Archief Februari 2007

Diabetes heeft negatieve invloed op seksleven

23 Februari 2007

Er zijn meer en meer studies die aantonen dat diabetes de rechtstreekse oorzaak is van seksuele functiestoornissen en de mogelijke depressies die daarmee gepaard gaan. Artsen die diabetespatiënten behandelen moeten hiervoor aandacht hebben. Dat schrijft klinisch seksuoloog Paul Enzlin van het Instituut voor Familiale en Seksuologische Wetenschappen (K.U.Leuven) in het medisch vakblad The Lancet.

Ejaculatieproblemen
Mannen met diabetes blijken meer erectieproblemen te hebben omdat de werking van het gladde spierweefsel, het endotheel (cellaag aan binnenkant van bloedvaten) en de zenuwen in het bekken aangetast wordt. Geneesmiddelen voor deze aandoeningen hebben bij deze patiënten een sterk verminderd of geen effect. Ook ejaculatieproblemen zoals retrogade ejaculatie (sperma komt hierbij in de blaas terecht) komen frequenter voor.

Minder gevoelig
Bij vrouwen is het verband tussen diabetes en seksuele functiestoornissen complexer. Uit cijfers blijkt dat bij vrouwen met (de insuline-afhankelijke) diabetes type 1 pijnlijke geslachtsgemeenschap frequenter voorkomt. In het algemeen zouden vrouwen met diabetes minder gevoelig zijn voor vaginale prikkels. Daar er een link is tussen seksuele functiestoornissen en depressie moet hieraan ook bij vrouwelijke diabetespatiënten aandacht geschonken worden.
[HLN]

Diabetesvereniging Nederland tevreden over nieuwe regeerakkoord

22 Februari 2007

De Diabetesvereniging Nederland is tevreden over het nieuwe regeerakkoord dat veel goeds biedt voor mensen met een chronische ziekte. Er wordt verbetering van voorzieningen en beter betaalbare zorg aangekondigd. Dit door onder andere een tegemoetkoming in de zorgkosten voor mensen met een laag inkomen.

Ook positief volgens de DVN is dat het nieuwe zorgstelsel in grote lijnen gehandhaafd blijft en de marktwerking nog verder wordt gestimuleerd. Directeur Joop Gillissen licht toe dat de markt alleen kan werken als de consument een bewuste keuze kan maken: “Om mensen bij die keuzes te helpen, is goede informatie nodig. Betrouwbare informatie, die onafhankelijk van marktpartijen is samengesteld. Dit laatste betekent ook een grote opgave voor de DVN. Naast de bemoeienis met de kwaliteit van de diabeteszorg, betekent dit immers ook een taak om mensen met diabetes hierover goede informatie aan te bieden.”

Preventie
Aandacht voor preventie staat bovenaan de agenda van het nieuwe kabinet. Dit juicht de DVN toe. Meer aandacht voor preventie is onontkoombaar met de enorme groei van het aantal mensen met diabetes in het vooruitzicht. Ook verheugend is dat zorgverzekeraars hiervoor meer aandacht krijgen, zeker ook bij het voorkomen van complicaties van mensen die al diabetes hebben. Door goede zorg aan te bieden en educatie te vergoeden, kan in dit opzicht nog veel bereikt worden.

Premies en eigen betalingen
Uit het regeerakkoord blijkt dat de no-claim binnenkort eindelijk van de baan is. En het eigen risico dat wordt ingevoerd bij de zorgverzekering geldt niet voor chronisch zieken en gehandicapten. Daarnaast kan de zorgtoeslag voor mensen met een laag inkomen verrekend worden met de premie voor de zorgverzekering. Allemaal positieve punten voor chronisch zieken, vindt de DVN. Want hierdoor wordt het verkrijgen van een zorgtoeslag eenvoudiger en kan de financiële druk voor patiënten met een laag inkomen iets verminderen.

Kwaliteit van zorg
De invoering van het Elektronisch Patiënten Dossier (EPD) in 2009 is een zeer belangrijk punt, vindt de DVN. Directeur Gillissen: “De invoering van het EPD is een belangrijke voorwaarde voor goede kwaliteit van diabetesketenzorg voor een zo laag mogelijke prijs. Het werkt efficiency én kwaliteit in de hand. Eigenlijk had het EPD er nu al moeten zijn! Goede diabetesketenzorg is ondenkbaar zonder EPD.”

Dialoog met belanghebbenden
De DVN, als belangenbehartiger van mensen met diabetes, is blij met het voornemen van het kabinet om met alle belanghebbenden te gaan samenwerken bij het vormgeven van nieuwe zorgstructuren.
Patiënten komen in dit regeerakkoord meer aan bod dan voorheen. De DVN juicht dit toe, maar stelt samen met de CG-Raad vast, dat voortdurende en bijzondere aandacht hard nodig is voor chronisch zieken en gehandicapten.
Een groot punt van zorg is de risicoverevening, die goed geregeld moet zijn, om te voorkomen dat mensen met een chronische ziekte ongewenste klanten worden van zorgverzekeraars. Zonder een goede risicoverevening valt er namelijk niks te kiezen.
[Diabetesvereniging Nederland]

Huisartsen en Univé eens over verbetering diabeteszorg

22 Februari 2007

Univé Zorgverzekeringen en Zorgkantoor Noord-Holland Noord hebben met de huisartsen Noord-Holland Noord overeenstemming bereikt over de introductie van een ketenzorgmodel voor diabetes. De huisartsen en Univé willen op deze manier komen tot een betere zorg voor de diabetespatiënten. Via dit model voeren de huisartsen regie over de diabeteszorgketen en wordt er een expertisecentrum gecreëerd ten behoeve van het bereiken van optimale zorg aan deze patiëntengroep. De jaarlijkse controle van de patiënt wordt centraal aangestuurd, waarbij er afstemming is tussen de verschillende zorgverleners en de huisartsen een behandeladvies krijgen. De reguliere behandeling en controles blijven bij de huisarts. Univé is voorvechter van dit model omdat het mensen met diabetes werkelijk voordeel biedt: zij hoeven hun verhaal maar één keer te vertellen, de adviezen en behandelmethoden zijn éénduidig en de kans op gevaarlijke complicaties, zoals onderbeenamputaties en blindheid, neemt sterk af.

Samenwerking diabeteszorg
In de Kop van Noord-Holland heet de organisatie Diabetescirkel Kop van Noord-Holland, in Noord-Kennemerland DIAZON. Beide organisaties kennen een centrale rol toe aan de diabetesverpleegkundige en de praktijkondersteuner van de huisarts. Een medisch coördinator heeft de medische eindverantwoordelijkheid.

Univé is verheugd over de samenwerking met de huisartsen in de Kop van Noord-Holland en Noord-Kennemerland. Ruud Stam, projectleider diabeteszorg van Univé Zorg: ‘Er zijn op meer plaatsen in Nederland initiatieven ontwikkeld op het gebied van diabeteszorg, maar de samenwerking die tot stand is gekomen is uniek. Wij kunnen met de Diabetescirkel en DIAZON eenduidige afspraken maken over de kwaliteit van diabeteszorg. In de oude situatie moest dat met de verschillende zelfstandige zorgverleners in ons werkgebied, een bijna onmogelijke opgave. Deze samenwerking maakt het dus mogelijk om gezamenlijk diabeteszorg echt verder te ontwikkelen en te verbeteren. En daar profiteert de patiënt als eerste van.’
[Univé]

1000e patiënt dagbehandeling Diabetesrevalidatie

14 Februari 2007

In het UMCG, Centrum voor Revalidatie, locatie Beatrixoord begint deze week de 100e groep en daarmee de 1000e patiënt aan het dagbehandelingprogramma bij Diabetesrevalidatie. Dit is het enige diabetesrevalidatieprogramma in Nederland. De patiënten krijgen via deze dagbehandeling een programma dat er op is gericht dat zij zich bewust worden van hun leven met diabetes. Verder krijgen zij een activiteitenprogramma waarmee ze thuis aan de slag kunnen gaan met hun ziekte. Effect van het programma is dat de deelnemers het idee hebben zelf weer de baas te zijn over hun diabetes. Diabetesrevalidatie blijkt een nuttige aanvulling te zijn op de gebruikelijke diabeteszorg. In Beatrixoord wordt woensdag 14 februari een speciale bijeenkomst gehouden ter ere van de 1000e deelnemer.

De dagbehandeling van Beatrixoord staat open voor diabetespatiënten die ondanks begeleiding er niet in slagen goed met hun ziekte om te gaan. Het programma dat zij volgen duurt twaalf weken. In die periode komen zij een dag per week in Beatrixoord. Zij volgen het programma in groepen van ongeveer tien personen. Het blijkt dat patiënten veel van elkaar leren en elkaar stimuleren en motiveren.

Programma diabetesrevalidatie
Tijdens de behandeling krijgen de patiënten eerst uitvoerig uitleg over de achtergronden van diabetes, voeding en zelfregulatie. Ook komen hier onderwerpen als acceptatie, verwerking en stress aan bod en komen de patiënten letterlijk weer in beweging. Hierbij wordt ze geleerd hoe ze hun bloedsuiker kunnen regelen als ze sporten of bewegen en hoe ze moeten omgaan met hun grenzen. In het tweede deel van de revalidatie presenteren de patiënten hun eigen actieplan. Zij geven daarin aan wat hun problemen met diabetes zijn en wat hun belemmeringen zijn om hier zelf aan te werken. Tijdens het programma krijgen de patiënten enkele opdrachten mee voor hun thuissituatie. Dit kan bijvoorbeeld zijn om meer te bewegen of om meer open te zijn over hun diabetes op hun werk.

Effect van diabetesrevalidatie
Na het revalidatieprogramma kijken de patiënten anders tegen hun diabetes aan. Ze hebben de touwtjes zelf meer in handen en hebben het idee weer zelf de baas te zijn over hun diabetes. Dit heeft ook positieve effecten op de bloedsuiker regulatie. Uit de effectstudie blijkt dat diabetesrevalidatie een nuttige aanvulling is op de gebruikelijke diabeteszorg.
[UMCG]

Later grotere kans op diabetes na ondervoeding in baarmoeder

13 Februari 2007

Mensen die een te laag geboortegewicht hadden, hebben later een grotere kans op type 2 diabetes. Susanne de Rooij onderzocht hoe dat precies komt. Zij promoveerde op 8 februari op dit onderzoek aan de Universiteit van Amsterdam.

Verondersteld wordt dat de stofwisseling van het kind in de baarmoeder op een bepaalde manier ‘geprogrammeerd’ wordt. Dat gebeurt onder invloed van ondervoeding. De suikerstofwisseling werkt op latere leeftijd minder goed dan zou moeten.

De vroegere Hongerwinter in Nederland biedt goede mogelijkheden om onderzoek te doen naar de invloed van ondervoeding in de baarmoeder. En groot aantal mensen die in of kort na de Hongerwinter in het Amsterdamse Wilhelmina Gasthuis zijn geboren, deed mee aan het onderzoek.

De Rooij constateert dat ondervoeding tijdens de zwangerschap leidt tot een verkeerde programmering van de cellen die insuline produceren. Daardoor is het insulinemechanisme in het lichaam blijvend verstoord. Daarnaast blijkt dat ondervoeding tijdens de zwangerschap de werking van genen beïnvloedt.
Bron: Universiteit van Amsterdam en proefschrift De Rooij, februari 2007 via Diabetesfonds

Diabetesgenen ontdekt

11 Februari 2007

Een internationaal team van wetenschappers heeft verscheidene van de belangrijkste genen geïdentificeerd die verband houden met diabetes Type-2. Deze aandoening neemt epidemische vormen aan en wordt ook in verband gebracht met slechte eet- en drinkgewoonten.

De ontdekking van de onderzoekers in Canada, Frankrijk en Groot-Brittannië maakt het mogelijk bij mensen te schatten hoe groot het risico is dat zich bij hen deze vorm van diabetes ontwikkelt. Dan kunnen stappen worden genomen om dat te voorkomen.
De voornaamste aanwijzingen dat mensen diabetes Type-2 krijgen zijn vooralsnog corpulentie en aanleg. De ontdekking maakt het mogelijk dat preventief kan worden ingegrepen tegen de aandoening die snel om zich heen grijpt in welvarende landen. Daar bewegen mensen relatief weinig en verslinden drank en voedsel met erg veel calorieën. De onderzoeksresultaten staan zondag in het Britse vaktijdschrift Nature.
[ANP]

Eerder testen op diabetes bij Surinamers

9 Februari 2007

De screeningsleeftijd voor vroege opsporing van diabetes bij patiënten met een Surinaamse achtergrond, zou van 45 naar 35 moeten. Dit adviseert arts-onderzoeker Navin Bindraban in zijn onderzoek waarop hij aan de Universiteit van Amsterdam promoveert.

Aan de studie namen 1000 hindoestaanse en creoolse Surinamers en 500 blanke Nederlanders in de leeftijd van 35 tot 60 jaar deel. Hart- en vaatziekten komen bij Surinamers veel vaker voor dan bij blanke Nederlanders, vooral bij hindoestanen. Ook de frequentie van diabetes is alarmerend hoog (bij hindoestanen drie tot vier keer hoger dan bij blanke Nederlanders, en bij creolen twee keer hoger).

Hypertensie (hoge bloeddruk) komt tweemaal zo veel voor onder Surinamers als onder blanke Nederlanders. Ook op dit punt geeft Bindraban huisartsen het advies eerder te screenen dan nu gebruikelijk is.
[UvA]

Diabeteszorg heeft minder effect bij allochtonen

9 Februari 2007

Turkse en Marokkaanse diabetespatiënten hebben slechtere diabetesuitkomsten dan autochtone patiënten. Dit ondanks het feit dat zij dezelfde kwaliteit van zorg kregen aangeboden als autochtone patiënten. Deze bevinding doet Loes Lanting in haar promotieonderzoek dat zij uitvoerde bij de afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg van het Erasmus MC. Een mogelijke oplossing ligt volgens haar in het afstemmen van de diabetesrichtlijnen op allochtone bevolkingsgroepen.

Aangezien Turkse en Marokkaanse patiënten een minder goed effect bereiken met dezelfde kwaliteit van diabeteszorg die zij krijgen aangeboden als autochtone patiënten, komt Lanting tot de conclusie dat de aangeboden zorg voor hen kennelijk niet optimaal is.

Een mogelijkheid om die zorg te optimaliseren zou het afstemmen van diabetesrichtlijnen op deze patiënten kunnen zijn. Een aanpassing kan bijvoorbeeld gemaakt worden voor adviezen op het gebied van beweging.

Volgens Lanting verdient het aanbeveling de effectiviteit daarvan te onderzoeken. Verder vindt Lanting het van belang om te onderzoeken hoe de uitkomsten van diabetes bij Turkse en Marokkaanse patiënten verbeterd kunnen worden, aangezien het ontstaan van diabetes in Nederland sterk toeneemt en Turkse en Marokkaanse bevolkingsgroepen een drie- tot zesmaal hogere kans hebben op het ontwikkelen van diabetes.

Momenteel is ongeveer 10% van de Nederlandse bevolking van niet-westerse afkomst. Dit zijn mensen van wie tenminste één ouder in een niet-westers land is geboren. De huidige kennis van etnische verschillen laat zien dat deze allochtonen een slechtere gezondheid rapporteren dan autochtone Nederlanders. Hiervoor bestaan diverse verklaringen, variërend van genetische tot economische factoren. Lanting onderzocht bij diabetespatiënten welke factoren een belangrijke rol spelen in de verklaring van de etnische verschillen in uitkomsten. Zij richtte zich met name op de factoren kwaliteit van de gezondheidszorg, het meer of minder geïntegreerd zijn in de Nederlandse samenleving en zelfmanagement van de patiënten.

Amerikaanse type 2 diabetespatienten bewegen te weinig

7 Februari 2007

In Amerika doet minder dan de helft van de mensen met type 2 diabetes aan lichaamsbeweging. Dat blijkt uit nieuw Amerikaans onderzoek. Hoe meer mensen het nodig hadden, hoe minder actief ze daadwerkelijk waren. Lichaamsbeweging is belangrijk om diabetes te reguleren en zo gezond mogelijk te blijven.

De onderzoekers hadden al eerder onderzoek gedaan naar beweging bij mensen met type 2 diabetes. Bijna driekwart had van de dokter bewegingsadvies gekregen. Nu zagen de onderzoekers dat juist de mensen die het dringendste advies hadden gekregen, het minst aan beweging deden.

Ruim 22.000 mensen met type 2 diabetes deden mee aan de enquête. Beweging is goed om de kans op complicaties te verkleinen, zoals hart- en vaatziekten en schade aan het zenuwstelsel.

Veel mensen met type 2 diabetes vinden het moeilijk om aan beweging te doen. Sommigen hebben al diabetecomplicaties die beweging lichamelijk lastig maken, zoals bewegingsklachten of hoge bloeddruk.

Toch is beweging ook mogelijk voor mensen met lichamelijke beperkingen. Elke beweging is meegenomen, al zijn het maar een paar stappen per dag. Er zijn ook bewegingsoefeningen die je zittend kunt doen. Een arts of fysiotherapeut kan adviseren over geschikte beweging.

De aanbeveling is om ten minste 30 minuten per dag flink te bewegen. Hoe intensief dat moet zijn is voor iedereen verschillend. Dat hangt af van de conditie. Voor de één is dat stevig doorwandelen of fietsen, voor de ander stofzuigen of in de tuin werken.
[Diabetesfonds]

Actie op therapie-ontrouw van diabetici

7 Februari 2007

39 apotheken van het departement Groningen gaan de therapieontrouw van hun diabetici verbeteren. Gemiddeld volgen zij 26 patiënten die mogelijk therapieontrouw zijn in het gebruik van hun orale diabetesmedicatie of cholesterolverlagende co-medicatie. Inmiddels hebben de apothekers 330 keer actie ondernomen ter verbetering van de therapietrouw.

Mensen die chronisch geneesmiddelen moeten gebruiken hebben vaak moeite om dit regelmatig te doen. Bij diabetes type II zijn de gevolgen van therapieontrouw niet direct merkbaar. Na verloop van tijd kan dit echter leiden tot bijvoorbeeld blindheid, impotentie of zelfs de amputatie van een voet. Daarom krijgt therapietrouw bij deze patiëntengroep steeds meer aandacht bij patiëntenorganisaties, zorgverleners en zorgverzekeraars.

Samenwerking
Apothekers moeten jaarlijks een jaarplan indienen bij hun preferente zorgverzekeraar. Hierin maken ze kenbaar welke activiteiten, bijvoorbeeld op het gebied van de farmaceutische patiëntenzorg (FPZ), ze het komend jaar van plan zijn te ondernemen. Aan het einde van het jaar beschrijven ze in een kwaliteitsjaarverslag de uitkomsten van de plannen. Het KNMP-departement Groningen en Menzis, de grootste regionale zorgverzekeraar, werken dit jaar samen door voor het onderwerp therapietrouw bij diabetes te kiezen. De kwaliteitskringen van het KNMP-departement hebben ondersteuningsmateriaal ontwikkeld dat deelnemende apothekers desgewenst kunnen gebruiken. In het project monitoren apothekers gebruikers van orale diabetesmedicatie op het trouw gebruiken van orale bloedglucoseverlagende middelen en eventueel daarnaast gebruikte lipideverlagende co-medicatie. Is een patient onvoldoende therapietrouw, dan probeert de apotheker de patiënt weer op het rechte spoor te krijgen. In ruil voor deelname aan het project leveren de deelnemende apotheken, in plaats van het jaarplan en jaarverslag, een projectplan `therapietrouw bij diabetici’ en een eindverslag met de behaalde resultaten aan Menzis.

Patiëntmonitor
De Stichting Farmaceutische Kengetallen (SFK) meet therapietrouw door, op basis van afleveringen, maandelijks het aantal dagen te bepalen waarvoor voldoende medicatie voorradig is. De deelnemende apotheken krijgen een overzicht met alle diabetespatiënten die in oktober 2006 niet therapietrouw lijken met orale bloedglucoseverlagende middelen of lipideverlagers. Met behulp van MedicatieAnalyseProfielen en extra informatie uit het eigen apotheekinformatiesysteem beoordelen de apothekers vervolgens of een patiënt daadwerkelijk problemen met het regelmatig gebruik van de medicatie heeft. Patiënten waarvoor dit het geval is, worden opgenomen in een patiëntmonitor. In de komende maanden gaan apothekers met een zelf gekozen mix van interventies hun therapietrouw verbeteren.

Project in Groningen
39 apotheken maken gebruiken van de projectondersteuning van de SFK. Op basis van aflevergegevens heeft de SFK gemiddeld 13,3 patiënten per apotheek voorgeselecteerd die therapieontrouw lijken met orale diabetesmiddelen, en 27,0 met lipideverlagers. Na beoordeling door de apothekers zijn van deze groepen gemiddeld 7,5 patiënten met orale bloedglucoseverlagende middelen resp. 18,3 gebruikers van lipideverlagers opgenomen in de patiëntmonitor. In totaal proberen de Groningse apothekers zo bij ongeveer 1000 patiënten de therapietrouw te verhogen.
[Stichting Farmaceutische Kengetallen]