaarlijk weinig van aan.

“This confirms that we as a society are doing a rotten job both preventing and controlling diabetes”, aldus city health commissioner Thomas Frieden.

Voor de studie zijn bloedmonsters genomen van 2.000 bewoners van elke stadswijk. Daaruit blijkt dat ruim 700.000 stadsbewoners diabetes hebben, 12,5 procent van de bevolking. Ter vergelijking: gemeten over de hele VS is dat 10,3 procent. Nog eens 23,5 procent heeft ‘prediabetes’: een abnormaal hoog bloedsuikergehalte dat nog net niet onder de norm voor diabetes valt.

De hogere cijfers waren wel een beetje verwacht omdat New York relatief veel niet-blanken telt. Blanken behoren tot de groepen met de laagste kans op diabetes.

Verrassend was wel het hoge aantal patiënten onder mensen met Aziatische ‘roots’: 16 procent diabetes en 32 procent prediabetes. Daarbij wordt aangetekend dat Oost-Aziaten beneden het gemiddelde zitten, maar dat bij Zuid-Aziaten de percentages nog veel hoger moeten liggen.
[gezondheid.blog.nl]